Op pad met Rinda den Besten

17-12-2013

De PO-Raad voorzitten vanuit een bureaustoel is wat Rinda den Besten betreft niet hoe het hoort. De stijl-Den-Besten is eropuit gaan. Bij leden, hun scholen en leerlingen langs om met eigen ogen te zien hoe het ervoor staat met het primair onderwijs. De afgelopen driekwart jaar maakte de voorzitter van de PO-Raad op die manier kennis met zo'n tweehonderd besturen. Een terugblik op haar ’veldonderzoek’ aan de hand van bijzondere en opvallende momenten.

- Het allereerste bezoek

,,Mijn eerste contact met schoolbesturen van de PO-Raad vond plaats nog voordat ik echt als voorzitter aan de slag was gegaan. Het was in maart van dit jaar dat ik naar een bijeenkomst van het VeeBee-netwerk ging (landelijk netwerk van bestuurders in het protestants-christelijk primair onderwijs). Ik werd heel warm ontvangen en kreeg meteen te maken met een belangrijk vraagstuk, het imagovraagstuk. De besturen vonden dat de sector te veel aan de leiband van het ministerie van Onderwijs liep. Neem meer afstand van het ministerie, was hun verzoek daarom. Een signaal dat de PO-Raad nog steeds zeer serieus neemt. Om de sector goed te kunnen vertegenwoordigen, moeten we een eigen identiteit hebben en uitstralen. Dat betekent niet dat we ons constant tegen het ministerie moeten afzetten. Nee, we trekken ons eigen plan, zijn kritisch naar OCW als dat moet maar trekken ook met de staatssecretaris en anderen op als dat in het belang is van de leerling.’’

-Het nieuwe inzicht

,,Ik zeg het vaker, maar meen het echt als ik zeg dat ik in de eerste maanden bij de PO-Raad heb gemerkt hoeveel goeds er gebeurt in het primair onderwijs. De moeilijke tijd waar besturen en hun scholen goed mee omgaan, het hart dat ze hebben voor hun leerlingen, het goede onderwijs dat ze geven. Ik neem er mijn petje voor af! Een inspirerend voorbeeld in dat verband was een bestuur in Friesland. Ik zag hoe het over de eigen schouders heen keek. Naast de gigantische krimp waar het bestuur mee te maken had, had het nauwelijks budget. Toch werd er een Integraal Kindcentrum opgezet. Het hele dorp werd erbij betrokken. De buurman uit de buurt werd ingehuurd voor muziekles en ga zo maar door. Die betrokkenheid, dat samenwerken, alles voor de kinderen. Dat vind ik mooi om te zien.’’ 

- De verbazing

,,We weten in Nederland niet half wat ons te wachten staat als het aankomt op krimp. Ik kan me heel erg verbazen over het beeld dat het vooral een probleem is voor het onderwijs. Als ik in dorpen in Groningen, Friesland of Limburg ben, zie ik ook dat krimp op de basisscholen het eerste toeslaat, maar het probleem is veel groter dan dat, denk aan de andere voorzieningen, de bedrijvigheid, leefbaarheid. Krimp is een probleem van ons allemaal en moeten we dus ook meer samen te lijf gaan.’’

- Het memorabele moment

,,De bezoeken aan scholen voor speciaal onderwijs. Daar merk ik nog eens extra hoe belangrijk school is. Als ik zie hoe die scholen het voor elkaar krijgen alles te halen uit een achtjarig kind met een ernstige lichamelijke en geestelijke handicap. Dat is indrukwekkend. Ja, de voorzieningen op die speciale scholen zijn vaak geweldig; veel ruimte, snoezelkamers, een eigen zwembad. Daar kan het regulier onderwijs jaloers op zijn. Maar de klus die de medewerkers er te klaren hebben, is ook vele malen groter. Van dichtbij zie je dan dat soms een klasje van twee leerlingen al echt het maximum is, voor zowel de leerlingen als de leraar. Ik kijk er met veel respect naar.’’ 

-Het  leermoment

,,In het primair onderwijs gebeurt zoveel meer dan wij en Den Haag weten. Men heeft niet half door wat er al allemaal gebeurt met ICT in het onderwijs. Bij ICT denkt iedereen aan Maurice de Hond en zijn iPadscholen. Maar heel veel scholen werken al met volledig gedigitaliseerde lesmethodes, gedifferentieerd, met eigen planners voor elke leerling. Die vinden dat over het algemeen fantastisch, maar ook heel vanzelfsprekend. Een Ipad of Notebook op school is helemaal niet zo bijzonder als de media ons soms doen geloven.’’

-De uitdaging

,,Op bezoek bij de leden, merk je goed voor welke uitdagingen ze staan. Passend onderwijs is een van die uitdagingen. Je ziet dat scholen en hun besturen daar bakken aan tijd mee kwijt zijn. Begrijpelijk dat het op veel plekken nog niet van de Bestuurstafel is afgekomen. Begrijpelijk, maar niet goed! In een rap tempo moeten nu leraren en ouders op de hoogte worden gebracht wat de gevolgen voor hen zijn, dat moeten de schoolbesturen nu snel oppakken.

Professionalisering vormt ook een uitdaging, zie ik op veel plekken. Daar zijn nog zeker slagen in te maken. Wij zullen ons blijven inzetten om de schoolbesturen daarbij zo goed mogelijk te helpen. Maar een bestuur dat zich wil professionaliseren moet ook zelf zorgen dat hij, al dan niet via ons, op de hoogte is van wat er om hem heen gebeurt. Ik merk met enige regelmaat dat een bestuur nog werkt met bepaalde regels die al lang afgeschaft zijn. Professionaliseren, is niet alleen op de hoogte zijn, maar ook het voortouw nemen, onderzoek willen doen, meer willen weten. Schoolbestuur Flore doet dat bijvoorbeeld heel goed in een samenwerking met de Vrije Universiteit.’’

-De verrassing

,,Sommige kleine schoolbesturen zeggen me dat ze vinden dat  de PO-Raad zich vooral voor hun grotere collega-besturen inzet of luistert naar de Randstad-besturen. Dat verrast me omdat dat echt een verkeerd beeld is.  We hebben  over het hele land eenpitters-netwerken, waar wij regelmatig bestuurlijk bij aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor netwerken van kleine besturen. Maar ook inhoudelijk zetten we ons in; we hebben ons hard gemaakt voor het behoud van de kleinescholentoeslag, verzetten ons tegen de Fusietoets en behartigen de belangen van de kleine scholen in de overheveling van het buitenonderhoud. Mijn werkbezoeken op vrijdag gaan doorgaans meer naar de wat kleinere besturen op het platteland, ver weg van de Randstad. Dat neemt niet weg dat we hun gevoel serieus nemen en dat er zeker nog een taak ligt voor de PO-Raad.

Daarnaast vind ik dat sommige grote en kleinere besturen het ‘Calimerodenken’ opzij moeten schuiven. Zij denken soms nog te snel dat ze in het onderwijs weinig in te brengen hebben. Neem ook zelf meer het heft in handen, zou ik willen zeggen:  Wijs niet naar een ander, maar ga aan de slag. Dat heeft het onderwijs nodig.‘’

-De volgende bezoeken

,,Ik heb nu met zeker tweehonderd besturen kennis gemaakt. Daar ga ik absoluut mee door. Volgend jaar zou ik graag ook bij de grotere besturen in de Randstad langs willen gaan en bij wat meer bijzondere scholen (Vrije Scholen, Jenaplan etc.). Maar niet alleen in het Bestuursgebouw, ik wil vooral de klas in, het krijt ruiken, want dat inspireert mij het meest. Samen met schoolbestuur, schoolleider , leerkrachten, medewerkers en ouders door zo’n school wandelen; dat is het mooist. Onderwijs is teamwork, alleen door samen te blijven optrekken kunnen we het onderwijs verbeteren, elke dag weer. 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 19 december 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën