Op zoek naar de ideale schaalgrootte

Welke schaalgrootte in het onderwijs leidt tot de beste leerprestaties? Tot scholen waar medewerkers zich gehoord voelen? En een organisatie met de beste efficiency? Het onderzoeksrapport Dorpsschool of leerfabriek? maakt duidelijk: één ideale schaalgrootte bestaat niet.  

Het ministerie van OCW gaf de opdracht voor dit onderzoek naar de voor- en nadelen van verschillende schaalgroottes van zowel scholen als schoolbesturen. De Tweede Kamer had via een motie van Lisa Westerveld (GL) om zo’n onderzoek gevraagd bij de behandeling van de afschaffing van de fusietoets. Onderzoekers van Oberon deden literatuuronderzoek en hielden interviews om het verband te leggen tussen schaalgrootte en verschillende aspecten: efficiency en kosten, onderwijsaanbod en keuzevrijheid, sturing en verantwoording, de menselijke maat, professionalisering en onderwijskwaliteit. 

Definitiekwestie  

De onderzoeksliteratuur naar schaalgrootte levert geen heldere en eenduidige uitkomsten op, constateren de onderzoekers. Dat komt allereerst omdat niet altijd helder is wat de invloed van schaalgrootte op het gevonden effect is, of dat ook andere mechanismes een rol spelen. Is de onderwijskwaliteit bijvoorbeeld goed omdat het bestuur klein is, of komt dat vooral door het beleid van dat bestuur? Om het nog ingewikkelder te maken: in bestaand onderzoek worden verschillende definities gebruikt voor schoolgrootte (aantal leerlingen per school) en bestuursgrootte (aantal scholen per bestuur). \

Een kleine greep uit de getrokken conclusies: 

  • De gemiddelde kosten per leerling op grotere scholen liggen lager dan op kleinere scholen. Hoe kleiner de school hoe hoger de kosten per leerling en andersom. De bekostigingssystematiek (kleine scholentoeslag) speelt hierin een rol. Als het gaat om efficiency is er schaalvoordeel te behalen op schoolniveau en nauwelijks bijkomend schaalnadeel. De meeste schaalvoordelen zijn daarbij te behalen bij de kleinere scholen 

  • De gemiddelde reserves en het gemiddeld eigen vermogen bij kleinere besturen is relatief groter dan bij grotere besturen. Maar, schrijven de onderzoekers, de omvang van kosten en omvang van de financiering hangen sterk samen. Daarom is het de vraag of niet vooral de bekostigingssystematiek (kleine scholen toeslag, vaste voet) in deze relaties tussen omvang en kosten wordt teruggezien. 

  • Of schaalgrootte invloed heeft op een voldoende breed en gevarieerd onderwijsaanbod of keuzevrijheid kunnen de onderzoekers niet zeggen. Ook over de kwaliteit van professionele sturing en verantwoording kunnen ze geen eenduidige uitspraken doen. 

  • De onderzoekers constateren dat grotere besturen meer professioneel zijn georganiseerd. Grote besturen zetten eerder eigen expertise in terwijl kleinere besturen vaker specialistische taken uitbesteden. Over de kwaliteit van die ondersteuning doet het rapport geen uitspraken. 

  • Er is geen bewijs voor een relatie tussen schaalgrootte en schoolprestaties. 

Iedereen tevreden 

Bestaat dé ideale schaalgrootte? Nee, zeggen de vrijwel alle bestuurders die voor dit onderzoek werden geïnterviewd. De ideale omvang is afhankelijk van de context. Opmerkelijk is wel dat dat grote besturen vinden dat het aantal besturen moet indikken en kleine besturen vinden dat besturen qua grootte moeten worden teruggebracht. De geïnterviewde besturen zijn over het algemeen zeer tevreden over hun huidige schaalgrootte en die willen ze dan ook behouden, vooral op schoolniveau. 

Schaalgrootte is onderwerp van gesprek tussen de PO-Raad en zijn leden. Een eerste verkenning, tijdens onze ALV van september, bracht vooral naar voren dat onderwijsbestuurders schaalgrootte als een bestuurlijke keuze zien, als onderdeel van hun maatschappelijke opdracht waarbijzij de kwaliteit van onderwijs voor ogen houden. 

Laatst gewijzigd: 
maandag 7 december 2020

Nieuwscategorieën