'Sector op dreef met uitdaging voor toptalenten; verantwoording kan beter'

Het primair onderwijs verzet veel werk om de ambities uit het sectorakkoord te halen. Wel moet het op sommige onderdelen een tandje bijzetten om in 2020 alle ambities te kunnen verwezenlijken. Zo bieden vrijwel alle scholen zoals gepland extra uitdaging aan leerlingen die hun leeftijdsgenoten ver vooruit zijn, maar scoren nog niet alle scholen een voldoende op hun kwaliteitszorg.

Dat blijkt uit de tussenevaluatie van het sectorakkoord die minister Arie Slob (Primair onderwijs) onlangs aan de Tweede Kamer stuurde. In 2014 legden PO-Raad en toenmalig staatssecretaris Sander Dekker in dit sectorakkoord diverse onderwijsambities vast.

Uit de evaluatie blijkt dat sinds die tijd op alle ambities vooruitgang is geboekt, alleen de mate van vooruitgang verschilt per onderwerp. Met negen op de tien besturen die een Code Goed Bestuur gebruikt, ligt de sector op schema. Het invullen van schoolgegevens in Scholen op de kaart blijft daarentegen achter. Om meer scholen te stimuleren hier werk van te maken, onderzoekt de PO-Raad momenteel hoe het beter kan aansluiten op de behoeften van de gebruikers. Ook is de PO-Raad onlangs een campagne gestart om de bekendheid van Scholen op de kaart onder ouders te vergroten. In de nieuwe strategische agenda Samen werken aan goed onderwijs, hebben de PO-Raad en haar schoolbesturen afgesproken dat ieder bestuur zich actief over zijn eigen kwaliteit en dat van zijn scholen verantwoordt via onder meer jaarverslagen en Scholen op de kaart.

Bewegingsonderwijs en vaardigheden leraren

Uit de monitor van het bestuurs- of sectorakkoord blijkt dat 65 procent van de scholen in 2017 twee of meer lesuren bewegingsonderwijs geeft. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2016. Eind vorig jaar werd bekend dat het geven van drie lesuren bewegingsonderwijs door vakleerkrachten, ook een ambitie in het sectorakkoord, onhaalbaar en onbetaalbaar is gebleken. Hiervoor zijn simpelweg te weinig gymzalen en vakleerkrachten beschikbaar.

Een van de ambities luidt verder dat alle leraren in 2020 differentiatievaardigheden beheersen. In een brief aan de Kamer geeft Slob aan dat hij deze afspraak wil bijstellen omdat hij minder wil focussen op vaardigheden van individuele leraren. Hij vindt dat scholen leraren en schoolleiders zelf de verantwoordelijkheid moeten hebben voor hun eigen ontwikkeling en dat schoolbesturen goed strategisch personeelsbeleid moeten voeren.

Verantwoorden en stimuleren

De minister kondigt verder aan dat hij met de sector verdere afspraken wil maken over verantwoording over besteding van hun geld. Hij wil hier meer inzicht in hebben en daarom de komende jaren voorschrijven over welke specifieke onderwerpen scholen in hun jaarverslag verantwoording moeten afleggen.

Slob constateert tot slot dat alle daarbij afgesproken stimuleringsmaatregelen door de PO-Raad en het ministerie zijn uitgevoerd maar dat die niet voldoende zijn om alle ambities waar te maken. Hij realiseert zich dat het ‘echte werk uiteindelijk op de scholen moet gebeuren’. ‘Dit vraagt om een zekere mate van geduld en realiteitszin’, schrijft de bewindsman. ‘Geduld, omdat we halverwege de uitvoeringsperiode zitten. Realiteitszin, omdat de lokale context en lokale uitdagingen van directere invloed zijn op keuzes van schoolbesturen dan landelijke doelstellingen.’

De PO-Raad gaat met het ministerie van Onderwijs in gesprek om te kijken welke acties nog nodig zijn om de doelstellingen waar nog niet voldoende vooruitgang op is geboekt, te behalen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 11 januari 2018

Nieuwscategorieën