Schoolbesturen kunnen eigen risico dragen voor vervanging

15-05-2015

Het vervangingsfonds (VF) biedt schoolbesturen de mogelijkheid om eigenrisicodrager (ERD) te worden voor de vervangingskosten. Dit is onderdeel van de bredere modernisering van het fonds. Omdat de tijd dringt voor de aanvraag van ERD per 1 augustus 2015 (namelijk voor 6 juni) vindt u hierbij de mogelijkheden op een rij. De PO-Raad adviseert schoolbesturen om voordelen en risico’s goed tegen elkaar af te wegen.

Een schoolbestuur dat eigenrisicodrager is voor de vervangingskosten, declareert geen vervangingskosten bij afwezigheid van een medewerker en uiteraard betaalt hij daarvoor dan ook geen premie meer. Dat betekent dat het schoolbestuur voor de invulling van de vervanging niet meer hoeft te voldoen aan de regels van het VF en meer ruimte heeft voor een eigen vervangingsbeleid. Een schoolbestuur profiteert als eigenrisicodrager van effectief verzuimbeleid doordat het dan minder vervangingskosten heeft. De andere kant is natuurlijk dat het schoolbestuur ook een risico loopt dat in enig jaar het ziekteverzuim hoger is. Overigens betalen ERD-schoolbesturen nog een kleine premie (0,21%). Dit is voor het flankerend beleid waarvan ze gebruik kunnen blijven maken en een deel voor een solidariteitsbijdrage.

Mogelijkheden voor eigenrisicodragerschap

Een schoolbestuur kan eigenrisicodrager worden als de organisatie voldoet aan een van de volgende criteria:

  1. Uw schoolbestuur heeft een lumpsum van meer dan 20 miljoen euro
  2. Uw schoolbestuur werkt samen op het gebied van HR-beleid, vervangingsbeleid, verzuimbeleid, en samen heeft u een lumpsum van meer dan 20 miljoen euro
  3. Uw ziekteverzuim was in 2013 lager dan 7,0%
  4. Uw ziekteverzuim is van 2012 naar 2013 met meer dan 10% gedaald (bijvoorbeeld van 10% naar 9%).

Ad 1: Bij deze mogelijkheid is er één aanvullende voorwaarde. De P(G)MR moet instemmen met de aanvraag.

Ad 2: Ook hier moeten de P(G)MR-en van deelnemende schoolbesturen instemmen met de aanvraag. Bovendien wordt de aanvraag van samenwerkende schoolbesturen inhoudelijk getoetst door het VF. Er moet daadwerkelijk op een heel aantal terreinen sprake zijn van samenwerking. Gedeelde opvattingen en intenties zijn hierbij niet voldoende. Het vereiste samenwerkingsplan bevat in ieder geval:

  • Verantwoordelijkheden van deelnemende besturen
  • Financiële huishouding
  • Vervangingsbeleid
  • Verzuimbeleid
  • Afspraken over toe- en uittreding

Ad 3 en 4: Ook bij deze situaties is instemming van de P(G)MR vereist. De P(G)MR moet hier instemmen met de aanvraag, het vastgestelde verzuim- en vervangingsbeleid, de rapportage over de succesvolle uitvoering van dit beleid. Ook moet u cijfers overleggen waaruit het lage ziekteverzuim, dan wel de verlaging ervan, blijkt. De cijfers betreffen de cijfers die u ook aan DUO aanlevert.

Geen verplicht aansluiting

De PO-Raad pleit al jaren voor afschaffing van de verplichte aansluiting van schoolbesturen. Dit past binnen de ontwikkeling naar een sector met veel verantwoordelijkheid voor schoolbesturen. De huidige modernisering van het fonds (binnen de wettelijke aansluiting) past goed bij de ontwikkeling naar afschaffing van de verplichte aansluiting. Bij de bredere modernisering van het fonds hoort ook een steviger systeem van bonus en malus dat op 1 augustus 2016 van kracht wordt. Ook het schrappen van de afwezigheid op basis van rechtspositioneel verlof als declaratiegrond past bij de groei van de eigen verantwoordelijkheid.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 15 mei 2015

Nieuwscategorieën