Stijging personele bekostiging dekt stijgende werkgeverslasten niet

Schoolbesturen krijgen 0,17 procent meer personele bekostiging ter compensatie van de gestegen arbeidskosten in 2013. De ontwikkeling van pensioenpremies en sociale lasten in de marktsector wordt daarmee min of meer gevolgd. Dat verklaart dat de personele bekostiging stijgt ondanks dat de loonontwikkeling 0 procent is (nullijn).

Toch is de compensatie ook dit jaar lager dan de daadwerkelijk gestegen werkgeverslasten. De PO-Raad schat de toename van de werkgeverslasten over 2013 voor de sector po op circa 1 procent. Er is dus sprake van een gat van ongeveer 0,8 procent. Dat komt overeen met een structurele korting van 65 miljoen euro of 1.100 fte leerkrachten. 

Deze ontwikkeling trekt samen met bezuinigingen en de krimp een steeds grotere wissel op de begroting van de scholen. De ‘financiële rek’ is er echt uit. Door een steeds verder afnemende financiële ruimte worden scholen in feite voor een onmogelijke opdracht gesteld, terwijl tegelijkertijd de verwachtingen vanuit de samenleving en de politiek juist toenemen. De PO-Raad zal deze boodschap actief onder de aandacht blijven brengen bij de Tweede Kamer en de staatssecretaris.

Werking referentiesystematiek

De kabinetsbijdrage ter compensatie voor de ontwikkeling van de arbeidskosten in de collectieve sector en dus ook voor het primair onderwijs, wordt vastgesteld aan de hand van de referentiesystematiek.

Deze systematiek vertaalt de ontwikkeling van arbeidskosten in de marktsector door naar de overheidsector. De marktsector is dus het referentiepunt: stijgen/dalen de arbeidskosten in de marktsector, dan stijgt/daalt de compensatie voor de ontwikkeling van de arbeidskosten voor het primair onderwijs.

De referentiesystematiek is onder te verdelen in de onderstaande arbeidskosten:

  1. Contractloonontwikkeling in de marktsector, zoals geraamd door het Centraal Planbureau (CPB).
  2. Mutatie werkgeverslasten in de marktsector voor de werkgeverslasten pensioen en sociale zekerheid. Hieronder vallen:
  • Arbeidsongeschiktheid (WAO)
  • Zorgverzekeringswet (ZVW)
  • Pensioenen
  • Doorbetaling bij ziekte/ ziekteverzuim
  • Bijdrage kinderopvang

Ophoging personele bekostiging

Het feit dat het kabinet de compensatie voor de gestegen werkgeverslasten over 2013 op basis van de referentie systematiek heeft vastgesteld op 0,17 procent, betekent dat de GPL 2013-2014 met 0,17 procent wordt verhoogd ten opzichte van de in maart bekendgemaakte GPL. De compensatie voor gestegen werkgeverslasten geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 en heeft dus ook betrekking op de laatste zeven maanden van het schooljaar 2012-2013. De formele vaststelling van de GPL in de regeling bekostiging 2012-2013 wordt in september verwacht.

 

Samenstelling Kabinetsbijdrage 2013

 

WAO

-0,25

ZVW

0,36

Pensioenen

0,15

Doorbetaling bij ziekte, eigen risico WAO etc.

-0,10

 

0,17

Kinderopvang/UFO

0,00

Totaal mutatie werkgeverslasten markt 2013

0.17


De ontwikkeling van de werkloosheidskosten (Participatiefonds), wordt niet meegenomen in het referentiemodel. Over de oplopende kosten in verband met werkloosheid (als gevolg van demografische krimp) heeft de PO-Raad in juni 2013 een brief verstuurd naar de staatssecretaris.

Financiële consequenties

Het is van belang te benadrukken dat de daadwerkelijke ontwikkeling van werkgeverslasten in het primair onderwijs, dus geen enkele rol speelt bij het vaststellen van de compensatie voor werkgeverslasten: Is de ontwikkeling van de werkgeverslasten in het po hoger dan de compensatie die op grond van de referentiesystematiek ontvangen wordt, moeten schoolbesturen in het po dat zelf oplossen. Andersom geldt ook: wordt er meer gecompenseerd dan dat de arbeidskosten daadwerkelijk zijn gestegen, dan mogen schoolbesturen dit geld houden.

 

 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 16 juli 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën