Onderwijsinspectie publiceert rapport: 'Peil Rekenen-Wiskunde'

De vaardigheid in rekenen-wiskunde van groep 8 leerlingen in het basisonderwijs is tussen 2011 en 2019 toegenomen. Desondanks "leren leerlingen niet zo goed rekenen als ze zouden kunnen", zo stelt de Inspectie van het Onderwijs in het rapport Peil Rekenen en Wiskunde. Het onderzoekt concludeert dat het lastig is voor scholen en leraren om het groeipotentieel van met name rekenvaardige leerlingen te benutten.  

De inspectie stelt dat vaak nog het 1F-referentieniveau wordt nagestreefd, in plaats van 1S. Aan het einde van het (speciaal) basisonderwijs zouden leerlingen in ieder geval het fundamentele 1F-niveau moeten hebben bereikt. Kinderen moeten op dat niveau bijvoorbeeld eenvoudige breuken kunnen ordenen en op een getallijn op volgorde zetten. Het 1S-niveau, oftewel het streefniveau, geeft aan waar een leerling die meer kan, daarnaartoe werkt. Kinderen op de basisschool moeten op dat niveau bijvoorbeeld ook breuken met elkaar kunnen vermenigvuldigen en door elkaar delen. 

Maar sommige leraren zijn zich, volgens de onderzoekers, niet bewust van de collectieve ambitie om met alle leerlingen naar een 1S niveau toe te werken. Daardoor blijft met name bij rekenvaardige leerlingen die de stof snel beheersen potentieel onbenut. Dit omdat er in de klas vaak meer aandacht gaat naar leerlingen die de rekenstof onvoldoende eigen zijn, zo concludeert het rapport. Er valt dus winst te behalen door de leerlijn aan te laten sluiten op (ambitieuzere) doelen. 

De PO-Raad deelt de opvatting dat de ambitie omhoog kan, maar vindt het ook belangrijk dat de Onderwijsinspectie oog heeft voor de stappen die het onderwijs de afgelopen tijd heeft gezet. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is namelijk ook dat de Nederlandse groep 6-leerlingen beter rekenen dan voorheen. Die stijgende lijn moeten we als sector vasthouden, terwijl we blijven werken aan kwaliteitsverbetering, ambities voor rekenvaardigheid en de onderwijskwaliteit in het algemeen. Goed onderwijs dat aansluit op de onderwijsbehoeften en (genoeg!) leraren die in staat worden gesteld dat te bieden, zijn nodig. Nu nog extra vanwege de vertraging als gevolg van de coronacrisis. 

Hogere kwaliteit door hogere ambitie 

De resultaten van het rapport zijn niet verrassend. Ook de PO-Raad pleit al langere tijd voor sectorbrede, hogere ambities voor rekenen en taal. Want door zelf ambitieuze doelen te stellen voor de leerresultaten, kunnen scholen er voor zorgen dat hun leerlingen optimaal profiteren van het geboden onderwijs. Een hulpmiddel hierbij is het nieuwe onderwijsresultatenmodel van de Inspectie van het Onderwijs, dat vorig jaar is ontwikkeld en vanaf het schooljaar 2020 – 2021 in gebruik is. Bij de ontwikkeling van dat onderwijsresultatenmodel werd al duidelijk dat er winst te behalen valt door de ambitieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen te verhogen. Om scholen daarbij te helpen is de handreiking ‘Stap voor stap naar schooleigen doelen’ door de PO-Raad ontwikkeld, dat scholen helpt om eigen ambitieuze en realistische schooldoelen te bepalen.  

Evidence-informed 

De ambitie en de kwaliteit moeten (verder) omhoog; er zijn dus interventies nodig. Volgens de onderzoekers van de inspectie is er bijvoorbeeld winst te behalen door meer op individuele onderwijsbehoeften af te stemmen. Ook zou meer zichtbaar gemaakt moeten worden op welke manier de inhoud van lesmethoden bijdragen aan het behalen van een bepaald niveau. Nu zouden de consequenties van de keuze van een bepaalde leerlijn onvoldoende duidelijk zijn voor scholen en leraren. Maar welke interventies zijn kansrijk? De vraag over wat wel en niet werkt in het onderwijs is breder dan alleen rekenmethodieken; deze tijd vraagt onderwijsorganisaties evidence-informed te werken aan onderwijskwaliteit. Over wat evidence-informed werken is en hoe je dat doet, organiseert de PO-Raad op 16 en 21 april een webinar

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 9 april 2021

Nieuwscategorieën