Praktijkvoorbeeld: Gerichte ondersteuning voor starters en een gezamenlijke taal

Het doel van het project Junior Leraar in Amsterdam is om startende leraren in hun ontwikkeling van startbekwaam naar basisbekwaam te ondersteunen. In overleg met de participerende schoolbesturen is gekozen om vanuit het project een kader voor systematische begeleiding aan scholen aan te bieden zonder voorschrijvend te zijn. Daardoor kunnen scholen bijvoorbeeld hun eigen lesobservatie-instrument gebruiken. Een gesprek met enkele betrokkenen.

In de cao hebben de bonden en de PO-Raad afspraken gemaakt over een betere begeleiding van startende leraren en de inzet van lesobservaties. Bij de inventarisatie van de observatie-instrumenten in Wijzer over Zien en Kijken, staat ook het project Junior Leraar in Amsterdam. In dit project ontwikkelde men een breed instrumentarium, waarvan sommige delen als lesobservatie-instrument zouden kunnen worden benut. 

Voortgang

Na 1,5 jaar gaan we op bezoek omdat we nieuwsgierig zijn naar de voortgang van het project. We praten onder andere met Jacqueline Kenkel, onderwijsontwikkelaar aan de Hogeschool van Amsterdam, Beike van den Eeden, schoolopleider en leerkracht Openbaar Onderwijs tussen Amstel en IJ en Jos Derksen, coach/coördinator opleider-in-de-school van het Openbaar Onderwijs aan de Amstel.

Om startende leraren in hun ontwikkeling van startbekwaam naar basisbekwaam te ondersteunen, wordt in het project gerichte coaching opgezet. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inzichten uit de theorie en praktijk rond effectieve begeleiding van starters. Er is aansprekend ondersteunend materiaal ontwikkeld. Het traject wordt afgesloten met een ontwikkelassessment, waarbij de voortgang in de ontwikkeling van de starter in beeld wordt gebracht.

Kennisbasis en bekwaamheidsdoelen

Jacqueline Kenkel: "We zijn gestart met het opstellen van een kennisbasis. Er is veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en begeleiding van startende leraren. Deze kennis hebben we samengevat in de 'Kennisbasis startende leraren' in Amsterdam. Het biedt een overzicht van inzichten uit de theorie én het geeft schoolbesturen een handvat voor het analyseren of aanscherpen van hun eigen begeleidingstrajecten."

"Om de ontwikkeling van startbekaam naar bekwaam leraarschap te ondersteunen zijn bekwaamheidsdoelen geformuleerd die een indicatie geven van bekwaam leraarschap. Hierbij is aangesloten op de beschrijving in de cao en zijn tal van gevalideerde bronnen gebruikt, zoals de ICALT-lijsten en de geformuleerde competenties uit het Bekwaamheidsdossier. Dit heeft geleid tot 23 bekwaamheden geclusterd in drie thema’s, te weten pedagogisch bekwaam, didactisch bekwaam en collegiale samenwerking. Elke bekwaamheid is uitgewerkt voor de drie onderscheiden niveaus (startbekwaam, basisbekwaam, vakbekwaam)", aldus Kenkel.

Zelfscan en dialoogkaarten

Beike van den Eeden vervolgt: "De bekwaamheidsbeschrijvingen zijn opgenomen in een digitale scan. In die scan kunnen startende leraren zichzelf scoren. Ze kunnen ook anderen uitnodigen om hen te scoren, zoals de directeur of een collega. De resultaten van de scan kunnen vervolgens worden gebruikt voor het bepalen van thema’s voor reflectie en coaching. Door de scan op verschillende momenten af te nemen kan bovendien competentie-ontwikkeling zichtbaar gemaakt worden." 

"De bekwaamheidsbeschrijvingen zijn per bekwaamheid en per niveau uitgewerkt op kaarten", vertelt Van den Eeden. "Het eerste niveau (startbekwaam) bevat een concrete uitwerking van zichtbaar of aantoonbaar leraargedrag dat passend is bij startbekwaam. Het tweede niveau (basisbekwaam) beschrijft een uitwerking van leerlinggedrag dat je wilt zien, gebaseerd op de interactie tussen de leraar en de leerlingen. Het derde niveau (vakbekwaam) is geformuleerd op het overkoepelende niveau van de school als geheel. Zo is er een set dialoogkaarten ontstaan, die bedoeld zijn voor gebruik in de professionele dialoog over het handelen van leraren op de scholen en in coachingssessies. Op de achterkant van de kaarten staan verdiepingsvragen gericht op de betreffende bekwaamheid: die bieden handvatten voor reflectie en verdere dialoog."

Empoweren

Schoolopleider Van den Eeden merkt dat de aanpak starters kan empoweren. "De zelfscan, die net gereed is gekomen, biedt daarbij denk ik een goede start. Daarmee kunnen zij aangeven waar hun sterke punten liggen en waar zij verder in willen groeien. Daar kunnen vervolgens de dialoogkaarten bij worden gepakt en worden ingezet bij coaching."

Coach Jos Derksen vult aan: "De dialoogkaarten en de aanpak die je met behulp daarvan kunt opzetten voor je scholen biedt een gezamenlijke taal voor coaching en begeleiding en kan daarbij de begeleiding ook systematiseren. De kaartjes geven houvast."

Ontwikkelassassement

Om de ontwikkeling te erkennen en zichtbaar te maken wordt binnen het project aan een ontwikkelassessment gewerkt. Derksen licht toe: "De assessmentfase is nog in een pilotfase, de feitelijke assessments moeten nog starten. We hebben de invulling met opzet nog open gehouden, zodat er ruimte is voor eigen invulling per schoolbestuur met input van starters.

"De werkwijze hebben we wel met elkaar bepaald", vertelt Derksen. "Starters verzamelen ten behoeve van het assessment hun eigen bewijsmateriaal in een professioneel dossier. Daarin kunnen de opbrengsten uit bijvoorbeeld lesobservaties en begeleidingsgesprekken worden opgenomen.  Vervolgens vragen we aan zowel de starter, de begeleider en de scholen om uit elk van de drie competentiegebieden (pedagogisch bekwaam, didactisch bekwaam en collegiale samenwerking) één of twee bekwaamheden te benoemen die in het assessment een rol zullen spelen. De schoolopleiders zijn de assessoren, zij zullen echter niet op hun eigen school assessments afnemen." Binnen het project wordt komend jaar flankerend onderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar het gebruik van het assessment als manier om de ontwikkeling van startende leraren in kaart te brengen.

Kennisnetwerk

"In het project hebben we niet alleen instrumenten ontwikkeld", vertelt onderwijsontwikkelaar Kenkel. "We hebben tegelijkertijd een netwerk opgezet, waarin we de kennis die alle scholen en de HvA hebben rond de begeleiding van starters met elkaar willen delen en voor elkaar willen ontsluiten. We hebben een netwerk van coaches ingericht, waarin we de ervaringen met de inzet en het gebruik van de instrumenten met elkaar delen. De instrumenten bieden een kader en zij zijn niet voorschrijvend. Het zijn hulpmiddelen bij het systematisch opzetten van de begeleiding voor starters."

Van den Eeden: "Door de samenwerking tussen PABO en scholen geven we een stimulans aan levenlang leren. We ontwikkelen een doorlopende leerlijn vanaf de PABO, waarbij we ook een strategische samenwerking met Opleidingsscholen ontwikkelen." Derksen vult aan: "We geven een kader waarbinnen je jezelf kunt ontwikkelen, niet alleen binnen de lessen. Het is breder, want het biedt ook een kader voor reflectie, samenwerking in een team en voor de dialoog."

Project Junior Leraar

Het project Junior Leraar loopt van 2014 tot 2018 met behulp van een subsidie in het kader van de Lerarenagenda 2013-2020. Het project wordt uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam (lectoraat Leren en innoveren), de Pabo en de Lerarenopleidingen in samenspraak met Amsterdamse scholen voor primair en voortgezet onderwijs. In het primair onderwijs zijn dat de schoolbesturen uit de Federatie Openbaar Onderwijs, het katholieke schoolbestuur en de stichting Bijzonderwijs, die in Amsterdam-ZO onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag verzorgt. Ook de Brede Selectie participeert. Deze verzorgt een flexibele schil met vaste en tijdelijke medewerkers rond de scholen voor openbaar onderwijs in Amsterdam.

Voor meer informatie kijk bij het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 21 maart 2017