Onderwijsraad over sekseverschillen in onderwijs: Maak leraren bewust van genderstereotypering

De verschillen tussen de schoolloopbanen van jongens en meiden én de verschillen tussen hun latere beroepsloopbanen zijn fors. De Onderwijsraad publiceert een verkenning van Sekseverschillen in het onderwijs en doet aanbevelingen om die te verkleinen. Want verschil mag er zijn, maar de Onderwijsraad bespeurt hier beperking in keuzevrijheid en ongelijke kansen. Leraren hebben over het algemeen positievere verwachtingen van meiden dan van jongens.

Het onderwijs kan helpen de verschillen in school- en beroepsloopbanen tussen jongens en meiden te verkleinen, schrijft de Onderwijsraad in zijn verkenning. Maar het onderwijs kan dat niet alleen. Hier ligt ook een rol voor ouders en de samenleving. In zijn verkenning constateert de Onderwijsraad op drie punten grote verschillen in de school- en beroepsloopbanen van jongens en meiden.

  1. Jongens hebben minder gunstige schoolloopbanen dan meiden - Ze vallen vaker uit dan meiden, blijven vaker zitten en stromen door naar lagere niveaus.
  2. Vrouwen hebben minder gunstige beroepsloopbanen dan mannen - Ze werken vaker dan mannen in deeltijd, verdienen minder en stromen minder vaak door naar management- en topfuncties.
  3. Jongens en meiden zijn ongelijk verdeeld over onderwijssectoren en beroepen - In vergelijking met andere landen binnen de Europese Unie kent Nederland een sterke seksespecifieke opleidings- en beroepskeuze: in de techniek werken voor het overgrote merendeel mannen, in de zorg vooral vrouwen

Hier ontstaan die verschillen

De onderzoekers zien de verschillen tussen jongens en meiden op een aantal niveaus ontstaan.

  • Thuis – Waar kinderen zich identificeren met rolmodellen binnen het gezin.
  • Onder leeftijdgenoten - Jongensculturen zijn over het algemeen minder gericht op leren en school dan meidenculturen.
  • Op school - Jongens krijgen de meeste aandacht van leraren, zowel positieve als negatieve. Alle leraren (man en vrouw) hebben genderspecifieke verwachtingen van jongens en meiden. Mannelijke én vrouwelijke leraren hebben over het algemeen positievere verwachtingen van meiden dan van jongens. Daarnaast kunnen stereotypen in het curriculum en in leermiddelen leiden tot verschillen in motivatie en prestatie. Stereotypen komen nog steeds voor: vrouwen zijn systematisch ondervertegenwoordigd in boeken voor de vakken Nederlands en wiskunde.
  • In de samenleving – Door keuzes in beleid en sociaal-culturele en economische factoren

Denkbeelden van leraren

Leraren nemen ook stereotiepe denkbeelden mee het onderwijs in, constateert de Onderwijsraad. En die denkbeelden komen tot uitdrukking in hun verwachtingen en gedrag en de manier waarop ze leerlingen begeleiden en stimuleren. Dat kan ertoe leiden dat jongens en meiden ongelijke kansen krijgen.

Wat is het probleem?

Dus er werken meer mannen in de techniek en meer vrouwen in de zorg… Nou en? Toch vindt de Onderwijsraad dit een probleem. Want verschillen in school- en beroepsloopbanen kunnen leiden tot onderbenutting van wat kinderen en jongeren in hun mars hebben en tot belemmeringen in het maken van keuzes. De Onderwijsraad vindt het belangrijk dat jongens en meiden de mogelijkheid krijgen hun capaciteiten te ontwikkelen en zich vrij voelen een school- en een beroepsloopbaan te kiezen die daarbij passen. Verschil mag er zijn, maar niet door beperking in keuzevrijheid of ongelijke kansen.

Creëer bewustwording in het onderwijs

De Onderwijsraad adviseert de Onderwijsministers op drie manieren meer bewustwording te creëren over genderstereotypering in het onderwijs.

  1. Stimuleer bewustwording bij leraren van genderstereotypering. Want doordat leraren (lage) verwachtingen hebben, zullen die ook uitkomen.
  2. Voorkom stereotypen in loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Zet in op een brede, genderneutrale oriëntatie en verleid jongens en meiden minder stereotiepe keuzes te maken.
  3. Voorkom stereotypen in lesmateriaal. Gebruik beschikbare middelen om het materiaal daarop door te lichten.

Ook adviseert de raad schoolleiders en leraren aandacht te hebben voor individuele verschillen en geen seksespecifieke aanpak in te zetten. Het benoemen van bepaalde behoeften of kenmerken als ‘typisch’ voor jongens of meiden, kan stereotyperend werken.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 8 oktober 2020

Nieuwscategorieën