Primair onderwijs wil van fusietoets af, en wel hierom    

Het primair onderwijs wil het al jaren en heeft het kabinet aan haar zijde. Minister Arie Slob (Onderwijs) wil de fusietoets helemaal afschaffen. Zijn wetsvoorstel dat dit moet regelen, is donderdag onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer.

De fusietoets, wat is dat ook alweer?

De fusietoets is in 2011 in het leven geroepen om in alle onderwijssectoren, van primair tot hoger onderwijs, te voorkomen dat door fusies kolossale besturen en scholen ontstaan en daarmee de variatie in het onderwijsaanbod verdwijnt. Sindsdien moeten besturen die willen fuseren hiertoe een verzoek indienen. Toentertijd was er een speciale fusietoetscommissie die alle fusieaanvragen hierop beoordeelde.

In 2018 diende minister Arie Slob (Onderwijs) een wetsvoorstel in die deze toets voor het primair (po) en voortgezet (vo) onderwijs moet afschaffen. Deze moet in 2020 van kracht worden. In aanloop naar die wetswijziging, geldt sinds 1 augustus 2018 voor po en vo alvast een lichtere, procedurele, toets. Deze wordt uitgevoerd door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Bij voorgenomen fusies hebben schoolbesturen geen advies meer nodig van de fusietoetscommissie. Wel moet voor iedere fusie een zogenoemde fusie-effectrapportage worden gemaakt en moet de medezeggenschapsraad instemmen met de plannen.

Waarom willen primair onderwijs en kabinet dat deze toets (helemaal) wordt afgeschaft?

De fusietoets heeft in het primair onderwijs geen meerwaarde, maar levert juist een gevaar op voor het behoud van diversiteit, bereikbaarheid en kwaliteit van scholen. In verschillende regio’s is het aantal leerlingen de afgelopen jaren flink teruggelopen. Een fusie van besturen kan voorkomen dat scholen te klein worden en lukraak omvallen, waardoor diversiteit verdwijnt en ouders niets meer te kiezen hebben. Maar omdat de fusietoets erg complex is, deze veel administratieve rompslomp met zich meebrengt en omdat het vaak lang duurt voordat besturen weten waar ze aan toe zijn, zien vele nu vaak van zo’n reddende fusie af. 

De lichtere, procedurele toets die momenteel geldt, is weliswaar een hele verbetering, maar werkt nog steeds belemmerend. De PO-Raad pleit al jaren voor het afschaffen van de fusietoets voor het primair onderwijs.

Critici zijn onder meer bang dat het schrappen van de toets kolossale scholen in de hand werkt en diversiteit in het onderwijsaanbod beperkt. Hebben zij een punt?

De PO-Raad hecht met alle critici veel waarde aan diversiteit in het onderwijs maar vindt dat zij de verschillende onderwijssectoren onterecht over één kam scheren. In het primair onderwijs vormen grotere besturen geen gevaar voor de diversiteit. Die wordt immers vooral geborgd op schoolniveau. Het primair onderwijs kenmerkt zich juist door kleinschaligheid. Ruim 40 procent van alle besturen is een zogenoemde éénpitter en telt één school. Slechts 25 procent van alle schoolbesturen telt meer dan 10 scholen. Gemiddeld telt een school in het primair onderwijs zo’n 223 leerlingen.
Deze kleinschaligheid is niet te vergelijken met het mbo en hoger onderwijs waar vaak duizenden leerlingen op één school zitten.

Overigens weten we uit cijfers van de onderwijsinspectie dat schoolbesturen met twee tot zeven scholen vaker van onvoldoende kwaliteit zijn dan andere besturen. De fusietoets staat daarmee ook onderwijskwaliteit in de weg.

De PO-Raad heeft op haar congres in juni aangegeven een discussie te willen starten over schaalgrootte. Deze moeilijke discussie moeten we niet uit de weg gaan, betoogde voorzitter Rinda den Besten in haar speech. ,,Moeten we toe naar een minimale – en misschien ook maximale – omvang van een schoolbestuur in het primair onderwijs? Te groot is nooit goed, maar te klein is kwetsbaar en daarmee doen we aantoonbaar kinderen tekort.''

Laatst gewijzigd: 
donderdag 5 september 2019

Trefwoorden

Nieuwscategorieën