Ook politiek wil geen ‘Haagse normen’ voor klassengrootte

02-04-2014

Niet de politiek maar scholen zelf moeten zeggenschap hebben over de grootte van hun klassen. Zowel staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) als een meerderheid in de Tweede Kamer vinden het onverstandig van bovenaf op te leggen hoeveel leerlingen een klas maximaal mag tellen, zo bleek woensdag in een Kamerdebat.

De politici reageerden daarmee op het burgerinitiatief ‘Stop de overvolle klassen’, van een groep leraren van Leraren in Actie. Zij vinden dat de overheid paal en perk moet stellen aan de grootte van een schoolklas: Die zou met ingang van het schooljaar 2014-2015 uit maximaal 28 leerlingen moeten bestaan. Vervolgens moet het leerlingaantal in iedere klas in drie jaar worden afgebouwd naar maximaal 24. Alleen SP en PVV zijn voorstander van een dergelijk plan.

Dekker en een meerderheid van de Tweede Kamer scharen zich met hun opvatting in hetzelfde kamp als de PO-Raad. Zij vindt dat de discussie op schoolniveau moet plaatsvinden, omdat scholen dan een afweging kunnen maken wat goed is en past bij hun onderwijsconcept. Sommige scholen kiezen er bewust voor de klassen weliswaar groter te houden, maar te zorgen voor bijvoorbeeld extra klassenassistenten.

‘Haagse normen’ bieden dan ook een ‘schijnoplossing’, stelde Dekker. Beter is het goed te letten op de kwaliteit van het onderwijs en de leraren, vindt ook de Tweede Kamer.

Met het geld uit het Herfstakkoord is dat mogelijk en kunnen meer handen in de klas worden georganiseerd, stelde de Kamer. Om daarnaast ook de klassen substantieel kleiner te maken, is veel meer geld nodig, besefte de Kamer. Dekker rekende voor: Het kost een miljard euro om klassen met één à twee leerlingen kleiner te maken.

Hij zegde daarnaast toe te laten onderzoeken of scholen kunnen worden verplicht hun medezeggenschapsraad uitleg te geven wanneer zij kiezen voor klassen van dertig leerlingen of meer. 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 26 juli 2017

Trefwoorden

Nieuwscategorieën