Onderwijsinspectie publiceert COVID-19-monitor

Wat deden scholen in de periode van schoolsluiting tot aan 23 april, om het onderwijs zo goed mogelijk te continueren? Met die vraag belde de onderwijsinspectie naar besturen en schoolleiders. Vandaag publiceert ze een monitor.

Een greep uit de conclusies:

  • Bijna de helft van de besturen (45%) maakte gemeenschappelijke afspraken met hun scholen over de inrichting van het afstandsonderwijs. Iets meer dan de helft van de besturen (55%) gaf aan dit niet te doen. Als er afspraken waren gemaakt, gingen die vooral over de inhoud, de omvang en tijd en inzet en rol van het personeel.
  • Veel besturen uitten grote waardering voor de snelheid en creativiteit waarmee het afstandsonderwijs door hun scholen is opgezet. Besturen zagen dat de leraren enorm hard werkten. Veel besturen waren daarnaast trots op de digitale sprong die scholen en leerkrachten hebben gemaakt. Zij zien kansen om hier in de toekomst van te profiteren.
  • Er zijn ook zorgen over personeel en leerlingen. Ook noemden besturen dat voor sommige leerlingen het thuisonderwijs gunstiger zal uitpakken dan voor anderen en verschillen tussen de leerlingen mogelijk groter zijn geworden.
  • Vrijwel alle scholen gaven aan dat zij erin slaagden om afstandsonderwijs te organiseren (94%), een klein deel van de scholen lukte dit gedeeltelijk (6%). De inspectie benadrukt dat dat niet zegt dat deze scholen het minder goed doen, de inspectie heeft het immers niet gecontroleerd. Een grote meerderheid van de leerlingen die afstandsonderwijs volgde, nam hier volledig aan deel: bij 84% van de scholen betrof dit (vrijwel) iedereen, bij 14% was dat ongeveer driekwart van de leerlingen.
  • Scholen gaven aan dat zij met vrijwel alle leerlingen contact hadden sinds zij niet meer naar school kwamen; voor ongeveer de helft van de scholen was dit een of meer keren per dag het geval (52%), voor ruim een derde van de scholen enkele malen per week (37%), voor sommige scholen eens per week (10%) of maximaal eens per twee weken (1%).
  • De meeste scholen kozen bij het geven van afstandsonderwijs voor een selectieve voortzetting van het normale onderwijsprogramma (45%). Daarnaast koos een aanzienlijke groep scholen voor het zoveel mogelijk voortzetten van het reguliere onderwijsprogramma (38%). Een minderheid van de scholen zette in op onderhoud en herhaling (5%) of zette het normale onderwijsprogramma voort, maar op een lager tempo (5%).
  • Een groot deel van de tijd werd besteed aan de basisvakken taal, rekenen en lezen: de meeste scholen (70%) besteedden hier 75-100% van de ingeplande onderwijstijd aan, voor bijna alle andere scholen (28%) was dit 50-75% van de onderwijstijd.
  • Acht op de tien scholen schatten in dat leerlingen gemiddeld minder tijd besteedden aan het afstandsonderwijs dan de gemiddelde reguliere onderwijstijd voor de COVID-19-crisis. Bij de helft van deze scholen ging het om een halvering van de onderwijstijd.

Meer lezen? Je vindt de volledige monitor op de website van de onderwijsinspectie

Laatst gewijzigd: 
donderdag 14 mei 2020

Trefwoorden

Nieuwscategorieën