Samen het thuiszitten terugdringen

‘Wij zien dat in regio’s, door scholen, hulpverleners, ondersteuners en gemeenten hard wordt gewerkt om alle kinderen naar school te laten gaan’, schrijven ministers Slob (Onderwijs), De Jonge (Volksgezondheid) en Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Tweede Kamer. Toch groeide ook afgelopen schooljaar het aantal thuiszitters. De PO-Raad en VO-raad zetten zich daarom samen met partners in om thuiszitten te voorkomen en terug te dringen.

Uit de brief van de ministers en signalen binnen de PO-Raad en VO-raad, blijkt dat het lastig is om grip te krijgen op thuiszitten. Zo zijn regio’s onderling moeilijk vergelijkbaar door verschillende definities en manieren van registreren. De ministers werken dan ook aan een nieuwe definitie van thuiszitten, omdat de huidige definitie geen rechtdoet aan leerlingen die minder dan drie maanden niet naar school gaan: ‘Ieder kind moet zo snel mogelijk in beeld zijn, omdat bij verzuim belangrijke bouwstenen in de ontwikkeling worden gemist, ongeacht de duur van het verzuim’, laten de ministers de Tweede Kamer weten. Ook de PO-Raad en VO-raad pleiten al langer voor een gezamenlijke manier van tellen en registreren van thuiszitters.

Preventie van thuiszitten en samenwerken met jeugdhulp

Binnen het Thuiszitterspact werken de PO-Raad en VO-raad samen met partners aan een lokaal sluitende aanpak om thuiszitten te voorkomen en terug te dringen. Om onnodig thuiszitten te voorkomen, is het volgens beide raden bijvoorbeeld erg belangrijk dat ieder samenwerkingsverband goede afspraken maakt over doorzettingsmacht. Tegelijkertijd blijkt dat de ondersteuning die we bieden nog tot onvoldoende succes leidt. Daarom spreken wij samenwerkingsverbanden aan als zij hun verantwoording, governance en reserves niet op orde hebben. Bovendien gaan we gezamenlijk onderzoeken waar de regionale verschillen op het gebied van passend onderwijs vandaan komen. Voor de zomer bezoeken de PO-Raad en de VO-raad 15 regio’s met zorgelijke signalen, waaronder een hoog aantal thuiszitters.

Binnen de Coalitie onderwijs-jeugd-zorg, waar de PO-Raad en VO-raad ook deel van uitmaken, werken de 21 landelijke partners, 11 inspiratieregio’s en 200 aandeelhouders aan de aanbevelingen die zijn gedaan in het advies Mét andere ogen. Een van de adviezen is dat er brede lokale afspraken over jeugd gemaakt worden. Om de complexe problematiek van thuiszittende kinderen op te lossen, is het van belang dat gemeenten en schoolbesturen goede basisafspraken hebben over het vinden en realiseren van een passend aanbod. Hierbij moet er snel geschakeld kunnen worden, dit werkt het beste als er goede werkafspraken zijn gemaakt.

Uit de brief van de ministers blijkt dat het aantal kinderen dat dan drie maanden thuiszat steeg van 4.479 in het schooljaar 2017-2018 naar 4.790 kinderen in 2018-2019. We zien wel dat het steeds beter lukt om kinderen weer terug naar school te laten gaan; dat aantal ging van 2.141 naar 2.480 leerlingen. Ook constateert het ministerie dat het aantal kinderen dat tijdens een schooljaar uitvalt sinds de start van het Thuiszitterspact ieder jaar afneemt. Maar elke thuiszitter blijft er een te veel.

Toewerken naar wet voor funderend onderwijs

Op de lange termijn willen we toewerken naar één Wet funderend onderwijs voor kinderopvang, po en vo. Hierin krijgen alle kinderen, ook kinderen die extra zorg nodig hebben, voldoende ontwikkelkansen. Dit wordt ook bepleit in de vorige week gepresenteerde visie ‘Toekomst van ons onderwijs’. Het belang van het kind moet altijd voorop staan en er moet gekeken worden naar waar een kind het meeste bij gebaat is: regulier onderwijs, eventueel met extra begeleiding of toch onderwijs op een gespecialiseerde school. Bekostiging en/of randvoorwaarden mogen geen knelpunt vormen. Zo krijgt ieder kind het onderwijs dat hij nodig heeft.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 31 januari 2020

Nieuwscategorieën