Reportage Nationale Onderwijsdebat - Ik twitter, dus ik besta

04-10-2013

Zijn sociale media op school een lust of een last? Dat is de centrale vraag waarover deskundigen tijdens het Nationale Onderwijsdebat met elkaar in discussie gaan. Een verslag.

Al na tien minuten neemt het debat over Social Media in het onderwijs een verrassende wending, wanneer de leerlingen uit de vierde van het Almeerse Gymnasium om hun mening gevraagd wordt: ‘Leren uit een boek gaat gewoon veel beter’, zegt een van hen. Later zegt een klasgenoot: ‘Social media is voor thuis, daar heeft mijn school niets mee te maken’.

Even leek er op dat de meeste aanwezige volwassenen vooruitstrevender waren dan de leerlingen. Toch bleken eigenlijk iedereen het er mee eens te zijn dat social media een ‘fact of life’ is en dat het onderwijs dus moet nadenken op welke manier zij hiermee omgaat. Of, zoals Emmanuel Naaijkens in zijn gesproken column zegt: ‘Verzet tegen social media is als blaffen tegen de maan’.

Boris van der Ham leidt het Nationale Onderwijsdebat. Fotografie: Linda Vonhof / Social Media Wijs

Ouderen versus de jongeren

Woensdag 2 oktober, Dudok, Den Haag. Een bont gezelschap zit, op uitnodiging van de PO-Raad, de VO-raad en de organisatie van de Nationale Onderwijsweek, bij elkaar om te debatteren over de vraag of social media een lust is voor het onderwijs, of een last.

Thomas Boeschoten, onderzoeker op het gebied van nieuwe media en o.a. lid van de Commissie Project X Haren onder leiding van Job Cohen, vindt dat er teveel vanuit het middel gedacht wordt. Het gaat er volgens hem om wat je wil bereiken. En of digitale – of social media daar een zinvolle bijdrage aan levert. Wel is hij van mening dat je je in ieder geval bewust moet zijn van de impact van social media en dat je dus moet leren ermee om te gaan: ‘Ouderen weten wat de impact is, maar zijn technisch niet zo vaardig. Bij jongeren is dat precies andersom. Jongeren moeten leren omgaan met de kracht en de omvang van het middel.’

Social media in de les?

De aanwezige leerlingen uit groep 8 van een Haagse basisschool zijn buiten de les vooral digitaal bezig met Instagram, vertellen ze. Een enkeling zit op Twitter. Hun juf gebruikt social media ook in de les, ter ondersteuning van ‘reguliere’ lessen. Ze merkt dat ze daarmee aansluiting vindt bij de belevingswereld van de kinderen en ze extra motiveert hun best te doen. Anko van Hoepen, Algemeen Bestuurder van de PO-Raad en bestuurder van Alpha Scholengroep 's-Heer Arendskerke, vindt ook dat social media heel goed ondersteunend in te zetten is bij het ‘ouderwets pedagogische principe’ aandachtig en kindspecifiek lesgeven. Hij stimuleert zijn leerkrachten dan ook social media te integreren in de les.

Michel Rog, Tweede Kamerlid van het CDA, ziet geen rol voor de sociale media in de les. Wel daarna, bijvoorbeeld om buiten de les om vragen te kunnen stellen aan de leerkrach. Maar volgens hem leidt het in de klas alleen maar af. René Peters, wethouder van Onderwijsstad Almere, is het daar niet mee eens. Hij constateert dat er sprake is van een kloof tussen de wereld in, en de werkelijkheid buiten de school. 'Het is in ieder geval wel handig dat leerlingen normen, waarden en gewoontes kennen van de wereld van de sociale media', aldus Kamerlid Paul van Meenen van D66. ‘Net zoals bij verkeersles is het verstandig om de risico’s te kennen’.

vlnr: Thomas Boeschoten, Remco Pijpers en René Peters. Fotografie: Linda Vonhof / Social Media Wijs

Beleid

Dat scholen iets ‘moeten’ met sociale media, zijn de meeste aanwezigen het in ieder geval wel over eens. Remco Pijpers, directeur Mijn Kind online, pleit er voor dat iedere school een social media beleid opstelt, gerelateerd aan de onderwijsdoelen van de school. Zowel voor gebruik in de les, opdat een leerkracht weet wat er van hem verwacht wordt en wat de school wel en niet wil, als ook buiten de klas. ‘Ouders zijn online. Als je als school niet online bent, wordt er dus toch wel over je gesproken. Je kan dan maar beter zorgen ook deel te nemen aan het gesprek’.

Rector Tomas Oudejans (Tilburg) geeft aan dat de leraren de taal van de sociale media moeten begrijpen, maar vooral ook aan de jongeren moeten leren welke taal op welk moment gewenst is. In zijn gesproken column gaf onderwijsjournalist Emmanuel Naaijkens een typerend voorbeeld van een leerling die zijn baas van de leerwerkplek met YOLOtaal sms’te dat hij een uur later op z’n werk kwam. Dat onzinbericht had zijn baas niet begrepen. De leerling kreeg een uitbrander over het, onaangekondigd, te laat komen.

Social media als leermiddel

Op de vraag van gespreksleider Boris van der Ham wat je mist als je Social Media niet inzet, zijn VO-raad en PO-Raad eensgezind. Sjoerd Slagter, scheidend voorzitter van de VO-raad, stelt dat het doel is dat de leerstof ‘landt’. Als social media daarbij helpt, moet je die inzetten. Anko van Hoepen vult aan: ‘Als je social media niet inzet, mis je het kind. Maak dus beleid en bepaal met elkaar wat nodig en wenselijk is.’


Laatst gewijzigd: 
vrijdag 4 oktober 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën