PO-Raad onderschrijft rapport Onderwijsraad: Laat de overheid zich richten op haar kerntaken

02-10-2014

De PO-Raad herkent de meeste conclusies uit het rapport 'Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem' dat de Onderwijsraad op 2 oktober 2014 heeft gepresenteerd. De politiek grijpt nog steeds naar wetgeving voor het onderwijs bij incidenten en maatschappelijke crises. Recent voorbeeld is het voorkomen van obesitas door bewegingsarmoede aan te willen pakken door scholen een derde uur gym te willen opleggen. Er zijn voorbeelden te over. De PO-Raad hoopt dat dit rapport het onderwijs helpt om in een betere taakverdeling met de overheid te komen.

Rinda den Besten, voorzitter PO-Raad: "De Onderwijsraad stelt in zijn advies vast dat de invloed van 'Dijsselbloem' op de onderwijspolitiek beperkt is. Aanbevelingen van de commissie zijn niet in praktijk gebracht. Daarmee is er in het onderwijs de afgelopen zes jaar meer veranderd, dan in de politiek. De politiek bemoeit zich nog steeds intensief met het onderwijs op scholen, en gaat discussies over het stelsel uit de weg. Het eerste zou de politiek minder gaan doen, het tweede is juist de verantwoordelijkheid van de politiek."

De Onderwijsraad doet drie aanbevelingen. Als eerste beveelt de Raad aan dat de overheid zich dient te beperken tot de hoofdlijnen van het onderwijsbeleid, en daarop ook krachtiger moet kiezen. De PO-Raad onderschrijft deze aanbeveling. De kerntaken van de centrale overheid, zoals de Raad die onderscheidt, staan wat ons betreft niet ter discussie. Daarbij horen zeker ook de verantwoordelijkheden voor vernieuwingen.

De PO-Raad herkent dat de overheid bang is voor stelselwijzigingen, terwijl het onderwijsveld juist zit te wachten op enkele veranderingen op stelselniveau. Het aanbod voor jonge kinderen is bijvoorbeeld nu een jungle van regelingen, publieke en private voorzieningen, toezichthouders, cao's en beroepsopleidingen. De schoorvoetendheid waarmee het Rijk dit oppakt, frustreert de samenwerking die scholen en hun partners op lokaal niveau tot stand brengen. Het kabinet borduurt daarbij voort op twintig jaar oude bestuurlijke verhoudingen, terwijl we de hele wirwar rondom het onderwijs tegen het licht zouden moeten houden in een nieuw bestuurlijk beraad (een zogenaamd Scheveningsberaad).

Aanbeveling 2 betreft het realiseren van draagvlak voor het beleid. Hiermee gaat de Raad met name in op de tweede vraag die hem is gesteld: Moet er iets in het huidige beleid veranderen, opdat duurzame onderwijskwaliteit kan worden gerealiseerd. Het is een goede zaak dat de politiek, in dit geval de vragen stellende bewindspersonen, in ieder geval een les van Dijsselbloem ter harte nemen: die van kritische zelfreflectie op beleid. Onderbelicht blijft dat in de fase na Dijsselbloem de sector zich beter is gaan organiseren. Zo is de PO-Raad van 'na Dijsselbloem'. De vereniging heeft laten zien dat ze met de hoge aansluitingsgraad een breed veld vertegenwoordigt.

De derde aanbeveling: 'maak beter gebruik van informatie uit wetenschap en onderwijsveld' is de PO-Raad uit het hart gegrepen. Het gebruik maken van kennis en onderzoek is een van de pijlers uit de strategische beleidsagenda van de sectororganisatie. Hier heeft het onderwijs al stappen gezet, maar er is een weg te gaan. Het vergt een duurzame verbinding tussen onderwijspraktijk en kennisinstituten, het vergt professionals – op alle niveau – die in staat zijn om van elkaar en van de wereld van de kennis te leren.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 3 oktober 2014

Nieuwscategorieën