Onderzoek naar verband tussen bewegen en leerprestaties

10-03-2015

Wat is de precieze werking van bewegen op leerprestaties? Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit gaan dit samen met Cito onderzoeken. Er zijn aanwijzingen dat bewegen goede effecten heeft op leerprestaties van kinderen. De precieze effecten en welke vormen van bewegen invloed hebben op welke cognitieve prestaties, dat is nooit onderzocht.

Literatuuronderzoek: causaal verband tussen beweging en schoolprestaties?

De twaalf wetenschappers analyseren bestaande literatuur. Bijvoorbeeld uit de Verenigde Staten en Groot Brittannië. Er is veel data beschikbaar. De wetenschappers bekijken of er causale verbanden tussen beweging en schoolprestaties zijn in deze literatuur. In november presenteren de onderzoekers de resultaten van het literatuuronderzoek.

Praktijkonderzoek: verbeteren van fitheid en aanleren nieuwe bewegingsvaardigheden

Daarnaast voeren de onderzoekers twee interventies uit op basisscholen, gebaseerd op twee theorieën.

  1. Verbeteren van fitheid: het idee is dat de hersenen van fittere kinderen beter worden doorbloed. Daardoor kunnen ze beter en langer hun aandacht bij taken houden en zich beter concentreren. Op twaalf basisscholen rondom Amsterdam onderzoeken de wetenschappers dit concept. Kinderen van zes tot twaalf  jaar worden verdeeld over twee groepen, een onderzoeksgroep en een controlegroep. De ene groep gaat tijdens schooltijd extra oefenen op uithoudingsvermogen en kracht om zo de conditie te verbeteren. De andere groep blijft doen wat het normaal gesproken doet.”
  2. Aanleren nieuwe bewegingsvaardigheden: het dribbelen met een basketbal, een salto in de trampoline, enzovoorts. Het idee is dat nieuwe vaardigheden nieuwe verbindingen in de hersenen met zich meebrengen. Zo ontwikkelen hersengebieden zich, die ook een rol spelen bij academische vaardigheden. Het gaat dan met name om werkgeheugen en plannen. Door die hersengebieden met behulp van het aanleren van nieuwe beweegvaardigheden te ontwikkelen, worden ze ook beter in vaardigheden die nodig zijn om goed te leren. Kinderen van twaalf bassischolen in Groningen worden verdeeld in een onderzoeksgroep en controlegroep.

De Amsterdamse en Groningse kinderen krijgen extra bewegingslessen van leerkrachten die de onderzoekers hebben aangesteld. Zo krijgen ze het goede programma. Na twee jaar volgt een vergelijking van de schoolresultaten van beide groepen, en ook de resultaten van de leerlingen ten opzichte van zichzelf. Voor én na de interventies maken de onderzoekers een MRI-scan van de hersenen van de kinderen. Waarom? Om te zien of bepaalde hersengebieden zich meer of minder hebben ontwikkeld. Het praktijkonderzoek moet op 1 maart 2018 klaar zijn.

OCW

De onderzoekers hebben voor dit onderzoek een subsidie van 425.000 euro gekregen van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 13 maart 2015

Nieuwscategorieën