Raad van State stelt ministerie in gelijk bij rechtszaken fusiecompensatie

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ging over tot terugvordering van de fusiecompensatie bij een aantal scholen waarbij op de fusiedatum geen of weinig leerlingen overgingen naar de andere school. Schoolbesturen gingen hiertegen in beroep, maar de Raad van State heeft het ministerie van OCW in december in het gelijk gesteld bij de rechtszaken rondom de fusiecompensatie.

Schoolbesturen tekenden beroep aan omdat zij bij het aanvragen van de fusiecompensatie niet op de hoogte waren van de eis dat een substantieel deel van de leerlingen over moest gaan van de op te heffen school naar de fusieschool op de vastgestelde fusiedatum. Minister Arie Slob (Onderwijs) vond dat bij schoolbesturen voldoende kenbaar was gemaakt wat de voorwaarden van de regeling waren. Volgens de minister is het bestaan van een school ingegeven door het bieden van onderwijs aan leerlingen. Om die reden moet dan ook een substantieel deel van het aantal leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool bij de samenvoeging van scholen. Zonder de overgang van leerlingen is een school een leeg huis. Dit past niet in de systematiek van de wet waarvoor de fusiecompensatieregeling in het leven is geroepen.

Leerlingen moeten overgaan op het moment van de fusie

Volgens het ministerie van OCW is de bekostiging onlosmakelijk verbonden met de belangrijkste taak van een school: het verzorgen van onderwijs aan leerlingen. Er moet dan ook onderwijs worden gegeven op het moment dat scholen fuseren. Daarom is het van belang dat ook leerlingen overgaan op het moment van de fusie. Onder samenvoeging verstaat het ministerie dat de opgeheven school is zijn geheel is overgegaan. De nieuwe school moet zijn ontstaan uit de nog op te heffen school, de overnemende of de school die nog moet worden gevormd. Sinds 2017 is er meer duidelijk over de definitie die wordt gebruikt voor samenvoeging van scholen. Er moet minimaal 50% van de leerlingen van de op te heffen school overgaan naar de fusieschool. Dit percentage blijkt soms een drempel voor het fuseren van scholen, ook daar waar een fusie goed zou zijn voor de onderwijskwaliteit.

Fusiecompensatie

De schoolbesturen argumenteerden dat bij een fusie bepaalde kosten doorlopen, bijvoorbeeld voor overtollig personeel. De fusiecompensatie helpt volgens de schoolbesturen bij het dragen van deze kosten. De Raad van State schoof dit argument terzijde. De hoogte van de bekostiging wordt immers bepaald door het aantal leerlingen en staat los van het aantal personeelsleden of vaste lasten. De fusiecompensatie is bedoeld om de school die de leerlingen van de bij fusie opgeheven school opneemt in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe organisatie, stelt de Raad van State. De fusiecompensatie wordt aan scholen verstrekt voor het verzorgen van onderwijs aan leerlingen en niet voor personeelsleden. Overtollig personeel kan alleen worden bekostigd uit de fusiecompensatie als dit verband houdt met de samenvoeging van scholen en daardoor minder middelen aanwezig zijn om personeel te betalen.

Laatst gewijzigd: 
maandag 20 januari 2020

Nieuwscategorieën