Staatssecretaris lost nog niet alle problemen op voor dalend aantal leerlingen

26-05-2014

De langverwachte uitwerkingsbrief van staatssecretaris Sander Dekker met oplossingen voor het dalend aantal leerlingen lost nog niet alle problemen op voor het dalend aantal leerlingen. Het is zeer de vraag of de voorgestelde maatregelen de sector Primair Onderwijs voldoende ruimte bieden om de problematiek - die het gevolg is van de Krimp - het hoofd te bieden. 

Geen verruiming van de fusietoets
De staatssecretaris stelt in de brief voor om de fusietoets te verruimen. Daarbij legt Dekker de norm voor een fusietoets op 2500 leerlingen. Nu staat die norm op 10 scholen. Met een gemiddelde schoolgrootte van 200 leerlingen is het verschil dermate klein dat dit nauwelijks een verruiming van beleid oplevert. Naar de mening van de PO-Raad is dit onvoldoende om schoolbesturen ruimte te geven. De fusietoets is bedoeld om te voorkomen dat schoolbesturen te groot worden. Ook de PO-Raad is er geen voorstander van dat ongelimiteerd grote besturen worden gevormd. Wel moeten schoolbesturen voldoende mogelijkheden hebben om een bestuur te vormen dat past bij de omgeving en problematiek waarmee men in de eigen situatie te maken heeft. Het is vervolgens de bestuurlijke verantwoordelijkheid en daarmee ook de verantwoordelijkheid van ouders en leraren (via de medezeggenschapsprocedures) om ervoor te zorgen dat kleinschaligheid op schoolniveau geborgd blijft. Met deze wijziging op de fusietoets verandert er weinig en komt de Staatssecretaris niet tegemoet aan de volgende passage uit het Regeerakkoord: “In krimpgebieden moeten alle vormen van samenwerking mogelijk zijn. Denominatie noch fusietoets mag daarbij in de weg staan.” Zo houden we het risico dat scholen in krimpgebieden willekeurig om kunnen vallen. 

Stimuleren van samenwerken
De staatssecretaris wil bestaande belemmeringen tot samenwerken weghalen en de sector ondersteuning bieden. Een aantal van de voorstellen helpen de sector daadwerkelijk om oplossingen te vinden. De PO-Raad is enthousiast over een aantal van die voorstellen. Zo worden de voorwaarden voor het vormen van samenwerkingsscholen verruimd en worden ritsfusies mogelijk gemaakt. Ook de mogelijkheid dat het overdragen van één school aan een ander bestuur niet langer een besturenfusie is, ondersteunt de PO-Raad. En het voorstel dat scholen bij verplaatsing of van richting veranderen niet langer aan de stichtingsnorm hoeven te voldoen, is een positieve maatregel. 

Onderwijskwaliteit is leidend bij kleine scholen
Ook de voorstellen voor het behoud van de kleine scholentoeslag zijn werkbare oplossingen. Scholen worden niet meer budgettair gestraft als ze gaan fuseren, maar daar is wel een voorwaarde aan gekoppeld om te komen tot regionale gebiedsplannen. De PO-Raad kan instemmen met deze maatregel, omdat zo samenwerking wordt gestimuleerd. Goede regionale samenwerking is de sleutel tot succes om onderwijskwaliteit hoog te houden bij een dalend aantal leerlingen. De PO-Raad stelt echter wel vraagtekens bij de daaraan gekoppelde randvoorwaarden. Die zullen er in de praktijk toe leiden dat die samenwerking maar moeizaam van de grond zal komen. Een regionaal OOGO (op overeenstemming gericht overleg), waarbij ook de gemeenten betrokken moeten worden, zal effectieve besluitvorming in de weg staan.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 27 mei 2014

Nieuwscategorieën