Praktijkvoorbeeld: Pleidooi voor een open en lerende cultuur

"Erkennen van handelingsverlegenheid zet aan tot willen leren van elkaar!" Aan het woord is WilmaHelena Diepstraten, P&O-stafmedewerker bij de Samenwerkende Vrije scholen in Zuid Holland (SVZH).

Hoe houdt SVZH zicht op de kwaliteit van de leraren?

"Onze onderwijsvorm kent een bepaalde pedagogiek, die leraren nadrukkelijk in de rol van professionals zet. Dat leidt tot een sterk besef van eigenaarschap van het eigen professionele handelen bij leraren. Dat is positief, maar kan ook vernauwend werken", vertelt Diepstraten. "Toen ik 9 jaar geleden schoolleider werd, is mij door een aantal collega’s verteld dat het niet aan mij was om hen te beoordelen omdat dat een intrinsiek onderdeel is van de persoonlijke biografie. Als gevolg daarvan was er in de loop der tijd de gesloten houding ontstaan van ’daar ben ik zelf verantwoordelijk voor’, je komt er niet in’.  Dan helpt het als je in de taal en lijn van de vrijeschool de aansluiting kunt vinden in een gezamenlijke doel vanuit de schoolleiding en de leraren. Die hebben we gevonden in de ontwikkeling van ‘de professionele biografie’ als significant deel van de persoonlijke." 

"Mijn ervaring op andere basisscholen ten aanzien van dit onderwerp, was hierbij erg behulpzaam." Diepstraten heeft die ervaring meegenomen en vertaald naar de pedagogische visie van de vrijescholen. "We hebben gewerkt aan het doorbreken van het beeld dat je vanaf dag één na je afstuderen een goede leraar moet zijn die alles beheerst, er moet juist ruimte zijn om te mogen leren en je blijvend te kunnen ontwikkelen. Met een beroep op de professionele biografie hebben we een open houding willen creëren en dat is de toegang geweest tot het gebruik van o.a. kijkwijzers, in de klas door schoolleider en IB-er, interactief videobegeleiding en (intercollegiale) klassenconsultatie, op de school waar ik schoolleider was."

"Als P&O-er bij de SVZH heb ik nu een aantal instrumenten ontworpen die breed in de SVZH worden ingezet. Ze zijn allemaal klein (op het portfolio na), het gebruik ervan kost niet veel tijd en is laagdrempelig met een goede aansluiting op het werkveld. Bij het ontwikkelen van de instrumenten heb ik gebruik gemaakt van mijn eigen ervaringen als leraar en schoolleider, maar ook van inzichten uit verschillende bronnen, zoals bijvoorbeeld het Kijkkader dat is ontwikkeld bij de Flitsbezoekenmethodiek, de competenties van de Onderwijscoöperatie, de bijlage uit de cao, de 360° feedback vragenlijst van de NSA en, niet onbelangrijk, de wensen van de schoolleider(s) en leraren zelf."

"Er is bijvoorbeeld een algemene kijkwijzer die in één oogopslag datgene inzichtelijk maakt wat van belang is in iedere klas. En door mijn collega stafmedewerker Onderwijskwaliteit zijn er nog twee ontwikkeld , één voor de kleutergroepen en één voor klas 1 t/m 6. Leraren krijgen deze voorafgaand aan een klassenbezoek, zodat zij weten waar op gelet wordt. We observeren bij voorkeur nooit alleen om te voorkomen dat observaties te snel worden geïnterpreteerd als persoonlijk. Afgesproken is dat de schoolleider minimaal twee keer per jaar in de klas kijkt conform het ritme van onze gesprekkencyclus. Tussentijds zijn er altijd de flitsbezoeken", aldus Diepstraten.

"Ook zetten we op verzoek graag video interactief begeleiding (VIB) in. Omdat je daarmee een directe reflectie ziet op je eigen handelen. Je leert als het ware van jezelf! Waar we op de vrijeschool nog wel eens tegenaan lopen is dat er ten aanzien van het Passend Onderwijs onvoldoende didactische variatie voor handen is. We werken namelijk niet met lesmethodes, de leraren maken zelf hun lesstof. Dat vereist een tamelijk goed gevulde rugzak met didactische werkvormen om het onderwijs voor leerlingen met een extra aandachtvraag ook aantrekkelijk te houden. De video interactief begeleiding  kan hier mede aan bijdragen. Je leert veel meer over de effectiviteit van je gedrag en handelen door naar jezelf te kijken. Het kan confronterend zijn, maar is in specifieke gevallen uitdagend en heel leerzaam."

"Eén keer per jaar is er een intercollegiale klassenconsultatie. De eerste keer heb ik dat als schoolleider geëntameerd, nu is het de verantwoordelijkheid van leraren om dat zelfstandig vorm te geven. Een leraar vraagt zelf een collega bij wie hij/zij wil kijken in de klas. Omgekeerd kan een leraar ook een collega vragen om in de klas te komen kijken naar de persoonlijke leervraag."

Per schooljaar vinden er binnen SVZH twee gesprekken plaats, een POP- of loopbaangesprek en een functionerings- of beoordelingsgesprek. In beide gevallen staat de professionele ontwikkeling van de leraar centraal. Afgesproken is dat aan de basis hiervan een portfolio ligt waarvoor de leraar verantwoordelijk is. Dit portfolio kan ook gevuld met de resultaten van de klassenbezoeken, eventueel de video interactief begeleiding en de bevindingen van de intercollegiale klassenconsultatie(s). Op langere termijn kan dit, indien nodig, horizontaal doorgeschoven worden richting het lerarenregister en het schoolleidersregister. De opgetelde uitkomsten leveren ook input voor mogelijke teamscholing, onze interne academie en, waar relevant, individuele begeleiding en coaching.  

Wat is de rol van observatie-instrumenten?

Diepstraten: "De ontwikkelde kijkwijzer(s) voor de klassenbezoeken geven een eerste signalering van het leerkracht handelen in de klas. Als aan de voorkant duidelijk is wat er verwacht wordt, merk ik dat mensen het fijn vinden dat er naar hun ontwikkeling wordt omgekeken. Het is omgekeerd namelijk ook een vorm van verwaarlozing als je dat nooit doet. De observaties op basis van de kijkwijzers worden gebruikt voor een ontwikkelingsgericht gesprek en mogelijk een vervolg in scholing, begeleiding en/of coaching vanuit de behoefte van de leraar zelf. Alleen als er een aantal keren op een bepaald aspect geen resultaat zichtbaar is, kom je in de sfeer van sturen en eenzijdig beoordelen door de schoolleider."

"Een bestuur en schoolleider moeten vanuit hun verantwoordelijkheden weten wat er in de klas gebeurt en een vinger aan de pols houden om te weten of dat wat er gebeurt ook is zoals we het met elkaar hebben afgesproken in de beleids(jaar)plannen.

Wanneer een leraar zelf merkt dat ie daarin handelingsverlegen is op één of meerdere aspecten, is dat een indicatie om ondersteuning te bieden. De invoering van de wet op Passend Onderwijs heeft immers ook geleid tot extra begeleidingsvragen van veel leerlingen. Daarom is ook ondersteuning van leraren  een doorgaand proces geworden wat er gewoon bij is gaan horen: een leven lang leren voor leraren", vertelt de P&O-professional.

Wat is voor jullie de betekenis van een ‘beproefd’ observatie instrument, zoals in de cao is afgesproken?

"De instrumenten die we hebben ontwikkeld, zijn afgestemd op wat er in de cao staat", vertelt Diepstraten. "We hebben net de nieuwe versies vastgesteld en afgesproken dat we deze gaan gebruiken net zoals de voorgaande jaren maar meer aangepast aan de vraag van leraren en schoolleiders. Na een jaar is er evaluatie en feedback gepland en indien gewenst stellen we ze bij vanuit de praktijk, iets moet ook gewoonweg ‘werken’. Met de ‘resonansgroep kwalificatie vrijescholen Nederland’ kijken we tegelijkertijd naar de mogelijkheden om een instrument te ontwikkelen dat beproefd is en wat als ‘standaard’ op alle vrijescholen kan worden ingezet."

Wat levert het gebruik van een observatie-instrument op?

Diepstraten: "De inzet van de verschillende instrumenten in samenhang draagt bij aan het creëren van een open cultuur: je mag handelingsverlegen zijn. Sterker nog dat is DE basis voor een leven lang leren. We hebben als vrije scholen het voordeel dat er een vanuit onze onderwijsvorm een visie is die ingang geeft tot professionalisering. Je geeft zelf het lesgeven vorm op een manier die bij je past en die aansluit op de ontwikkelingsvragen van onze leerlingen. Zoals al gezegd, heeft dit  tegelijkertijd het risico in zich van vernauwing. Dus het gaat erom dat we ruimte, middelen en toegang blijven organiseren om ook naar buiten te kunnen blijven kijken. We willen leerbaarheid stimuleren en de talenten en mogelijkheden van mensen zien en inzetten in alle teams van onze scholen."

"Het is belangrijk dat we dit allemaal in lijn brengen met ons strategisch beleidsplan. Uiteindelijk gaat het tenslotte om de leerling die centraal  staat. Juist daarom werken we aan professionalisering van de leraren. Daarbij gaat het niet alleen om het betrekkingsniveau, maar om wat uiteindelijk de resultaten voor de leerlingen kunnen zijn, hun veiligheid en welbevinden in de klas, zodat er een leerklimaat kan ontstaan wat optimaal wordt benut. Het bestuur geeft mij alle ruimte en middelen om met dit onderwerp aan het werk te zijn en de schoolleiders delen de uitkomsten ervan in het Management Team (MT) waar ook de bestuurder en de stafleden deel van zijn. Ik heb een geweldige baan omdat ik op alle scholen kom en op die wijze ook ‘the best practices’ in kaart kan brengen. De ervaring die ik in mijn 9 jaar ‘schoolleiderschap’ heb opgedaan en daarbij nog eens 9 jaren als leraar op de werkvloer maakt dat ik de uitdagingen die het huidige onderwijs aan ons stelt met plezier en vertrouwen aanga."

WilmaHelena Diepstraten is sinds augustus stafmedewerker P&O bij de Samenwerkende Vrije scholen in Zuid Holland. Daarvoor was ze negen jaar schoolleider op één van de acht vrije scholen van hetzelfde schoolbestuur. In het vrijeschoolonderwijs gaan leren en persoonlijke ontwikkeling hand in hand. Met als motto 'worden wie je bent'. "Wanneer er ruimte is voor loopbaanontwikkeling voelen leraren zich serieus genomen en uitgedaagd in hun professionele ambitie."

Laatst gewijzigd: 
donderdag 11 mei 2017