Onderzoek Regioplan: onverantwoord om geld prestatiebox anders te verdelen

Het is onverantwoord om geld uit de zogenoemde Prestatiebox te herverdelen. Bijvoorbeeld door het geld te besteden aan lerarensalarissen. Dat blijkt uit onderzoek van Regioplan in opdracht van ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Een herverdeling leidt volgens het onderzoeksbureau vooral tot het wegbezuinigen van bijscholing en andere professionaliseringsactiviteiten, en van medewerkers met extra functies, zoals coördinatoren en begeleiders. Hierdoor neemt de werkdruk voor leraren mogelijk toe, is er minder extra aandacht voor leerlingen die dat nodig hebben en zullen de klassen groter worden.

Geld naar talentontwikkeling en professionalisering

Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de meeste besturen het prestatieboxgeld uitgeven aan twee lijnen van het bestuursakkoord: talentontwikkeling en professionele scholen. Bevraagde besturen stellen dat het snijden in de prestatiebox daarom ‘ten koste gaat van de kwaliteit van docenten en daarmee van de kwaliteit van het onderwijs’. Bovendien lopen de meeste activiteiten vanuit de prestatiebox nog door na dit jaar. Met een bezuiniging moeten besturen deze activiteiten verminderen of zelfs helemaal stoppen. Dit doet volgens de onderzoekers in het slechtste geval de behaalde resultaten teniet.

Minister Slob (onderwijs) laat in een brief weten dat er nog wel verbetering nodig is op het op het gebied van verantwoording en inzicht in de bestedingen. De PO-Raad neemt deze kritiek ter harte en stimuleert besturen dan ook om dit te verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van bestuurlijke visitaties, de Code Goed Bestuur en Primair Onderwijs in Cijfers en de benchmark voor po en vo die op dit moment ontwikkeld wordt.  

Reistijd en beschikbaarheid gymzalen knelpunten bij bewegingsonderwijs

In het bestuursakkoord stond bovendien de ambitie dat alle leerlingen minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs krijgen van een vakleerkracht. Niet alle scholen halen deze ambitie. Het vrijdag gepubliceerde onderzoek van Ecorys wijst uit dat niet iedere school een visie op bewegingsonderwijs heeft of hier prioriteit aan geeft. Daarnaast is voor veel scholen de reistijd naar de gymzaal een belemmering. Bewegingsonderwijs vraagt daardoor een tijdsinvestering die verder reikt dan twee uur. In het toch al volle onderwijsprogramma besteden diverse scholen deze tijd liever aan andere vakken, zoals taal en rekenen. Ook de beschikbaarheid van bevoegde leerkrachten is volgens veel scholen een knelpunt. Ecorys stelt verder dat het organiseren van goed bewegingsonderwijs een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van scholen, gemeenten en het Rijk. 

Minister: eind 2020 scenario’s voor toekomst prestatiebox

De minister laat ook weten dat hij 2020 gebruikt voor het ontwikkelen van een nieuwe inrichting van de prestatiebox. Een van de mogelijke scenario’s die Slob noemt is de optie ‘om de middelen structureel beschikbaar te stellen aan besturen en scholen, maar dat over de besteding daarvan (net als bij de werkdrukmiddelen) gemeenschappelijke besluitvorming plaatsvindt en er achteraf meer en betere verantwoording zal plaatsvinden’. Daarnaast kijkt Slob naar de mogelijkheid ‘enkele prioritaire thema’s te kiezen en daarvoor een ander instrument (bijvoorbeeld subsidie) te gebruiken’. De PO-Raad denkt graag mee bij de ontwikkeling van deze scenario’s.

Bovendien gaat de minister in gesprek met de PO-Raad, VO-raad en vertegenwoordigers van schoolleiders, leraren en (onderwijs)ondersteuners over de toekomstige inzet van de prestatieboxmiddelen. Dit moet er volgens Slob voor zorgen dat besturen en scholen op 1 januari 2021 duidelijkheid hebben over de prestatiebox.  

 

Laatst gewijzigd: 
maandag 3 februari 2020

Trefwoorden

Nieuwscategorieën