Oordeel Inspectie over onderwijs wordt inzichtelijker

Een nieuwe wet moet het voor schoolbesturen duidelijker maken waarop de Inspectie van het Onderwijs hun scholen beoordeelt. De Eerste Kamer stemde hiertoe dinsdag in met het initiatiefwetsvoorstel Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht van SGP, D66 en CDA.

De Inspectie mag scholen officieel alleen beoordelen op 45 wettelijk vastgestelde deugdelijkheidseisen, de minimumkwaliteit. In de praktijk is het voor scholen vaak onduidelijk of die haar oordeel daadwerkelijk daarop baseert of dat ook andere inzichten een rol spelen. Ook worden stimulerende woorden van de toezichthouder, bedoeld om scholen te helpen bij het verder verbeteren van hun onderwijs, nog wel eens ervaren als oordeel. Beide taken, oordelen en stimuleren, liepen daarmee door elkaar heen.

Wat er verandert

De nieuwe wet moet hierin verandering brengen en bakent de taken van de Inspectie duidelijker af. Stimuleren, blijft haar taak, maar de wet schrijft nu expliciet voor dat de Inspectie haar oordeel enkel en alleen nog mag baseren op de deugdelijkheidseisen. De PO-Raad, die heeft meegepraat over het wetsvoorstel, heeft al eerder laten weten de kern van het voorstel te onderschrijven.

De eisen

Wat de deugdelijkheidseisen precies zijn en of die nog voldoen, is een andere discussie die later dit jaar zal worden gevoerd. De nieuwe wet zegt hier niets over. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) heeft beloofd nog voor de zomer met een overzicht te komen. De kans is groot dat de deugdelijkheidseisen daarna worden aangepast omdat ze nu al voor veel scholen niet helder en expliciet genoeg zijn. De PO-Raad houdt hierbij vinger aan de pols. Ze vindt het belangrijk dat de sector over de eisen meepraat en dat die niet door de politiek worden bepaald. De Kamer nam alvast een motie aan van de VVD die regelt dat de regering terughoudend moet zijn bij het toevoegen van nieuwe deugdelijkheidseisen. Ook zouden de die eisen eens per vier jaar weer eens tegen het licht moeten worden gehouden.

Naar gedifferentieerd toezicht?

In het verlengde hiervan staat ook ter discussie of de Inspectie anders toezicht moet gaan houden. De minister en staatssecretaris van Onderwijs willen onder meer dat de Inspectie breder naar het onderwijs gaat kijken in plaats van voornamelijk naar taal en rekenen. Ook willen ze de normen voor basiskwaliteit verhogen. De PO-Raad vindt dit bezwaarlijk omdat dit niet leidt tot beter onderwijs voor leerlingen. Bovendien worden scholen die zich de afgelopen jaren hard hebben ingezet om hun onderwijs te verbeteren, zo niet gestimuleerd maar wellicht afgestraft. Het aantal zeer zwakke en zwakke scholen neemt de laatste jaren af.

De vraag is ook of de Inspectie gedifferentieerd toezicht moet houden. De PO-Raad is hier voorstander van, maar vindt dat de Inspectie niet gedifferentieerd moet oordelen en predicaten ‘voldoende’ en ‘goed’ moet uitdelen, zoals de Inspectie zelf wil. Ze maakt zich onder meer zorgen dat scholen daardoor geprikkeld worden te werken voor een predicaat in plaats van dat ze het doen omdat ze de leerling goed onderwijs willen bieden.

De Tweede Kamer praat hier naar verwachting na de zomer over.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 augustus 2018

Nieuwscategorieën