PO in de praktijk: wat merken PO-bestuurders van de bezuinigingen op het budget voor onderwijsachterstanden?

Verschillende kabinetten hebben de afgelopen jaren flink bezuinigd op het budget voor onderwijsachterstanden. Welke invloed hebben deze bezuinigingen in de praktijk? De Tweede Kamer debatteert woensdag 1 juli over onderwijsachterstanden, het lerarentekort en kwetsbare leerlingen. Voorafgaand aan dit debat delen schoolbestuurders Wiely Hendricks (De Haagse Scholen) en Arnoud Wever (PCPO Midden-Brabant) hun ervaringen.

Wiely Hendricks is schoolbestuurder bij stichting De Haagse Scholen. Onder de stichting vallen 52 scholen in Den Haag, waarvan 5 scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en 3 scholen voor speciaal basisonderwijs. Hij stelt dat de bezuinigingen vooral zichtbaar worden op het gebied van klassengrootte, ondersteunende capaciteit en speciale projecten van scholen.

,,De klassengrootte op onze scholen in wijken met veel achterstandsleerlingen is met 20 tot 25% gestegen sinds 2011. In klassen met veel leerlingen met een ondersteuningsbehoefte zitten nu zo’n 26 tot 28 leerlingen. Conciërges en onderwijsassistenten zijn nauwelijks nog op onze scholen te vinden’’, vertelt Hendricks. Dat zorgt er volgens de bestuurder voor dat de scholen niet het maatwerk kunnen bieden aan de leerlingen die dat hard nodig hebben. Bovendien krijgt het onderwijspersoneel zo het gevoel dat zij nooit genoeg kunnen doen.

Extra ondersteuning juist voor nieuwkomers essentieel

Arnoud Wever, schoolbestuurder bij PCPO Midden-Brabant, ziet ook grote problemen ontstaan nu zijn bestuur de komende jaren 408.000 euro moet bezuinigen. Vooral op de school die onderwijs biedt aan nieuwkomers: ,,Als wij deze kinderen niet de ondersteuning kunnen geven die ze nodig hebben, stromen ze op een lager niveau uit naar het reguliere onderwijs. Dit gat vullen in het reguliere onderwijs zorgt voor nog meer taken op het bord van de leraar daar. Mochten ze het daar niet bij kunnen benen, heb je uiteindelijk ook meer verloop naar het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs’’, vertelt Wever.

In het geval van nieuwkomersonderwijs is er ook een belangrijke rol weggelegd voor ondersteunende diensten als traumatherapie en intern begeleiders. Ook hun ondersteuning komt met de bezuinigingen in het geding. Terwijl dit volgens Wevers juist essentieel is voor nieuwkomerskinderen die bijvoorbeeld uit een oorlogsgebied komen: ,,Je moet eerst aan de slag met het verwerken van de trauma’s bij de kinderen, voordat ze tot leren kunnen komen. We moeten deze kinderen, maar ook andere kinderen met een achterstand, kansrijk de maatschappij in krijgen. Dat is onze maatschappelijke plicht’’, aldus Wever.

Lees de volledige interviews met Wiely Hendricks en Arnoud Wever in de notitie PO in de Praktijk.

Terug naar budget van 2011

Op woensdag 1 juli debatteert de Tweede Kamer over onderwijsachterstanden, het lerarentekort en kwetsbare leerlingen. In aanloop naar het debat pleit de PO-Raad voor herstel van het budget voor onderwijsachterstanden naar het niveau van 2011 (430 miljoen euro). Met deze middelen kunnen scholen in het hele land onderwijsachterstanden effectief bestrijden.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 30 juni 2020

Nieuwscategorieën