Op de verlanglijst voor het po: Onderwijs op maat met ICT

Ruim honderd leerlingen telt haar school voor ‘neveninstromers’ momenteel. Dat zijn zeven groepen kinderen uit heel diverse landen, met in iedere groep leerlingen van heel verschillende niveaus. En iedere dag komen er weer nieuwe kinderen bij. ,,Onlangs kwam een 7-jarig meisje uit Bulgarije bij ons binnen dat nog geen enkele vorm van onderwijs had gehad. In dezelfde klas zit een Syrisch kind dat juist heel ver is met leren.’’ Ga er maar aan staan als leerkracht.

Aan het woord is Wilma Timmer, directeur Centrale Opvang Neveninkomers bij het Samenwerkingsverband Schiedam, Vlaardingen, Maassluis. Dagelijks ziet ze hoe belangrijk het is dat scholen les op maat kunnen bieden, afgestemd op waar individuele leerlingen staan. De diversiteit aan leerlingen op haar school is enorm. Het niveau in één klas kan mijlenver uit elkaar liggen, een deel – vooral de vluchtelingenkinderen - heeft een trauma, ze spreken allemaal een andere taal en geen Nederlands en hun achtergrond is enorm verschillend. ,,Zo zijn er leerlingen aan wie we letterlijk moeten uitleggen wat een wc is en hoe je die gebruikt.’’

De leerkracht moet op al die verschillen kunnen inspelen. Dat vraagt in de eerste plaats iets van de leraar zelf. Ieder kind krijgt altijd individueel instructie. Maar om iedereen genoeg aandacht te geven, les te geven op zijn niveau, kunnen ook digitale en adaptieve leermiddelen een heel belangrijke rol spelen, stelt Timmer.

Sommige leerlingen moet je letterlijk uitleggen hoe je een wc gebruikt.

Een opvatting die de PO-Raad onderschrijft. Niets voor niets roept ze in haar verkiezingspamflet de politiek op het mogelijk te maken dat scholen de mogelijkheden van ICT ‘optimaal kunnen benutten’. Adaptieve digitale leermiddelen kunnen zich aanpassen aan het niveau van het kind. Een leerling die zijn klas ver vooruit is, krijgt vrijwel automatisch opdrachten die hem uitdagen. Een leerling die extra oefening nodig heeft, kan extra oefenen. Zo kan ieder kind zijn talent ontplooien.
ICT helpt de leerkracht op zijn beurt om goed aan te sluiten bij het niveau van kinderen en bij ontwikkelingen in de maatschappij. En hij is minder tijd kwijt aan nakijkwerk en administratie.

Passend onderwijs

Dat ontlasten van de leraar is een van de belangrijke redenen dat ook Wico Blokland, directeur van de School met de Bijbel uit Noordeloos, druk doende is te onderzoeken hoe hij ICT in zijn onderwijs kan implementeren. Want als enige dorpsschool is de School met de Bijbel dé plek waar alle kinderen uit het dorp zich verzamelen. Hoogbegaafde kinderen, kinderen die moeilijk leren, leerlingen met een lichamelijke handicap, en een keer een meisje met het syndroom van Down, op Bloklands school leren alle kinderen met en ook van elkaar. ‘Met elkaar voor ieder kind’, luidt dan ook het motto van de school die daarmee zorgt voor maximaal passend onderwijs. De meesters en juffen moeten veel differentiëren. ,,Als je alleen al het nakijken en administratie aan computers kunt overlaten, houden onze leraren weer meer tijd over om aan leerlingen te besteden.’’

Door ICT houden onze leraren weer meer tijd over om aan leerlingen te besteden.

Onlangs sloot Blokland enkele proefabonnementen met adaptieve onderwijsplatforms en leermiddelen om te kijken wat bij zijn school past: waar zijn leraren en leerlingen van profiteren, welke middelen passen bij de onderwijsvisie van de school. Voor iedere school kan dat anders zijn.

Blokland hoopt met het inzetten van ICT bovendien meer aan te sluiten bij de belevingswereld van veel kinderen en tegelijkertijd kansenongelijkheid te verminderen. Veel van hen werken thuis al met tablets. Maar lang niet alle ouders kunnen dit betalen en dus zijn er ook leerlingen die er niet mee in aanraking komen. ,,Op school moeten álle kinderen álle mogelijkheden geboden krijgen’’, vindt Blokland daarom. Zijn school doet om die reden mee met een project van de gemeente die lessen mediawijsheid geeft. Zo leert ieder kind in het dorp een vlog maken. Ook als ze thuis het geld niet hebben voor een smartphone of computer.

Kansengelijkheid

De wil en inzet is er. Toch stuitte de School met de Bijbel op een probleem. Vooralsnog kunnen maar vier leerlingen tegelijk van een computer gebruik maken. Als de vijfde inlogt, protesteert het internet. Het zijn deze randvoorwaarden, zoals goed internet, die op orde moeten zijn voordat je echt van ICT kan profiteren, zegt Blokland. De overheid heeft hier volgens hem een belangrijke verantwoordelijkheid. Een werkgroep binnen de gemeente Giessenlanden, waar Noordeloos onder valt, heeft dit opgepakt en gaat nu zorgen voor een glasvezelverbinding. Blokland denkt als directeur met deze werkgroep mee hoe ook het onderwijs hier optimaal gebruik van kan maken.

Ook dit, zegt Blokland, zorgt voor meer kansengelijkheid. ,,Onze leerlingen gaan straks naar een middelbare school Gorinchem waar ook kinderen zitten uit buurten waar goed internet veel vanzelfsprekender is dan bij ons. Kinderen die veel meer kansen hebben gehad met ICT. ,,Afkomst en woonplaats mag geen kind op achterstand stellen.’’

Versnellingsvraag

Voor Wilma Timmer is het belangrijk dat ook de leermiddelen zelf meer op maat worden ontwikkeld, afgestemd op leerlingen die de Nederlandse taal niet of minder machtig zijn. Veel kinderen op haar school zijn slim genoeg om opdrachten goed te maken, maar doen dat niet omdat ze de Nederlandse instructie niet goed begrijpen. In potentie kunnen digitale leermiddelen dus veel meer voor deze leerlingen betekenen dan ze nu doen. Dat is uiterst belangrijk, benadrukt Timmer, want na een of anderhalf jaar op haar school stromen de leerlingen het reguliere onderwijs in. ,,Als je alles uit deze leerlingen wilt halen en wilt zorgen voor een goede aansluiting op hun volgende school, moeten ook de leermiddelen beter aansluiten.’’

Timmer diende daarom bij de PO-Raad en Kennisnet een versnellingsvraag in. Zij vraagt de organisaties te helpen bij het toegankelijk maken van reguliere methodes voor nieuwkomersonderwijs. De komende maanden werken zij hier samen aan. Pas als dit gelukt is, kunnen de leerlingen echt aan de slag met digitale leermiddelen. En daarvan, is Timmers overtuiging, profiteren zij hun hele leven.

Manifest: Nú investeren in onderwijs van morgen
De diverse politieke partijen reppen in hun partijprogramma’s amper met een woord over ICT in het onderwijs. Een gemiste kans, vinden de PO-Raad en dertien andere partijen. Op 19 januari presenteerden zij daarom een manifest waarin onderwijs en marktpartijen beloven samen te werken aan enkele belangrijke randvoorwaarden voor goed onderwijs met ICT. Zij roepen de overheid op ook haar verantwoordelijkheid te nemen. Zo willen ze dat die zorgt voor een goede digitale snelweg tot aan de voordeur van iedere school en internet ín de school subsidieert. Daarnaast roepen ze op de btw op digitale leermiddelen te verlagen en opleidingen mogelijk te maken die leraren met academische vaardigheden afleveren. Een nieuw kabinet kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. PvdA-Kamerlid Joyce Vermue en D66-Kamerlid Paul van Meenen onderschreven het manifest.

Ook ondertekenen? Dat kan hier.

Verplicht programmeren? Nee, zegt PO-Raad
Dat ICT een belangrijke rol kan spelen in het onderwijs, daarvan zijn velen overtuigd. Daarnaast is er een stevige lobby gaande van bedrijven en organisaties als Stichting CodeUur die vakken programmeren of coderen in het basisonderwijs willen verplichten. Dat is nodig om goed voorbereid te zijn op de banen van de toekomst en om het tekort aan technici op de arbeidsmarkt aan te pakken, vinden ze.
De PO-Raad onderschrijft het belang van het leren van digitale vaardigheden maar vindt dat scholen hier op hun eigen manier vorm aan moeten kunnen geven. Hoe dat precies kan en wat kinderen dan zouden moeten leren, daarover spreekt het onderwijsveld binnen het traject Onderwijs2032. De PO-Raad vindt het belangrijk dat scholen een eigen visie ontwikkelen op het gebruik van ICT en het integreren in hun onderwijs. Zo kunnen scholen het aanleren van digitale vaardigheden integreren in bijvoorbeeld aardrijkskunde-of rekenlessen. Scholen een vak programmeren opleggen, druist bovendien in tegen de vrijheid van onderwijs. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld vakken die horen bij wetenschap en technologie en cultuur. Scholen moeten de ruimte krijgen om hierover zelf keuzes te maken die passen bij hun leerlingen, ouders, de omgeving, de leraar en de school.

Laatst gewijzigd: 
maandag 10 april 2017

Nieuwscategorieën