Ruimte voor nieuwe scholen en modernisering bekostiging tegelijk regelen

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) is weer een stap dichterbij het invoeren van een wet die het makkelijker moet maken nieuwe scholen te stichten. De PO-Raad ondersteunt de basisgedachte van dat voorstel. Wel vreest ze dat scholen lukraak omvallen en onderwijsgeld wordt verspild als het wetsvoorstel nu wordt doorgevoerd. Het succes van de wet is namelijk afhankelijk van nieuwe regels voor bekostiging en die zijn er nog niet.

Op dit moment kunnen alleen nieuwe scholen worden gesticht die behoren tot een van de bestaande (traditionele) levensbeschouwelijke richtingen. Dekkers wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen houdt kort gezegd in dat schoolbesturen en ouders ook andere soorten scholen mogen oprichten. De PO-Raad vindt dit een groot goed. Alle betrokkenen konden tot voorkort op dit plan reageren via een internetconsultatie. Ook de PO-Raad heeft een reactie ingestuurd.

Wat de PO-Raad vindt

Het stichten van nieuwe scholen heeft direct gevolgen voor de bekostiging van het primair onderwijs. Alle schoolbesturen ontvangen nu voor ieder van hun scholen een vast bedrag van de overheid en daarnaast een bedrag per leerling. Als er een nieuwe school bij komt, betekent dat automatisch dat er per school minder geld beschikbaar is.

Omdat stichten van scholen en bekostiging zo nauw samenhangen, vindt de PO-Raad het erg belangrijk dat de regels hiervoor tegelijkertijd worden gemoderniseerd, en niet één voor één afzonderlijk, zoals nu het plan is. Daarmee bestaat namelijk het gevaar dat steeds kleine, onomkeerbare stappen worden gezet met negatieve consequenties voor zowel nieuwe als bestaande scholen.

Een voorbeeld: In regio’s waar het aantal leerlingen flink daalt, kan het oprichten van een nieuwe school, leiden tot het omvallen van een of meerdere bestaande scholen. De nieuwe school trekt namelijk leerlingen en ook geld weg bij de andere scholen die daarmee soms te weinig leerlingen overhouden om nog te mogen blijven bestaan. Tegelijkertijd is het onzeker of ook de nieuwe school wel levensvatbaar is. Bovendien moet er huisvesting voor de nieuwe school worden geregeld, iets dat aan ingewikkelde regels gebonden is en het daadwerkelijk oprichten ervan in de weg kan staan.

De PO-Raad roept de staatssecretaris dan ook op haar wet pas door te voeren wanneer een helder toekomstperspectief met oog voor stichting en bekostiging is uitgedacht. ,,Juist omdat we het belangrijk vinden dat ouders en schoolbesturen een nieuwe school kunnen stichten, is het zaak dat het hele pakket goed wordt geregeld’’, aldus Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. Sinds enkele maanden is de PO-Raad met haar leden in gesprek over het moderniseren van de bekostiging.

Nieuwe school, een nieuw idee?

De PO-Raad pleit er verder voor plannen voor een nieuwe school ook te toetsen op ‘doelmatigheid’, ofwel op het feit of de op te richten school wezenlijk anders is en iets toevoegt aan de bestaande scholen in een regio. Den Besten: ,,De sector is gebaat bij een divers, toegankelijk en bereikbaar onderwijsaanbod en niet met een (verdere) versplintering ervan’’, aldus Den Besten. In bijvoorbeeld het mbo bestaat een doelmatigheidstoets al.

Vrijheid van onderwijs

Dekker werkt sinds 2013 aan een wetsvoorstel voor het stichten van nieuwe scholen. Deze wet moet bijdragen aan het moderniseren van artikel 23 van de Grondwet waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd. De bewindsman vindt dit artikel niet meer van deze tijd. Veel voorstanders hopen hiermee ook meer innovatie in het onderwijs mogelijk te maken. De PO-Raad benadrukt dat innovatie ook veel binnen bestaande schoolbesturen en scholen plaatsvindt.

Dekkers wetsvoorstel van wordt binnenkort naar de Raad van State gestuurd. Daarna zal de Tweede Kamer erover debatteren.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 11 maart 2016

Nieuwscategorieën