Sector aan de slag met meer onafhankelijk toezicht bij samenwerkingsverbanden

‘Zorg dat de meerderheid van de toezichthouders geen persoonlijk of zakelijk belang heeft bij het samenwerkingsverband en de aangesloten schoolbesturen.’ Dat is één van de adviezen die de monitorcommissie Goed Bestuur doet in haar rapport ‘Richting meer onafhankelijk toezicht bij samenwerkingsverbanden passend onderwijs.' In juni 2018 zal dit advies als voorgenomen besluit ter stemming worden gebracht op de Algemene Ledenvergadering van de PO-Raad. De monitorcommissie Goed Bestuur heeft onderzocht wat de gewenste bestuurlijke inrichting van samenwerkingsverbanden is en op welke manier de Code Goed Bestuur hierbij een rol kan spelen.

Passend onderwijs: belangrijke bestuurlijke opgave

Het bestuur van de PO-Raad ontving signalen uit de praktijk over ernstige knelpunten in de uitwerking van de bestuurlijke inrichting van samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Daarom verzocht zij de monitorcommissie in het voorjaar van 2017 om dit onderzoek te doen. Op dit moment is er sprake van verscherpte politieke aandacht voor het onderwerp. Inmiddels is in het regeerakkoord (oktober 2017) opgenomen om onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden te organiseren.

Naast bestudering van de meest recente literatuur over de bestuurlijke inrichting van samenwerkingsverbanden passend onderwijs, heeft de monitorcommissie vijftien gesprekken gevoerd met schoolbestuurders uit het regulier en speciaal onderwijs (primair en voortgezet onderwijs), leidinggevenden van samenwerkingsverbanden, de VO-Raad, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Inspectie van het Onderwijs.

Richting meer onafhankelijk toezicht

De monitorcommissie geeft een aantal redenen om onafhankelijk toezicht voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs in te richten:

  • Het samenwerkingsverband is een eigenstandig orgaan met een eigen bestuurlijke opdracht. Dat staat duidelijk in de wet en de toelichtingen beschreven. De bestuurlijke opdracht van het samenwerkingsverband komt voort uit een maatschappelijke opdracht, die groter is dan de som der delen van de afzonderlijke aangesloten schoolbestuurders (denk aan de problematiek van thuiszitters, waarbij niet een individueel bestuur probleemeigenaar hoeft te zijn). Vanuit de principes van de Code Goed Bestuur hoort daar onafhankelijk toezicht bij om de realisering van deze bestuurlijke opdracht te bewaken.
  • Onafhankelijk toezicht is ook nodig om de onafhankelijkheidsrelatie tussen de werkgever en directeur(-bestuurder) van het samenwerkingsverband te waarborgen. Op dit moment kunnen schoolbestuurders verschillende functies vervullen in het samenwerkingsverband, waaronder die van toezichthouder van het samenwerkingsverband en daarmee die van werkgever van de directeur-bestuurder. Het is van belang dat het intern toezicht een voldoende onafhankelijke positie inneemt ten opzichte van de bestuurder van het samenwerkingsverband.

Om deze redenen adviseert de monitorcommissie om:

  • De meerderheid van het toezicht altijd te laten bestaan uit onafhankelijke toezichtleden (toezichthouders die geen persoonlijk of zakelijk belang hebben bij het samenwerkingsverband of aangesloten schoolbesturen). Daarnaast kan een deel van het toezicht worden ingevuld door schoolbesturen zelf of door de schoolbesturen voorgedragen leden. Ook is wettelijk bepaald dat er altijd een lid opgenomen te worden op voordracht van de Ondersteuningsplanraad (OPR).
  • Ook adviseert de commissie dat onafhankelijk toezicht niet zwaarder opgetuigd moet worden dan strikt noodzakelijk is om passend onderwijs waar te maken.
  • Het is belangrijk dat schoolbesturen zich eigenaar blijven voelen van het samenwerkingsverband. Zij nemen immers een belangrijk gedeelte van de praktische uitvoering voor hun rekening.

Het adviesrapport van de monitorcommissie kunt u hier lezen.

monitorcommissie goed bestuur

 

Reactie Algemeen Bestuur

Na bespreking van het conceptadvies in verschillende netwerken stelt het Algemeen Bestuur van de PO-Raad voor het advies van de monitorcommissie, om binnen samenwerkingsverbanden toe te werken naar meer onafhankelijk toezicht, over te nemen. Het bestuur stelt tevens voor de monitorcommissie de opdracht te geven om met een voorstel te komen hoe dit verankerd kan worden in de Code Goed Bestuur.

Veel samenwerkingsverbanden hebben de afgelopen tijd kritisch gekeken naar hun bestuurlijke inrichting, hierbij werd ook nagedacht over meer onafhankelijk toezicht. Gezien het korte bestaan van de samenwerkingsverbanden en de ontwikkelingen die in het veld plaatsvinden, vindt het bestuur van de PO-Raad het van belang dat de samenwerkingsverbanden de tijd krijgen zich te ontwikkelen richting meer onafhankelijk toezicht. Totdat eventuele wijzigingen in de Code Goed Bestuur in werking treden (verwachting is in 2020) wordt gewerkt met een groeipad om te komen tot meer onafhankelijk toezicht binnen samenwerkingsverbanden.

Het bestuur van de PO-Raad zal dit voorgenomen besluit voorleggen aan de Algemene Ledenvergadering (ALV) in juni 2018. In aanloop naar de ALV wordt het advies van de monitorcommissie besproken in diverse bestuurlijke netwerken en regiobijeenkomsten. Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van het advies van de monitorcommissie? Neem dan contact op met beleidsadviseur Selma Janssen (monitorcommissie) of beleidsadviseur Venhar Sariaslan (passend onderwijs).

Monitorcommissie Goed Bestuur
Op 19 februari 2015 heeft het bestuur van de PO-Raad de monitorcommissie Goed Bestuur geïnstalleerd. In navolging op het advies van de commissie Meurs, monitort deze commissie hoe het staat met de professionalisering van schoolbesturen in het primair onderwijs en komt zij met adviezen over hoe dit kan worden verbeterd. Peter van Lieshout, Hoogleraar Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Utrecht is voorzitter van de monitorcommissie. De commissie bestaat daarnaast uit René Bagchus (Directeur Burgerschap en Informatiebeleid ministerie van BZK en voormalig directeur primair onderwijs ministerie van OCW), Teun Dekker (directeur-bestuurder SCPO Roosendaal), Sytske Feenstra (Lid CvB Stichting Jong Leren), Marten Elkerbout (bestuurder Stichting Spaarnesant), Sam Terpstra (toezichthouder en voormalig bestuurder in het voortgezet onderwijs) en Marlies Honingh (governance expert en universitair docent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit). 

Onderzoeksagenda 2018-2019
De commissie zal 2018 benutten voor een verdiepend onderzoek naar medezeggenschap en daar naar verwachting advies over uitbrengen op de ALV van november 2018. Het jaar 2019 zal in het teken komen te staan van onderzoek naar hoe minder vrijblijvende afspraken in de sector geïmplementeerd kunnen worden en welke rol een (aangepaste) Code Goed Bestuur daarin zou kunnen spelen. In 2019 zal de commissie haar opdracht afronden met de presentatie van een advies aan de ALV over een mogelijke (meer fundamentele) herziening van de Code Goed Bestuur.

 

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 9 maart 2018

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën