PO-Raad blijft streven naar sterkere positie schoolbesturen bij huisvesting

De PO-Raad pleit al langere tijd bij verschillende politieke partijen om de positie schoolbesturen te versterken. Tijdens een debat op 31 mei j.l is door de PVV een motie ingediend.  In de motie wordt de regering verzocht een bepaling in de wet op te nemen dat scholen die aan vastgestelde criteria voldoen een versterkt recht krijgen op volledige doorcentralisatie. Een dergelijk verzoek zou slechts kunnen worden afgewezen indien het betreffende bestuur niet aan een aantal vastgestelde criteria voldoet. Aanneming van deze motie zou duw in de goede richting zijn geweest. Helaas constateren we dat er nog onvoldoende politiek draagvlak is voor deze motie.

Voor de PO-Raad is dit geenszins een signaal de zaak te laten rusten. Vrijwel alle partijen in de kamer bleken van mening dat de kwaliteit van de huisvesting snel moet verbeteren. Om dat echter te bewerkstelligen is het volgens de PO-Raad noodzakelijk de regels over de huisvesting – op onderdelen - aan te passen.  Op de eerste plaats gaat het dan over het voornemen het buitenonderhoud over te hevelen naar de schoolbesturen. De minister heeft aangegeven rond de jaarwisseling te komen met een concreet wetsvoorstel dat waarschijnlijk per 1 januari 2014 in werking zou moeten treden. Dit levert ongetwijfeld een verbetering aan de kwaliteit van de huisvesting op, maar is slechts een eerste stap. Hierbij behoort overigens ook een generieke overgangsmaatregel voor schoolbesturen met oude(re) gebouwen. Op de tweede plaats zouden schoolbesturen – of groepen schoolbesturen - die daartoe in staat zijn en die dat ook wensen meer zeggenschap moeten kunnen krijgen over (de organisatie van) de eigen huisvesting.

Om dit mogelijk te maken is een beperkte wetswijziging noodzakelijk. Daarbij blijven de huisvestingsmiddelen (dus exclusief de wel over te hevelen middelen voor het buitenonderhoud) in het gemeentefonds. Daarnaast moeten besturen aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen om voor volledige doordecentralisatie in aanmerking te komen. Voldoen schoolbesturen hieraan, dan kan een verzoek om doordecentralisatie niet langer zomaar door een gemeente ter zijde worden geschoven. Het grootste voordeel hiervan is dat er alle ruimte is om tussen gemeenten en schoolbesturen de randvoorwaarden gezamenlijk in te vullen en afspraken te maken over de monitoring van deze afspraken.

Beide voorstellen leiden er ook toe dat de discussies tussen gemeenten en schoolbesturen niet langer gaan over al dan niet verouderde normen, procedures en de vraag wie welke kosten dient te betalen. De focus zal zich dan ongetwijfeld richten op kwalitatieve inhoudelijke afspraken over de onderwijsgebouwen en de rol die zij verder kunnen spelen in het lokale maatschappelijk verkeer. Daarmee zal niet alleen de administratieve last van gemeenten én schoolbesturen worden beperkt, maar zeker ook het aantal meningsverschillen worden beperkt waardoor de relatie tussen gemeenten en schoolbesturen verbeteren.

Zoals bekend werkt de PO-Raad niet alleen aan de ontwikkeling van een nieuwe kwaliteitsstandaard voor schoolgebouwen, maar ook aan een omschrijving van de criteria waaraan besturen dienen te voldoen om volledige doordecentralisatie succesvol te kunnen realiseren. De PO-Raad wil over al deze voorstellen graag het gesprek aangaan met de VNG.   

Laatst gewijzigd: 
woensdag 24 oktober 2012

Nieuwscategorieën