‘Seksuele en relationele vorming in het onderwijs moet beter’

Er moet nog veel verbeterd worden om met seksuele en relationele vorming in het onderwijs seksueel geweld tegen kinderen te voorkomen, stelt Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer in haar rapport ‘Effectief preventief’. Er zijn nog geen bewezen effectieve methodes voorhanden en één op de vier basisscholen besteedt überhaupt nog geen aandacht aan seksuele en relationele vorming. Dat moet beter, vindt ook de PO-Raad.

In het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn scholen verplicht aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit, om de seksuele weerbaarheid van kinderen te versterken. Scholen zijn vrij om te kiezen hoe ze dat doen. Uit een peiling van de inspectie blijkt dat speciale scholen (91%) hier meer aandacht aan besteden dan reguliere basisscholen (77%).

De Nationaal Rapporteur benadrukt dat scholen het beste kunnen werken aan seksuele vorming met een bewezen effectieve methode. Probleem: die zijn er nog niet. Toch is het nu al wel degelijk van belang welke methode je kiest als school. Er zijn namelijk vijftien methodes zogenaamd 'theoretisch goed onderbouwd'. Dat wil zeggen, het is aannemelijk dat ze werken. Dettmeijer: ,,Een methode die géén effect heeft betekent een verspilling van tijd, geld en moeite." Sterker nog, dergelijke methodes kunnen zelfs schadelijk zijn, staat in het rapport.

Vergrote kwetsbaarheid

Kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking hebben een grotere kans om slachtoffer te worden van seksueel geweld. Daarom is het des te belangrijker dat scholen die speciaal onderwijs bieden een effectieve methode kunnen gebruiken om de seksuele integriteit van hun leerlingen te beschermen. Teleurstellend is het dan ook dat van de onderzochte methodes met de status 'goed onderbouwd' niet één methode specifiek gericht is op kinderen in het speciaal onderwijs in de leeftijd 4-12 jaar. Leerkrachten in het speciaal onderwijs ontwerpen hun lesmaterialen nu dan ook veelal zelf. 

Het belang van preventie
Eén op de drie meisjes en één op de vijf jongens maakt voor hun achttiende levensjaar een vorm van seksueel geweld mee. De gevolgen hiervan kunnen tot ver in de volwassenheid doorwerken en dat veroorzaakt niet alleen schade bij slachtoffers en hun naasten, maar kost de maatschappij ook veel geld. Rapporteur Corinne Dettmeijer: ‘We worden steeds weer opgeschrikt door verhalen over seksueel misbruik. Nu is er veel aandacht voor de sport. Het laat zien dat we onze aandacht niet alleen moeten richten op slachtoffers en daders nadat seksueel geweld heeft plaatsgevonden, maar dat we ook moeten kijken hoe we dit leed kunnen voorkomen. Het onderwijs heeft daarbij een belangrijke rol.’

Meer onderzoek

Om vast te kunnen stellen of deze ook echt seksueel geweld weten te voorkomen, moet er meer onderzoek worden gedaan naar de effectiviteit en moeten de resultaten hiervan vindbaar zijn voor scholen die een lespakket willen kiezen. Het is volgens de rapporteur aan de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de ontwikkeling van en het onderzoek naar effectieve lespakketten te stimuleren.

Wat vindt de PO-Raad?

De PO-Raad onderschrijft volledig het belang van aandacht voor seksuele en relationele vorming op de basisschool. Zij vindt het dan ook zorgelijk dat één op de vier leerkrachten en schoolleiders in het basisonderwijs aangeeft geen aandacht te schenken aan het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zij zijn hier immers wettelijk toe verplicht. Tegelijkertijd moet het ook duidelijker worden voor scholen hóe ze effectief aan seksuele en relationele vorming kunnen werken.

Voorkomen en signaleren van seksueel misbruik krijgt expliciet aandacht in de Beweging tegen Kindermishandeling, waar de PO-Raad deel van uit maakt.

Weten welke methodes 'goed onderbouwd' zijn?

Kijk op pagina 82 en 83 van het rapport 'Effectief preventief'.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 29 juni 2017

Nieuwscategorieën