Onderzoek wijst uit: methodes PRIMA en Taakspel binnen een jaar effectief tegen pesten

Bijna een derde van de leerlingen in het primair onderwijs wordt wel eens gepest op school, één op de veertien zelfs meerdere keren per week. Dat concluderen onderzoekers van vijf samenwerkende Nederlandse universiteiten en het Trimbos-instituut in een vandaag verschenen rapport. Het goede nieuws is dat er iets aan te doen is. Een aantal specifiek op pesten gerichte programma’s blijkt binnen een jaar positief effect te hebben.

Vooral het programma PRIMA en voor jonge kinderen Taakspel zijn binnen een jaar effectief tegen bepaalde aspecten van pesten. De Kanjertraining heeft geen aantoonbaar effect op pesten in het algemeen, maar lijkt wel een positief effect te kunnen hebben in klassen met veel conflicten, met name wanneer het wordt gegeven door een externe psycholoog. Het programma Alles Kidzzz, dat zich specifiek richt op individuele kinderen met ernstige gedragsproblemen, vermindert deze problemen volgens leerkrachten sterk.

Succesfactoren en knelpunten

Wat precies de werkzame elementen uit de onderzochte programma’s zijn, daarover geeft het onderzoek geen duidelijkheid. Wel zien de onderzoekers dat structurele monitoring van de sociale veiligheidsbeleving van leerlingen essentieel is om pesten goed aan te pakken. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat één op de drie gepeste leerlingen het aan niemand vertelt. Verder bevelen de onderzoekers aan om scholen zelf te laten bepalen hoe zij pesten aanpakken, ‘gezien het belang van goede uitvoering door gemotiveerde leerkrachten.’ Ook werkdruk wordt genoemd als belangrijke reden waarom het op sommige scholen hapert in de uitvoering.

Ander knelpunt bij een goede aanpak van pesten is de organisatorische context, schrijven de onderzoekers. Individuele pesters en pestslachtoffers krijgen in sommige gemeenten niet de beste behandeling, omdat verantwoordelijkheden niet duidelijk zijn door de verschillende transities (bijvoorbeeld zorg voor jeugd en passend onderwijs).

Wat vindt de PO-Raad?

De PO-Raad is blij met het onderzoek, omdat het inzicht geeft in de effectiviteit van de programma’s. Het helpt scholen bij het maken van een goede keuze. Wel blijft het effect van antipestprogramma’s sterk afhankelijk van de uitvoering. Alleen al het bespreekbaar maken van pesten vormt voor veel leerkrachten nog altijd een grote uitdaging.

In een artikel in de Volkskrant waarschuwt de PO-Raad dat zij goede monitoring van sociale veiligheid uitermate belangrijk vindt, maar dat 'we moeten oppassen dat we scholen en leerlingen niet onnodig belasten met onderzoeken en vragenlijsten’.

De PO-Raad benadrukt dat, zoals ook uit dit onderzoek blijkt, de school dit probleem niet alleen kan oplossen. Ook ouders, jeugdhulp en gemeenten hebben een rol. Die laatsten moeten immers zorgen dat het jeugdhulpaanbod aansluit bij de vraag in complexe situaties, waarin ouders, kind(eren) en school er niet in slagen het pestprobleem op te lossen. De PO-Raad hoopt desalniettemin dat alle scholen de aanbevelingen ter harte nemen, want ieder kind dat gepest wordt is er één teveel.

Lees hier het rapport ‘Wat werkt tegen pesten?’

In een brief aan de Tweede Kamer laat minister Slob (Onderwijs) weten blij te zijn met de bewustwording op scholen rondom pesten en de verantwoordelijkheid die scholen in het funderend onderwijs hierin nemen. De minister wil toe naar een situatie waarin ieder kind zich veilig voelt op school en vindt het daarom van belang goed te blijven monitoren op de effectiviteit van de antipestprogramma's. 

Laatst gewijzigd: 
maandag 28 mei 2018

Nieuwscategorieën