SER steunt één basisvoorziening voor alle kinderen

Niet langer een versnipperd aanbod van kindvoorzieningen, maar een ‘universeel systeem’ met extra ondersteuning van kinderen met een achterstand. Alle nul- tot vierjarigen moeten daarnaast zestien uur per week terecht kunnen bij zo’n voorziening, of hun ouders nu werken of niet. Dat is het ideale toekomstperspectief dat de Sociaal-Economische Raad (SER) schetst in zijn advies ‘Gelijk goed van start’ dat donderdagavond is gepresenteerd.

De PO-Raad ziet het advies als belangrijke ondersteuning van haar gemeenschappelijke pleidooi met Brancheorganisatie Kinderopvang, MOGroep en Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor één basisvoorziening voor alle jonge kinderen van 0 tot 12 jaar. Daarmee wordt het mogelijk kinderen te laten opgroeien langs een doorgaande ontwikkellijn en krijgen zij een zo goed mogelijke start. De focus van de SER op nul-tot vierjarigen is daarmee een goed begin en kan in de ogen van de PO-Raad later worden uitgebouwd naar andere leeftijden.

Stabiel en betaalbaar

De SER hoopt met zijn advies ‘een einde te maken aan het jojobeleid dat door de jaren heen in de kinderopvang gevoerd is’, aldus voorzitter van de SER Mariette Hamer. Volgens de Raad ontbreekt nu een stabiel toekomstperspectief op jonge kinderen. ‘Dat zorgt voor veel onzekerheid voor alle betrokkenen en heeft zijn weerslag op de geboden kwaliteit’. ,,Het is voor de ontwikkeling van kinderen belangrijk om zo vroeg mogelijk spelend te leren, samen met andere kinderen”, aldus Hamer.

In zijn rapport benadrukt de SER dan ook het belang van een stabiel, kwalitatief goed, betaalbaar en voor iedereen toegankelijke voorziening. Om dit mogelijk te maken, is één financieringssyteem nodig, stelt de Raad. Overwogen kan worden de overheid een hogere bijdrage te laten betalen en werkgevers, die al relatief veel bijdragen, juist minder te laten betalen. Van werkende ouders kan een eigen bijdrage worden gevraagd, vindt de SER. De PO-Raad ondersteunt die gedachtegang en tekent aan dat het daarbij van belang is dat die bijdrage inkomensafhankelijk is, zodat de kindvoorziening voor iedereen toegankelijk blijft.

,,Het kabinet kan de oproep voor één basisvoorziening niet langer naast zich neerleggen’’, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,De roep om een dergelijke voorziening komt nu echt van alle kanten. En om één reden: ,,Kinderen verdienen de beste kansen. Eenmaal opgelopen achterstanden op jonge leeftijd, haal je amper meer in.’’

Ook de Onderwijsraad en diverse bestuurders uit kinderopvang, onderwijs en wethouders uit vijftig gemeenten, verenigd in Kindcentra 2020, riepen vorig jaar op een einde te maken aan de versnippering van het aanbod van kindvoorzieningen.

Actieplan Geef kinderen de Ruimte

Om één voorziening te kunnen organiseren, moeten opvang en onderwijs kunnen samenwerken. Wet- en regelgeving staat dat echter in de weg. In maart 2015 presenteerden PO-Raad, Brancheorganisatie Kinderopvang en MOgroep daarom hun actieplan Geef kinderen de ruimte. Daarin staan tien actiepunten waarmee de drempels kunnen worden weggenomen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 21 januari 2016

Nieuwscategorieën