'Sport en beweging voor leerlingen is gezamenlijke verantwoordelijkheid'

12-02-2014

Scholen, gemeenten en ouders zijn samen verantwoordelijk voor een gezonde leefstijl van leerlingen. Bewegingsonderwijs is daarbij een belangrijk element maar dient in feite een hoger doel. Sport en bewegen zou dan ook zowel binnen het onderwijs en als buitenschoolse activiteit moeten worden gestimuleerd. Dat zei Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, woensdag 12 februari tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over bewegingsonderwijs en schoolzwemmen.

Aanleiding voor de bijeenkomst was het streven van het kabinet naar een derde uur bewegingsonderwijs in het primair onderwijs. Scholen willen dat wel, bleek vorig jaar uit een nulmeting van het Mulier Instituut, maar het lukt lang niet altijd door een gebrek aan geld, een tekort aan bevoegde leerkrachten en onvoldoende accommodatie. Den Besten benadrukte daarom dat de PO-Raad zich weliswaar kan vinden in het plan dat in het regeerakkoord is vastgelegd, maar dat deze belemmeringen wel moeten worden weggenomen.

Samenwerken en ondersteuning

Bij het overleg waren naast de PO-Raad verschillende deskundigen aanwezig en Kamerleden van de PvdA, VVD en SP. Die vroegen zich voornamelijk af hoe kan worden gezorgd voor voldoende aandacht voor bewegingsonderwijs. De VVD en de PvdA zoeken de oplossingen in de samenwerking tussen onderwijs, sportverenigingen en gemeenten. De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding riep op scholen te dwingen meer te doen aan bewegingsonderwijs. Den Besten gaf aan dat scholen juist veel aan bewegingsonderwijs willen doen. De PO-Raad wil werken aan het verhogen van de kwaliteit van de lessen, en vindt dat daartoe meer bevoegde leraren moeten worden opgeleid. Ook wil ze dat leerlingen meer bewegen. De PO-Raad werkt daarom mee aan bijvoorbeeld Gezonde Scholen en gezonde Schoolpleinen

Laatst gewijzigd: 
woensdag 19 februari 2014

Nieuwscategorieën