Onderzoek naar loongebouw primair onderwijs

Een meerderheid in de Tweede Kamer hecht, net als de PO-Raad, groot belang aan flexibele routes voor instromende leraren, met daarbij ook aandacht voor academische verdieping en loopbaanperspectief. De Tweede Kamer debatteerde op 18 november over leraren en lerarenbeleid. Staatssecretaris Dekker heeft toegezegd onderzoek te doen naar het loongebouw in het primair onderwijs. Uit dit onderzoek moet blijken of het loongebouw voldoende mogelijkheden biedt voor instroom van academisch opgeleide leraren in het basisonderwijs.

De aanleiding voor het debat was de voortgangsrapportage Lerarenagenda van minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. De PO-Raad stuurde hierover een brief aan de Tweede Kamer. De PO-Raad vraagt daarin aan Tweede Kamer om niet alleen naar de inspanningen in het kader van de Lerarenagenda te kijken, maar ook naar de uitvoering van de afspraken uit het Bestuursakkoord en de cao.

De PO-Raad vindt de focus op alleen de positie van leraren te beperkt: schoolleiders en schoolbestuurders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid. Daarnaast heeft de PO-Raad aandacht gevraagd voor meer diversiteit in de schoolteams en voor een kwaliteitsimpuls in het primair onderwijs door meer ruimte te maken voor meer masteropgeleide en academisch opgeleide leraren. Dit kan door de ontwikkeling van meer en aantrekkelijke routes voor instromende leraren en door ervaren leraren de kans te bieden zich verder te scholen. De Tweede Kamer heeft in dit kader de Verkenning universitaire lerarenopleiding voor het primair onderwijs ontvangen.

Andere uitkomsten van het debat van 18 november waren:

  • De staatssecretaris gaf aan dat de invoering van de functiemix een enorme verandering teweeg heeft gebracht binnen de schoolteams. Hij heeft toegezegd onderzoek te doen naar de effecten van de functiemix op de onderwijskwaliteit en of dit geleid heeft tot verschillende carrière-paden voor leraren.
  • Een goed hr-beleid is een vliegwiel voor allerlei ambities uit het Bestuursakkoord, de cao en de Lerarenagenda. De staatssecretaris gaf aan blij te zijn met de door de PO-Raad en de vakbonden gemaakte cao-afspraken over peer review en de begeleiding van startende leraren. De Tweede Kamer sprak zijn zorgen uit over peer review en hr-cyclus (van functioneringsgesprekken) in het primair onderwijs en de signalen dat dit nog niet in voldoende mate gebeurt. De PO-Raad herkent dit beeld niet. De staatssecretaris heeft toegezegd hier nader naar te kijken, mogelijk worden deze instrumenten verkeerd gemeten en geeft het daarom een verkeerd beeld.
  • Veel aandacht in de Tweede kamer voor daling van de instroom in de Pabo. Dit komt door strenge toelatingseisen en zal naar verwachting leiden tot een lager uitvalpercentage in het eerste jaar. De minister gaf aan dat ze in het najaar van 2016 meer zicht heeft op hoe de eerstejaarsstudenten van het schooljaar 15/16 het ervan af hebben gebracht. Ze is niet voornemens om haar beleid op basis van de eerste signalen aan te passen. Zij zal de instroom monitoren. De PO-Raad is daar blij om temeer omdat er nu al signalen zijn dat de kwaliteit van de instroom beter is dan in eerdere jaren.
  • De minister heeft toegezegd de herijkte bekwaamheidseisen van de Onderwijscoöperatie vast te stellen en op te nemen in de wet.

Binnenkort is er een vervolgdebat waarin de leden van de Tweede Kamer over de onderwerpen moties in kunnen dienen.

    Laatst gewijzigd: 
    donderdag 19 november 2015

    Nieuwscategorieën