Prijsindex en Londo-index

Regelmatig wordt de vraag gesteld of de indexering van de materiële bekostiging wel spoort met die van de prijsindex en waarom die niet wordt gevolgd. Op die vraag gaan we nader in.

Voor de indexering van de materiële instandhouding (Londo-bekostiging) wordt de consumentenprijsindex niet gevolgd, maar geldt de indexering van de materiële overheidsconsumptie. 

De indexering van de materiële overheidsconsumptie is geen simpele zaak. Die vaststelling gebeurt op basis van de gegevens van een drietal jaren.
Daarbij wordt deze index bepaald voor het jaar T op basis van:

  • de werkelijke prijsontwikkeling van het jaar T-2, 
  • de geactualiseerde prijsontwikkeling van het jaar T-1, en 
  • van de verwachte prijsontwikkeling van het jaar T.

 

De gegevens van de consumentenprijsindex zijn op de website van het CBS te achterhalen (vanaf 1900!). De indexering van de Londo-bekostiging is vanaf 1998 beschikbaar. Daarvoor werden afzonderlijke indexen gevolgd. Men keek naar een programma van eisen en vervolgens werd de index erbij gehaald die daar het meeste verwantschap mee had. In feite werd dus de prijsstijging per soort programma van eisen vastgesteld. Met de wetswijziging vanaf 1997 (vereenvoudiging Londo) werd overgestapt op de index van de materiële overheidsconsumptie.

Wanneer we de indexen vanaf 1998 naast elkaar zetten verkrijgen we de volgende tabel.

CBS-index Londo
1998

1,92%

2,00%

1999

2,17%

1,50%

2000

2,49%

1,80%

2001

4,59%

3,60%

2002

3,36%

7,04%

2003

2,14%

0,07%

2004

1,18%

1,19%

2005

1,71%

2,46%

2006

1,15%

3,35%

2007

1,61%

1,56%

2008

2,49%

1,60%

2009

3,90%

2010


De weergave in een grafiek geeft een toegankelijker beeld:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schommeling van de Londo-index blijkt aanzienlijk groter te zijn dan die van de prijsindex. Vooral die van 2002 en 2003 zijn indrukwekkend. De samenhang met het politieke beleid is daar de oorzaak van. De uitkomsten over het geheel zijn voor de Londo-index gunstiger, al is het verschil slechts gering.
Stellen we 1997 op 100 dan blijkt na 11 jaar dat de Londo-index gemiddeld per jaar 0,14% gunstiger is. Dat blijkt na die 11 jaar dan in totaal 1,57% meer te zijn.

Er is dus weinig reden om van de huidige index over te stappen op die van de prijsindex. Het is tegelijkertijd moeilijk in te schatten wat het effect is van de huidige economische crisis voor de komende periode. De overheidsconsumptie zal daardoor negatief beïnvloed worden, maar ook de prijsindex is momenteel dalende.

Het voorgaande maakt in elk geval duidelijk dat de indexering van Londo tot nu toe gunstiger uitpakt dan die van de prijsindex.

Heeft u vragen? Klik hier >>

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën