Thijs Roovers: ‘De hosannaberichten over meevallende achterstanden, deel ik niet’

Leraar en Lerarencollectief-oprichter Thijs Roovers nam citotoetsen af en constateert dat het helemaal niet meevalt met de achterstanden na acht weken thuisonderwijs. Een gesprek met hem en PO-Raad vice-voorzitter Anko van Hoepen over het belang van toetsen en achterstanden-allergie. “We moeten af van het idee dat een achterstand de fout is van de leerkracht. Het is het gevolg van een crisis.”

“Ik heb de cito's bijna af”, twittert Roovers op 3 juni. “Moet concluderen dat bij de kinderen die vanuit thuis veel Thijs Rooversondersteund werden er weinig tot geen achterstand is. Helaas is dit niet het geval bij leerlingen waarbij dit minder vanzelfsprekend was, grote terugval in resultaten. De hosanna berichten over het wel meevallen van de achterstanden, deel ik dus niet. De waarde van structuur en een kwalitatief goede leerkracht mag niet worden onderschat. Het was een noodoplossing en dat is prima, maar het leert mij ook dat het verre van zaligmakend is.” Van Hoepen was gelukkig met de tweet. “Het is mooi dat een leraar, en niet de minste, nu benadrukt dat het belangrijk is te toetsen”, reageert Van Hoepen. “Want het woord ‘toets’ is op een of andere manier besmet geraakt. Toetscultuur, teaching to the test… de toets lijkt per definitie fout. Maar een toets is er om te kijken waar een leerling staat en of je aanpassingen wilt doen aan je onderwijs. Júist na zo’n periode van thuisonderwijs.”
 

Toetsen bevestigt je professionaliteit

Roovers zelf noemt het zelfs heel onverstandig om niet te toetsen. Nadrukkelijk níet om kinderen te beoordelen, maar voor je eigen administratie. “Wat hebben we goed gedaan? Waar hebben we steken laten vallen? Toetsen gebruiken bevestigt onze eigen professionaliteit. Toetsen om het toetsen is een heel slecht idee, maar dat was het voor de Coronacrisis ook al. Het gaat altijd al om datgene wat je doet nadat je getoetst hebt.”

De kinderen hebben na de afgelopen periode ook récht op een analyse, vindt Roovers. “Ze moeten straks een nieuw schooljaar in en hebben er recht op om te weten waar ze een achterstand hebben opgelopen.” De leraar zag namelijk tot zijn schrik door de cito’s bevestigd dat precies de kinderen om wie hij zich al zorgen maakte, een flinke niveaudaling laten zien.

Een professional pakt verantwoordelijkheid

Dat is meteen de tweede gevoeligheid waar zijn tweet aan raakt: achterstanden. De sector reageerde als door een wesp gestoken toen de Onderwijsraad in de eerste weken van de scholensluiting leraren adviseerde zich voor te bereiden op het inhalen van achterstanden. Van Hoepen begrijpt die allergie wel: “Want: achterstand op wat? Op het programma? Van kinderen op zichzelf, op anderen? Wij hebben het zelf over de positieve en negatieve effecten van onderwijs op afstand.” Hij is supertrots op wat de sector gepresteerd heeft. “En we zeiden ook steeds: het is prachtig wat er gebeurt in déze situatie. Maar thuisonderwijs is natuurlijk een surrogaat voor onderwijs op school. We hebben de mond vol over professionals voor de klas. Nou, zo’n constatering van Thijs toont aan hoe groot het belang van professionals in het onderwijs is. Die zich nadrukkelijk uitspreken over de kwaliteit van onderwijs en wat daarvoor nodig is. Ik hoop echt dat leraren zich massaal aansluiten bij het Lerarencollectief en hun verantwoordelijkheid pakken.”

Geen fout van de leerkracht

En júist als professional, zegt Roovers, mag je je laten horen over achterstanden. “Er is een groep die wijst op al die andere dingen die kinderen de afgelopen weken leerden: door veel buiten te spelen, in gesprekken met hun ouders… Ik zie hoe waardevol die dingen zijn hoor. Maar als professional wil ik niet alleen maar blije kinderen zien, ik wil hen voorbereiden op een vervolgopleiding. Dát is mijn taak. En ik zie nu achterstanden. We moeten af van het idee dat die de fout zijn van de leerkracht. Ze zijn het gevolg van een crisis. Dus mensen mogen allergisch zijn voor het woord achterstanden, ze mogen het anders noemen, maar ze moeten dit wel onderkennen en ermee aan de slag. Achterstanden constateren is geen vingerwijzing, het is een waarschuwingsteken.”

Roovers ziet intussen kinderen in zijn klas die vooral heel gelukkig worden van weer samen lachen en samen leren. Van de structuur die school biedt. En een heel andere omgeving. “Want natuurlijk is school meer dan alleen rekenen, taal en lezen. Het is de minimaatschappij. De basisschool is de enige periode dat je met alle rangen, standen, kleuren bij elkaar zit. Je hebt een fantastische tijd met elkaar én ervaart dat je in een groep van elkaar leert. Je werkt met iedereen samen. En als we de afgelopen tijd íets geleerd hebben, is het dat goede klassikale instructie met een leerkracht die direct feedback geeft, voor enorm veel kinderen een absolute meerwaarde heeft.”

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 5 juni 2020

Nieuwscategorieën