Sociale partners: beste leraar voor de klas kost 500 miljoen extra

Het primair onderwijs staat voor de opgave om de beste leerkrachten aan te trekken en te behouden. Daar hoort een passend arbeidsvoorwaardenpakket bij. Om dit daadwerkelijk te kunnen bieden achten sociale partners in het primair onderwijs een structurele extra investering van 500 miljoen euro nodig. Dat schrijven de PO-Raad, AOb, AVS, CNV en FvOv in een gezamenlijke brief aan de politieke partijen. In aanloop naar de verkiezingen vragen zij de politiek deze ambitie ter harte te nemen en hoog op de politieke agenda te plaatsen. 

Doen we niets aan de aantrekkelijkheid van het beroep, dan heeft het primair onderwijs in 2020 een tekort van meer dan 4.000 leraren. Meer loopbaanperspectief, aantrekkelijke salarissen, het oprekken van het loongebouw en passende loonontwikkeling kunnen het imago van het lerarenberoep in het PO drastisch verbeteren. In het VO wordt de leraar beter betaald vanaf de start en heeft hij meer kans op doorgroei en groei in salaris. 

Kwaliteit onder druk

De 500 miljoen euro is extra hard nodig, omdat de kwaliteit van het primair onderwijs al jaren onder druk staat. De oorzaak hiervan is dat de kosten per leerling sneller stijgen dan de bijdrage per leerling. Het gaat om een snel oplopend verschil en dit vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs. 

Scholen hebben teams nodig met een goede mix van kennis, vaardigheden en ervaring. Daar horen ook meer hoger opgeleide leerkrachten bij, zoals leerkrachten met een academische pabo of universitaire opleiding.

De volledige brief van de sociale partners leest u hier

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 28 juni 2016

Nieuwscategorieën