Opgave bezoldiging bestuurders in jaarrekening 2009

26-03-2010

Zoals u wellicht al in de Nieuwsbrief PO van het ministerie van OCW hebt gezien, is het bij de opgave van de jaarrekening 2009 alsnog verplicht om de beloning van iedere afzonderlijke bestuurder op te geven. Dat was eerst niet de bedoeling, maar de bewindslieden (van het vorige kabinet) hebben in februari 2010 alsnog besloten dat dit wel moest gebeuren en hebben het controleprotocol 2009 op dat punt gewijzigd. Dit loopt vooruit op de uitvoering van de Wet Topinkomens, waardoor op dit moment een algemene maatregel van bestuur in voorbereiding is waarbij het de bedoeling is nadere voorschriften te geven over de maxima die de minister nog moet vaststellen per onderwijssector.

Definitie bestuurder onduidelijk
Het haastwerk waardoor dit nu opeens wel in het onderwijsprotocol moest worden opgenomen, is ook terug te zien aan de nadere informatie die daarover bij Cfi/DUO is terug te vinden (Website DUO-CFI.nl) over de definitie van een bestuurder valt. Er wordt gesteld dat voor de definitie van bestuurder aangesloten wordt bij de definitie van bevoegd gezag. Dat is volgens de WPO de rechtspersoon die de school in stand houdt. De definitie van bestuurder leidt dan echter tot degenen die in het bestuur van de rechtspersoon zitten en bestaat de bezoldiging dus uit de toegekende vacatiegelden.

In de toelichting bij de definitie van bestuurder is nog opgenomen:

“In de praktijk gaat het hierbij om de groep met de functie van bestuurders, interne

toezichthouders van het bevoegd gezag (incl. verzelfstandigd openbaar onderwijs, bv.

stichting openbaar onderwijs etc.), leden van een centrale directie, leden van een

bestuur van een vereniging, leden van een College van Bestuur en leden van een Raad

van Toezicht.”

Dat leidt tot een merkwaardige benadering: een definitie is juist bedoeld om scherp af te bakenen om wie het gaat, maar nu wordt daaraan toegevoegd dat met name ook naar de praktijk moet worden gekeken. De definitie is kennelijk niet goed bruikbaar en daarom moet een andere benaderingswijze gevolgd worden. Kijk naar de praktijk: die meneer A. denkt dat hij de baas is, maar wij weten dat in de praktijk mevrouw B. aan de touwtjes trekt ...

De uitleg geeft aan dat het gaat om

  • degenen met de functie van bestuurders (als dat ook duidelijk in de statuten van de rechtspersoon is opgenomen),
  • interne toezichthouders van het bevoegd gezag (hier wordt kennelijk met name gedoeld op de bestuurscommissies in het openbaar onderwijs en de verzelfstandigde vormen daarvan),
  • leden van een centrale directie (hier wordt kennelijk gedoeld op de centrale directie zoals die in de WVO in de wet – artikel 32a - is opgenomen, het begrip komt in het geheel niet voor in de WPO of de WEC),
  • leden van een bestuur van een vereniging,
  • leden van een College van Bestuur (dit is voor besturen die in hun statuten van de rechtspersoon dit begrip hebben opgenomen), 
  • leden van een Raad van Toezicht (dit is voor besturen die in hun statuten van de rechtspersoon dit begrip hebben opgenomen).

 

Het voorgaande maakt duidelijk dat het nog steeds niet erg duidelijk is van wie nu precies de bezoldigingsgegevens moeten worden opgenomen. In elk geval de bezoldiging die bestuursleden ontvangen en personen die, misschien met een andere titel, in een bestuur zitten. Dat betekent dat in elk geval de vacatie- en presentiegelden opgegeven moeten worden.

De accountant moet er op gaan controleren, dus lijkt het zinvol na te gaan of het voor de accountant helder is. Dat lijkt onwaarschijnlijk.

Tegelijkertijd is het zaak om hier niet te lichtvaardig mee om te gaan. Vanuit het departement worden telkens nieuwe interpretaties los gelaten over de vraag waaraan nu wel of niet de rijksbekostiging mag worden besteed. Het begon met de huisvesting, later kwam daar het leerlingenvervoer bij, recent staat de tussenschoolse opvang in de zoeker en voor het PO geldt nu ook dat de CAO PO onder de controle valt. Desgevraagd is daarbij vermeld dat het de primaire arbeidsvoorwaarden betreft, maar wat daar nu precies onder verstaan moet worden is ook voor interpretatie vatbaar.

In het kader van de bezoldiging zou nu weleens gesteld kunnen worden dat het Kaderbesluit rechtspositie WPO als maximum een schaal 14 beloning aangeeft. Inschalingen daarboven zouden op die wijze als onterecht kunnen worden gebrandmerkt. En dan, terugvordering?

Dergelijke inschalingen zijn in het VO voor een lid van het College van Bestuur geen probleem, maar in het PO geldt het Kaderbesluit nog steeds, ook al is een organisatie PO soms - in fte’s uitgedrukt - aanzienlijk groter dan die in het VO.

Daarom is het gewenst dat de discussie over de maxima van topinkomens die voor elke onderwijssector gaan gelden, zo spoedig mogelijk gaat beginnen.

Nadere info: Bé Keizer of Edwin van Bokhoven.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën