PO-Raad deelt niet de zorgen van VNG over doordecentralisatie

28-03-2012

De VNG heeft op 21 maart een brief gestuurd aan de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarin de suggestie wordt gewekt dat er onder gemeenten geen draagvlak is voor doordecentralisatie van de verantwoordelijkheid voor buitenonderhoud. Uit een door Regioplan uitgevoerd draagvlakonderzoek (waarbij de VNG nauw betrokken was) blijkt echter dat 69% van de gemeenten hieraan heeft meegedaan en dat 60% voorstander van de overheveling is.

De brief van de VNG is een reactie op de brief die de minister eerder aan de Kamer heeft gestuurd. De minister heeft in de brief laten weten dat zij de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud van de scholen in het basisonderwijs wil overhevelen naar de schoolbesturen.

De VNG vraagt zich af of het behoud van de onderwijshuisvestingskwaliteit in goede handen is bij de schoolbesturen. Kennelijk gaat de VNG er vanuit dat er in de huidige situatie sprake is van een goede kwaliteit. Verschillende rapporten wijzen echter uit dat de kwaliteit van de onderwijshuisvesting niet in orde is. Intensief onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat gemeenten ruim 300 miljoen minder uitgeven aan (onderwijs)huisvesting dan beschikbaar wordt gesteld vanuit het Rijk. Daarnaast worden schoolbesturen vaak geconfronteerd met forse bezuinigingen, ook op gemeentelijk niveau. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of onderwijshuisvesting een echte prioriteit is voor de gemeenten.

In de brief wordt een aantal argumenten genoemd die tegen een wijziging van de verantwoordelijkheidsverdeling zouden pleiten. Daarbij past de kanttekening dat het leggen van de onderhoudstaken bij de scholen op geen enkele wijze een aantasting van de gemeentelijke regiefunctie betekent. Integendeel, de voorstellen van de PO-Raad leiden er juist toe dat de lokale discussie niet langer gaat over procedures en de vraag wie welke kosten moet betalen t.a.v. het onderhoud. Veel meer zal de discussie zich richten op hetgeen echt belangrijk is: kwaliteit van de gebouwen en het (meervoudig) gebruik daarvan in het maatschappelijk verkeer.

Een deel van de schoolbesturen heeft aangegeven behoefte te hebben aan beleidsmatige ondersteuning, en een versterking van het professioneel opdrachtgeverschap. De oprichting van een nieuw kenniscentrum voor onderwijshuisvesting voorziet hierin. Voor de PO-Raad is dit ook een van de randvoorwaarden om tot overheveling te kunnen overgaan.

De VNG merkt voorts op dat het vergroten van de autonomie van schoolbesturen nu ook al op vrijwillige basis mogelijk is met een doordecentralisatieovereenkomst op maat. Helaas blijkt in de praktijk dat veel gemeenten niet bereid zijn hierover met schoolbesturen in gesprek te gaan. Dat is de reden voor de PO-Raad om voor te stellen de positie van schoolbesturen op dit punt te versterken: Dat kan eenvoudig door in de wet een limitatieve opsomming op te nemen van de redenen op grond waarvan de gemeente een verzoek van een bestuur kan afwijzen. Schoolbesturen zijn dan niet langer alleen afhankelijk van een lokale afweging.

De opmerking van de VNG dat de overheveling ingewikkeld zal worden is naar onze mening bezijden de waarheid. De PO-Raad is al enige tijd in overleg met het ministerie over de overheveling. Een toereikend bedrag, een eenvoudige overgangsregeling en goede ondersteuning via het kenniscentrum maken de overheveling verantwoord en zeker niet ondoordacht.

Ook in het voortgezet onderwijs is ongeveer 6 jaar geleden het onderhoud naar de schoolbesturen overgeheveld. Uiteindelijk kan niet worden volgehouden dat dat heeft geleid tot minder onderhoud en/of een aantasting van de gemeentelijke regiefunctie. Overheveling heeft daar geleid tot meer efficiëntie en een verbetering van de onderhoudssituatie van de scholen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 29 maart 2012

Nieuwscategorieën