Rinda den Besten: 'Vso-docent behouden kost 16,5 miljoen'

Of het nu gaat om het lerarentekort, werkdruk of financiën, de problemen in het speciaal onderwijs* zijn vaak het grootst. Alleen al om docenten in het diplomagerichte vso arbeidsvoorwaarden te bieden die gelijkwaardig zijn aan reguliere vo-docenten, is 16,5 miljoen nodig, stelt PO-Raad voorzitter Rinda den Besten.

Rinda den BestenWat is de staat van het speciaal onderwijs?

,,Ik maak me veel zorgen. Het lerarentekort komt bij deze doelgroep extra hard aan, deze leerlingen zijn vaak extreem gevoelig voor veranderingen. Het diplomagerichte vso bijvoorbeeld kampt met een tekort van elf procent, weten we uit de tussenstand van een actuele ledenpeiling. Aan de bovenkant verliezen we leerkrachten die vanwege de arbeidsvoorwaarden overstappen naar het reguliere voortgezet onderwijs of andere sectoren. Aan de onderkant komt er amper iets bij. Vrijwel geen enkele pabostudent loopt stage op een speciale school. En onbekend maakt nu eenmaal onbemind. Tegenwoordig krijgen studenten vaak al een baan aangeboden op hun stageschool, voordat ze goed en wel zijn afgestudeerd!”

Was het idee van passend onderwijs niet dat het speciaal onderwijs zou krimpen?

,,Dat zou een gevolg moeten zijn, niet een doel op zich. Maar helaas, in tegenstelling tot het aantal docenten, neemt het leerlingaantal op het speciaal onderwijs momenteel juist toe. Daarnaast is er op veel plekken minder geld door de landelijke verevening. Ik vind het knap dat er, ondanks alle problemen, maar weinig speciale scholen als “zwak” of “onvoldoende” worden beoordeeld, dat ernstige incidenten eigenlijk zelden voorkomen en scholen het hoofd boven water weten te houden. Maar vast staat dat het om een pittige doelgroep gaat. En de problematiek wordt steeds heftiger, hoor ik van veel scholen. Hoe lang houdt het speciaal onderwijs dit vol? Het is wachten op ongelukken.”

Het speciaal onderwijs hééft toch al kleinere klassen, krijgt al een hogere bekostiging…?

,,Dat klopt, de klassen zijn kleiner en (v)so-docenten zitten in hogere schalen (L11, sommigen L12). Ze hebben dan ook te maken met een ingewikkelde doelgroep en hebben hiervoor een aanvullende opleiding gevolgd. Maar dat salaris is nog niet concurrerend met andere sectoren. Wat we ook niet moeten vergeten, is dat scholen voor speciaal onderwijs veel onderwijsondersteunend personeel in dienst hebben: onderwijsassistenten, logopedisten, gedragsdeskundigen, maatschappelijk werkers, schoolverpleegkundigen, etcetera. Op mytylscholen vormen zij zelfs de helft van het totale personeel. Ook aan ondersteuners is een groot tekort, maar zij zijn er in de laatste cao niet extra op vooruit gegaan, zoals de leraren. Daarover is veel onvrede in de sector, omdat zij onmisbaar zijn.”

Komen de ondersteuners in de volgende cao wél aan de beurt?

,,Het is goed om ook naar de functies, de functie-omschrijvingen en de inschaling van oop-ers te kijken. Om daadwerkelijk afspraken te maken, moet er wel financiële ruimte zijn. Dat moet je heel zorgvuldig doorrekenen, daarom duren die cao-onderhandelingen altijd zo lang. Het is onverantwoord om een cao te sluiten die onbetaalbaar is voor scholen met een hoog percentage ondersteuners. Het laatste wat we willen, is die scholen nog verder in de problemen brengen.”

En hoe zit het met de middelen vanuit het werkdrukakkoord, die zijn er toch ook voor het (v)so?

,,Ja, maar die middelen worden uitgekeerd op basis van een bedrag per leerling. Speciale scholen hebben relatief weinig leerlingen per leraar, maar de leraren ervaren niet minder werkdruk. De bureaucratie loopt op veel plekken nog altijd de spuigaten uit, bijvoorbeeld als het gaat om toelaatbaarheidsverklaringen. Maar ook het feit dat je als werknemer in het speciaal onderwijs altijd participeert in één of meer multidisciplinaire overlegstructuren, veroorzaakt werkdruk. Wij hebben aan het ministerie voorgesteld om bij de tussenevaluatie van het werkdrukakkoord specifiek te kijken naar de effecten voor speciale scholen en de verdeelsleutel te heroverwegen. Nu heeft de minister onlangs besloten dat een flink deel van de middelen al eerder beschikbaar komt. Fijn voor de reguliere scholen, maar extra zuur voor de speciale. Want die tussenevaluatie komt voor de vervroegd uitgekeerde middelen te laat.”

Kunnen de samenwerkingsverbanden niet bijspringen?

,,Het beeld dat het geld daar overal tegen de plinten klotst, klopt niet. Een aantal samenwerkingsverbanden heeft op het eerste gezicht inderdaad hoge reserves. Daarmee voeren wij op dit moment gesprekken. Maar ten eerste liggen de meest noodlijdende speciale scholen niet in de rijkste samenwerkingsverbanden, en ten tweede kun je een reserve maar één keer uitgeven. De problemen in het (v)so vragen om een structurele oplossing.”

Eén wet funderend onderwijs?

,,Dat is onze stip op de horizon. Het is jammer dat de ontvlechting – die we later invlechting zijn gaan noemen - vanwege praktische belemmeringen niet gelukt is. Dat had veel van de huidige problemen opgelost. Het idee was goed, het (v)so heeft namelijk veel meer gemeen met het vo dan met het po. Maar één wet voor het hele po en vo samen, is nog veel beter. Niet alleen voor rechtvaardiger arbeidsvoorwaarden, maar vooral voor betere doorgaande lijnen voor kinderen. Maar het vergt nog wel wat overleg om daar te komen. In de tussentijd moeten we zorgen dat het (v)so niet door het ijs zakt.”

Wat moet er dan nu gebeuren?

,, Alleen al om docenten in het diplomagerichte vso dezelfde arbeidsvoorwaarden te kunnen bieden als een reguliere vo-docent, is 16,5 miljoen euro extra nodig. Maar daarmee zijn we er nog lang niet. Het kabinet moet echt met een financieel plan komen om het speciaal onderwijs overeind te houden. Reguliere scholen durven alleen te experimenteren met passend onderwijs, als ze een back-up achter de hand hebben in de vorm van een degelijke (v)so-voorziening. Hebben ze die niet, dan kan dat het definitieve einde betekenen voor passend onderwijs. Dit probleem is dus veel breder dan alleen het so en vso. Het is een stelselkwestie, het wordt tijd dat we dat onder ogen zien.

En tot slot: ik vind dat een stageperiode in het speciaal onderwijs verplicht moet worden in de lerarenopleidingen. En dan bedoel ik niet een snuffelstage van een week. In Leiden wordt nu een minor Speciaal Onderwijs aangeboden. Ik hoop dat veel hogescholen dat voorbeeld volgen!”

*Waar speciaal onderwijs staat, wordt ook voortgezet speciaal onderwijs bedoeld.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 16 april 2019

Nieuwscategorieën