,,Onderwijs en gemeenten werken te weinig samen’’

Voormalig wethouder René Peeters blikt vooruit op zijn nieuwste opdracht. Een riskante opdracht, omdat hij advies moet gaan uitbrengen hoe onderwijs, zorg en jeugd beter op elkaar kunnen aansluiten. ,,Als professionals voortdurend denken vanuit hun eigen positie dan gaat die samenwerking er nooit komen.’’

Drie maanden heeft hij gekregen van de coalitie Onderwijs, Zorg en Jeugd* om zijn opdracht uit te voeren, met als start september 2018. Aan het woord is René Peeters, voormalig wethouder Jeugd van Almere, met een expertise in onderwijs. Hij is door de achttien partijen in de coalitie gevraagd om een advies te schrijven over hoe je onderwijs, zorg en jeugd beter op elkaar kunt laten aansluiten.

Peeters, die bekend staat als een man die graag innoveert, kijkt gefocust voor zich uit. ,,Het unieke aan dit project is, is dat achttien partijen hebben gezegd dat ze over hun eigen schutting heen willen kijken en dat ze samen aan de slag willen.’ En daarmee hoopt de kwartiermaker dat zijn rapport gaat leiden tot meer samenwerkingsbereidheid tussen onderwijs, zorg en jeugdzorg en tot een vervolgopdracht van twee jaar.

Kwartiermaker René Peeters
Kwartiermaker René Peeters
Fotograaf: Lisa Zilver Fotografie

,, Voor een betere samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd bestaat geen blauwdruk.’’ Zo legt Peeters uit dat elke regio zijn eigen samenwerkingsvormen kent. Samenwerken in een groot gebied met veel verschillen, is volgens hem, namelijk van een hele andere orde dan in de stad. ,,In de stad krijg je bijvoorbeeld te maken met maar één samenwerkingsverband, één gemeente en maar een zeer beperkt aantal schoolbestuurders.’

Dat de aansluiting tussen zorg, onderwijs en jeugd nu niet overal goed geregeld is, daarvoor is volgens de Peeters voldoende bewijs: ,,Ik heb ouders horen zeggen dat hun kind nog helemaal geen passend onderwijs krijgt en dat is hen wel beloofd, ondanks het Thuiszitters PACT en terwijl we al een paar jaar Passend Onderwijs hebben.”

De timing van deze opdracht is wat Peeters betreft daarom cruciaal. ,,We zitten nu in een fase van ontwikkeling, waarbij er wel allerlei voorbeelden in het veld aan het ontstaan zijn, maar vaak weet met dat niet van elkaar of is het niet goed zichtbaar.” Deze voorbeelden wil Peeters gaan opzoeken en analyseren. Daar kan het veld, volgens hem, van leren.

Verder valt hem op dat professionals en ouders, sinds de invoering van de Wet Passend onderwijs en de decentralisatie van de jeugdzorg, zich nog steeds grote zorgen maken over de ontwikkeling van ‘hun’ kinderen. En dat is volgens Peeters niet geheel onterecht, want hij omschrijft het systeem waarin kinderen moeten leren en ontwikkelen als ‘heel ingewikkeld’.

Eén van de oorzaken zijn de schotten in de geldstromen en de huidige beperkende wet- en regelgeving, stelt hij. Daarnaast merkt Peeters op dat het hem zorgen baart dat veel organisaties (nog steeds) denken in organisatiedoelstellingen en niet handelen in het belang van het kind. ,,Ik zie in het veld dat onderwijs en gemeenten het lastig vinden om samen te werken en dat ze elkaar weinig gunnen.’’ En daar wil kwartiermaker samen met de coalitie verandering in brengen.

,,Het is belangrijk dat professionals uit de verschillende domeinen elkaar goed leren kennen, informatie en kennis gaan delen en meer gaan samenwerken. Als deze opdracht lukt dan bieden we jonge mensen de kans om het maximale uit hun ontwikkeling te halen.’’ En dat is precies waar Peeters als zijn hele leven voor strijdt. Eerst leraar, later als schooldirecteur en als wethouder Jeugd en voorvechter van het Integraal Kindcentrum, nu als voortrekker van samenwerking tussen de drie domeinen en ‘over organisatiebelangen heen.’

Zo stellig als hij zijn visie verdedigt, zo standvastig is hij ook tijdens het interview. Peeters is een man met een missie, die met de opgestroopte mouwen van zijn witte blouse lijkt te willen zeggen ‘Ik ben klaar voor de strijd’.

Dat het Peeters menens is blijkt ook als hij over zijn persoonlijke drijfveren vertelt. ,,Ik zet mijzelf mijn hele leven al in om voortdurend goede omstandigheden te creëren voor jonge mensen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Ik heb gezien wat het betekent als je veel narigheid meemaakt in je leven en wat bijvoorbeeld de handelingen van een schoolbestuurder betekenen voor het functioneren van een kind.’’

En daarom moet iedere professional afrekenbvaar zijn, omdat het belang van de kinderen en ouders altijd voorop moet staan.

Zo hebben veel professionals, volgens Peeters, nog steeds geen idee op welke stoel ze zitten en hoe groot hun rol kan zijn in de gehele keten bij de ontwikkeling van het kind. ,, En daarom moet iedere professional in iedere positie afrekenbaar zijn, omdat het belang van de kinderen en de ouders altijd voorop moet staan.'' De kwartiermaker bedoelt hiermee dat professionals duidelijke doelstellingen moeten formuleren, waarop ze afrekend kunnen worden.

Ook vindt hij dat er een belangrijke rol is weggelegd voor wethouders. ,,Zonder dat ze op de stoel van schoolbestuurders, jeugdzorg en samenwerkingsverbanden gaan zitten, maar ze moeten professionals gaan uitnodigen en meer verbindingen gaan leggen.’’ Peeters legt uit. ,,De rol die jij als wethouder of voorzitter van een samenwerkingsverband speelt, is van grote invloed op de samenwerking met anderen. Als je voortdurend denkt vanuit je eigen positie dan gaat die samenwerking er nooit komen, want dan ben je alleen maar druk met je eigen organisatiebelang en maak je het anderen lastig.’’

In de komende maanden wil hij daarom niet alleen dat partijen elkaar gaan alleen leren kennen, maar dat ze zich ook durven uit te spreken over botsende belangen en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen. ,,Zodat kinderen weer centraal komen te staan. Als dat niet lukt, dan is mijn opdracht mislukt.’’ Dat is ook het geval als het een papieren tijger wordt die geen vorm gaat krijgen in de dagelijkse realiteit. ,,Een goed rapport moet tastbaar worden en dan bij voorkeur een goed voorbeeld in de praktijk gaan opleveren.” stelt Peeters.

En dan is er nog die ene uitdaging. Zijn grootste uitdaging, want dat het MBO en de kinderopvang niet bij de coalitie zijn aangesloten is volgens Peeters onverteerbaar. ,,Die moeten nog erbij.’’

*

  • Onderwijs: PO-Raad, VO-raad, LECSO (Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs, Netwerk Leidinggevende Passend Onderwijs, Samenwerkingsverbanden Voortgezet onderwijs, Netwerk Organisatie Directeuren Samenwerkingsverbanden VO;

  • Gemeenten: Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG);

  • Jeugdhulp/zorgbranches: ActiZ, GGD GHOR, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland , Sociaal Werk Nederland;

  • Cliënt/ouderorganisaties: Ieder(in), MIND, Ouders en Onderwijs;

  • Kenniscentra: Nederland Jeugdinstituut, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ);

  • Ondersteuningsstructuur zorglandschap jeugdhulp en jeugdbescherming: Ambassadeur Zorglandschap Jeugd;

  • Zorgverzekeraars Nederland is toehoorder;

  • De coalitie werkt in nauwe afstemming en met financiële steun van met het Ministerie van OCW en het Ministerie van VWS.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 4 september 2018

Nieuwscategorieën