Overheveling onderbesteding huisvestingsmiddelen staat los van wetswijziging buitenkant onderhoud

14-12-2012

De PO-Raad is tevreden met de duidelijkheid dat de onderbesteding van de gemeentelijke middelen voor onderwijshuisvesting rechtstreeks naar de scholen gaat, zonder dat hierbij extra taken of verantwoordelijkheden bij de schoolbesturen terecht komen. Pas na de wetswijziging komen gemeenten alleen nog in beeld bij uitbreiding en nieuwbouw.

Regeerakkoord: €256 miljoen naar funderend onderwijs

In het regeerakkoord staat opgenomen, dat de onderbesteding van gemeenten van €256 miljoen voor onderwijshuisvesting, toegevoegd wordt aan de lumpsum van de scholen in het funderend onderwijs. Tegelijkertijd is er een wetswijziging in voorbereiding om het buitenonderhoud van scholen in het primair onderwijs met het daarbij bijbehorende budget over te hevelen van de gemeenten naar de scholen.

In de schriftelijk behandeling van de vragen naar aanleiding van de onderwijsbegroting heeft de staatssecretaris helder aangegeven dat deze twee ontwikkelingen lost staan van elkaar: "...los van het buitenonderhoud, is in het regeerakkoord vastgelegd dat van de huidige middelen uit het Gemeentefonds i.c. een bedrag van €256 mln. bestemd is voor onderwijs en daartoe wordt overgeheveld naar de onderwijsbegroting en ingezet wordt op de scholen via de lumpsumvoorziening...".

Decentralisatie onderwijshuisvesting

Ook in het debat zelf heeft de staatssecretaris duidelijk aangegeven dat het hier om 2 verschillende dingen gaat. Staatssecretaris Dekker tijdens de begrotingsbehandeling: "Wij gaan twee dingen doen. Een deel van de middelen die gemeenten krijgen, blijft onbenut. Dat gaan wij terughalen uit het Gemeentefonds en dat gaat in de lumpsum van het po en het vo. Dat is die 256 miljoen. Daarnaast gaan wij het buitenonderhoud in het primair onderwijs, dat nu nog een taak is van de gemeente, daar weghalen. Dat gaat naar de po-scholen. Dat laatste is niet een intensivering, zoals het eerste dat wel is, want het is onbenut geld dat vervolgens voor het onderwijs kan worden gebruikt, terwijl het tweede middelen zijn die overgaan maar ook taken. Dat is een feitelijke decentralisatie van de onderwijshuisvesting. Daarmee trekken wij het gelijk met het po en het vo waar dat nu al het geval is. Bij de nieuwbouw of de grootschalige verbouw blijft het vooralsnog bij gemeenten."

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 14 december 2012

Nieuwscategorieën