Scholen en voorschoolse voorzieningen voortvarend bezig met startgroepen

De pilot ‘startgroepen’ verloopt voorspoedig. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) in een brief aan de Tweede Kamer. Onderzoek naar de implementatie laat zien dat een gelijkwaardige samenwerking tussen een pedagogisch medewerker en een begeleider (pabo-niveau) en de inhoudelijke regie van de schoolleider een positieve invloed hebben op het aanbod in de startgroepen en de uitvoering daarvan.

In een brief aan de Tweede Kamer pleitte de PO-Raad er donderdag voor om de resultaten van deze pilots mee te nemen in de voorgenomen harmonisatie van voorschoolse voorzieningen. Daarin riep ze de Kamer ook op werk te maken van één peutervoorziening.

Regie en samenwerking op de groep

Bijna alle startgroepen hebben gekozen voor een vorm van regie voeren waarbij de schoolleider een coördinerende rol heeft en een deel van de regisserende taken delegeert. De schoolleider bewaakt de grote lijn, anderen (zoals de intern begeleider, onderbouw- of VVE-coördinator of de voorschools manager) zijn meer inhoudelijk betrokken bij de vernieuwingen op de startgroep.

Bij de meeste startgroepen neemt de begeleider het voortouw bij de introductie van opbrengstgericht werken en de doorgaande lijn. De pedagogisch medewerker is leidend bij de ‘vertaling’ hiervan naar kinderen in de peuterleeftijd en bij het kiezen van geschikte activiteiten. Zo vullen zij elkaar aan en leren zij van elkaar.

Opbrengstgericht werken en doorgaande lijn

Alle startgroepen zijn bezig met de implementatie van opbrengstgericht werken (OGW). Het opbrengstgericht werken bevalt over het algemeen goed. Het doelgericht werken geeft structuur en draagt eraan bij dat activiteiten bewuster worden ingezet. Op de meeste startgroepen bestaat tevredenheid over de balans tussen vrij spelen en programmatische activiteiten.

Op vrijwel alle basisscholen en inmiddels ook op een meerderheid van de startgroepen wordt een kindvolgsysteem gebruikt. Op ongeveer de helft van de startgroepen wordt gewerkt aan een gezamenlijke visie en een inhoudelijk doorgaande lijn. Betrokkenen hebben vertrouwen in het verder versterken van de doorgaande lijn, want aanvankelijke verschillen in visie tussen voorschoolse instellingen en basisscholen zijn na één jaar kleiner geworden.

Pilot Startgroepen

De pilot Startgroepen is in augustus 2011 van start gegaan en loopt tot augustus 2015. Doel van de pilot is te onderzoeken of de leeromgeving van de basisschool peuters met een risico op een (taal)achterstand kan stimuleren in hun ontwikkeling en bijdraagt aan een goede start in het basisonderwijs. Er zijn 30 startgroepen verspreid over het land.

Een startgroep bestaat uit een samenwerking tussen een basisschool en een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. De kinderen blijven hierbij op de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf, die bij de meeste startgroepen in het schoolgebouw gevestigd is. De schoolleider voert de inhoudelijke regie over het aanbod vanaf de startgroep tot en met groep 8. Op de startgroep staan een pedagogisch medewerker (mbo-niveau) en een begeleider (pabo-niveau). Zij werken doelgericht aan de ontwikkeling van de peuters. Het aanbod op de startgroep is intensiever dan reguliere VVE, namelijk 12,5 uur per week in plaats van 10 uur.

De Tweede Kamer zou aanvankelijk deze week over de harmonisatie van voorschoolse voorzieningen praten. Het overleg is inmiddels uitgesteld tot in maart.

Laatst gewijzigd: 
maandag 17 februari 2014

Nieuwscategorieën