PO-Raad waardeert advies cultuureducatie

03-07-2012

Op 29 juni jl. boden de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad hun gezamenlijke advies "Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren!" aan staatssecretaris Zijlstra aan. De PO-Raad waardeert het advies, omdat het de brede opdracht aan het primair onderwijs toont en omdat de raden de regieverantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de scholen en schoolbesturen leggen. Daar hoort wel een paar kanttekeningen bij.

De Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad adviseren cultuureducatie weer terug te brengen naar het hart van het onderwijs, door scholen meer grip op de inhoud te geven. Daartoe zou een referentiekader cultuureducatie ontwikkeld moeten worden dat een overzicht geeft van de doorgaande lijn voor kennismaking met kunst en cultuur en het ontwikkelen van talent. Ook zou iedere school voldoende deskundigheid in huis moeten hebben om cultuureducatie vorm te geven (en dat vergt deskundigheidsbevordering). Ten slotte adviseren de raden de culturele instellingen meer met elkaar en met het onderwijs te laten samenwerken.

De raden rapporteren over een onoverzichtelijke, versnipperde culturele infrastructuur. Scholen kunnen daarbij alleen een regierol spelen als aan andere voorwaarden uit het rapport is voldaan. De voorstellen om de culturele infrastructuur in dienst van de school efficiënter en in betere afstemming en samenwerking te organiseren zijn daarvoor nodig. Daarnaast moeten zeker de huidige voorzieningen niet verloren gaan. Op dit moment worden bijvoorbeeld veel laagdrempelige muziekscholen met sluiting bedreigd vanwege bezuinigingen bij gemeenten.

De aanbeveling aan het onderwijs om aan iedere school een cultuurexpert te benoemen is door de staatssecretaris verwelkomd, maar zijn reactie dat daar de € 10,90 per leerling voor cultuureducatie voor ingezet zou kunnen worden, is niet realistisch. Bij een gemiddelde schoolomvang kan je daarvoor een cultuurexpert voor 2 uur per week (voor de hele school) bekostigen. In de praktijk zal het daarom gaan om een extra taak voor één of meer zittende personeelsleden. Op dit moment hebben veel scholen al een leraar, die tevens cultuurzaken coördineert. De taken van deze cultuurcoördinator kunnen opnieuw worden bezien aan de hand van de inzichten en aanbevelingen van dit advies.

Terwijl de raden in het rapport veel aandacht hebben voor de enorme diversiteit in het cultuuraanbod en de cultuurinstellingen gaan zij voorbij aan de grote variatie binnen het primair onderwijs zelf. De raden schrijven over de opdracht van de basisschool, terwijl cultuureducatie in het belang is van leerlingen van niet alleen het basisonderwijs, maar ook het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. De variatie is er ook in schaal, bestuurlijk en qua instellingsomvang. Dit vraagt maatwerk. Zoals de raden aangeven kan een (niet wettelijk verplicht) referentiekader scholen (leraren, schoolleiders, schoolbesturen) inhoudelijke handvatten geven bij het maken van keuzen om vorm en inhoud aan cultuureducatie te geven. Zo kan recht gedaan worden aan de variatie.

De PO-Raad ziet vooral mogelijkheden voor cultuureducatie door aan te sluiten bij de ontwikkeling naar brede kindcentra: het snel groeiende lokale partnerschap tussen scholen, kinderopvang (inclusief naschoolse opvang), jeugdzorg en andere partijen die van betekenis kunnen zijn bij de ontwikkeling en ontplooiing van kinderen. Net als sport kan ook cultuur bijdragen aan een rijke omgeving waarin al spelend geleerd wordt. Door die opdracht te delen, kan voorkomen worden dat het beeld ontstaat dat de school er alleen voor zou staan.

De PO-Raad deelt de opvatting van de raden dat op scholen voor primair onderwijs een fundament wordt gelegd voor de culturele ontwikkeling van kinderen. De afgelopen jaren is door veel scholen hiervan al veel werk gemaakt. Het advies bevat vele waardevolle ingrediënten om kwaliteit en bereik van cultuureducatie voor kinderen in Nederland naar een hoger niveau te tillen.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 3 juli 2012

Nieuwscategorieën