Onderwijsraad: nauwe samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek noodzakelijk

22-11-2011

Op 8 november bracht de Onderwijsraad aan de Tweede Kamer het advies 'Ruim baan voor stapsgewijze verbeteringen' uit. In dit advies pleit de Onderwijsraad voor een nauwe samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek om het onderwijs systematisch en stapsgewijs te verbeteren. De PO-Raad onderschrijft dit advies van harte.

De Onderwijsraad constateert dat de samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek niet vanzelf gaat, terwijl onderwijsverbeteringen kansrijker zijn als ze voortkomen uit knelpunten die scholen zelf ervaren en in gezamenlijkheid tussen scholen en onderzoekers geleidelijk worden ontwikkeld, getest, geïmplementeerd en geëvalueerd. Daarom doet de Onderwijsraad een aantal aanbevelingen.

Stimuleer netwerkvorming
Ten eerste adviseert de Onderwijsraad de verbinding tussen onderzoek en praktijk te versterken door de vorming van netwerken van scholen, universiteit(en), hogescholen en onderwijsontwikkelaars in universitaire onderwijscentra (uoc’s). Doel van deze centra is samen kennis te ontwikkelen op het gebied van onderwijsverbetering. Uitgangspunt daarbij zijn de vragen en uitdagingen waar groepen scholen zich mee geconfronteerd zien.

Bundel en coördineer de verdeling van de middelen
Om scholen en onderzoekers te verleiden tot samenwerking, pleit de Onderwijsraad daarnaast voor meer coördinatie van de verschillende vormen van onderwijsonderzoek en het bundelen van de beschikbare middelen in een regie-orgaan zoals voorgesteld in het Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen. Vertegenwoordiging van onderwijsveld, onderwijsonderzoek en overheid in dit orgaan moet ervoor zorgen dat de verschillende onderzoeksagenda’s beter op elkaar worden afgestemd en dat onderzoek beter aansluit op de praktijk.

Ruimte voor de scholen en kritische blik overheid t.a.v. effectiviteit eigen beleid
Tot slot adviseert de Onderwijsraad dat de overheid scholen de ruimte geeft om op een systematische manier te kunnen werken aan de stapsgewijze verbetering van het onderwijs. Daartoe kan de overheid (via de Inspectie van het Onderwijs) in haar toezicht op scholen een stap terug doen bij scholen die aan de basiskwaliteit voldoen en hun systeem van kwaliteitszorg op orde hebben. Op die manier krijgen deze scholen de ruimte om de voor onderwijsverbetering noodzakelijke risico’s te nemen. Daarnaast zou de overheid volgens de Onderwijsraad zelf kritisch moeten kijken naar de effectiviteit van het eigen onderwijsbeleid. Dit behelst dat het beleid evidence based is (gebaseerd op onderzoek) en zodanig wordt ingevoerd dat een goede evaluatie mogelijk is.

Reactie PO-Raad
De PO-Raad onderschrijft het belang van de samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek en het ten behoeve daarvan vormen van netwerken van scholen, onderzoekers en ontwikkelaars. Dit sluit aan bij de samenwerking tussen schoolbesturen primair onderwijs en onderzoekers in de projecten die onder regie van de PO-Raad worden uitgevoerd vanuit een gedeelte van de middelen die bestemd zijn voor onderzoek- en ontwikkelactiviteiten in de sector primair onderwijs (de zogenaamde Vrijval-SLOA-projecten). De PO-Raad is tegelijkertijd echter van mening dat de subsidie voor praktijkgericht onderzoek niet alleen voorbehouden zouden moeten zijn aan de uoc’s zoals de Onderwijsraad adviseert, maar aan alle samenwerkingsverbanden tussen onderzoekers en scholen met een aanzienlijke schaal en goede plannen voor de verspreiding van de resultaten van het betreffende onderzoek.

Ook het advies van de Onderwijsraad om over te gaan tot bundeling van de middelen en coördinatie van het onderwijsonderzoek in een regie-orgaan, wordt door de PO-Raad gesteund. De PO-Raad vindt het daarbij wel van groot belang dat praktijkonderzoek (temidden van fundamenteel onderzoek en beleidsonderzoek) een duidelijk onderscheiden plek krijgt in de programmering en de verdeling van de middelen. Bovendien vindt de PO-Raad het net als de Onderwijsraad belangrijk dat er niet alleen aandacht uitgaat naar het onderzoek maar ook naar het versterken van de vraagarticulatie bij scholen en schoolbesturen en het verspreiden van de resultaten van onderzoek naar de praktijk. Ook pleit de PO-Raad net als de Onderwijsraad voor een belangrijke rol voor schoolleiders en leerkrachten in de programmering van onderwijsonderzoek. Op die manier zullen de resultaten van onderwijsonderzoek beter aansluiten op de behoeftes en de stapsgewijze verbetering van de onderwijspraktijk.

Laatst gewijzigd: 
maandag 12 december 2011

Nieuwscategorieën