Overheid wil naar hoofdlijnenbeleid en minder incidentenpolitiek

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker willen in discussie met het onderwijsveld en de Tweede Kamer over hoe de overheid zich bij het maken van beleid meer tot de hoofdlijnen kan beperken zonder haar stelselverantwoordelijkheid uit het oog te verliezen. Dat schrijven ze in reactie op het advies van de Onderwijsraad ‘Onderwijspolitiek na Dijsselbloem’ uit 2014.

In zijn rapport stelde de Raad dat de commissie Dijsselbloem, die in 2007 het vertrouwen tussen onderwijsveld en politiek wilde herstellen, maar mondjesmaat geslaagd is in die missie. Om dat doel alsnog te bereiken en te zorgen voor goed onderwijs, is het van belang dat de overheid zich richt op haar kerntaken. Politici en beleidmakers moeten zich daarnaast meer richten op de lange termijn en niet bang zijn in te grijpen in het onderwijsstelsel. Het mantra van de commissie Dijsselbloem die stelde dat de overheid over het ‘wat’ hoorde te gaan en het onderwijsveld over het ‘hoe’, kan daarmee worden losgelaten omdat dit ‘geen goed richtsnoer’ is gebleken, meende de Onderwijsraad.

Om op hoofdlijnen ‘krachtigere keuzes’ te kunnen maken en te zorgen voor goede verhoudingen met het veld, zoals de Onderwijsraad ook adviseert, vinden de bewindslieden het belangrijk om samen met dat veld te werken aan gedeelde ambities voor de lange termijn, zo schrijven ze in hun reactie. Bussemaker en Dekker geven aan hier al stappen in te hebben gezet met bijvoorbeeld het Nationaal Onderwijsakkoord en de Lerarenagenda. Tegelijkertijd waken ze ervoor dat incidenten ‘afleiden van de focus op hoofddoelstellingen’.

Meer sturen op hoofdlijnen, betekent meer autonomie voor het onderwijsveld en dat moet gepaard gaan met voldoende ‘transparantie en controlemechanismen’, adviseerde de Onderwijsraad verder. Dat betekent overigens niet dat de overheid het onderwijs moet loslaten, tekenen ook de minister en staatssecretaris aan. In tegendeel. De overheid moet in gesprek treden met het veld, maar uiteindelijk wel een koers kiezen, vond hij. ,,We zien het als onze verantwoordelijkheid om met het veld in contact te blijven over de uitwerking van beleid in de klas’’, aldus Bussemaker en Dekker.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 22 juli 2015

Nieuwscategorieën