Toegevoegde waarde: een instrument voor onderwijsverbetering - niet voor beoordeling

07-04-2014

De PO-Raad kan zich goed vinden in het advies 'Toegevoegde waarde: een instrument voor onderwijsverbetering - niet voor beoordeling' van de Onderwijsraad. Volgens het advies dat vandaag verscheen, zijn leerwinst en toegevoegde waarde goede instrumenten om scholen te helpen hun onderwijs te verbeteren. Ze zijn echter níet bruikbaar voor een oordeel over de kwaliteit van de school als geheel. Dat sluit goed aan bij eerdere uitlatingen van de PO-Raad over dit onderwerp.

In het advies stelt de Onderwijsraad dat toegevoegde waarde alleen een te smalle indicator is voor beoordeling van de school. De toegevoegde waarde zegt namelijk alleen iets over de dimensies van het onderwijs die gemeten kunnen worden met valide toetsen en dekt daarmee niet de brede ontwikkeling van leerlingen. Ook geeft de Onderwijsraad aan dat toegevoegde waarde als beoordelingsinstrument ongewenst strategisch gedrag kan uitlokken.

Volgens de Onderwijsraad is er niet één manier om toegevoegde waarde vast te stellen: er zijn inhoudelijke keuzes nodig (bijvoorbeeld voor de achtergrondkenmerken waarvoor gecorrigeerd wordt). Daarnaast zijn er statistische beperkingen die maken dat de uitkomsten altijd in hun context moeten worden bezien. Met name deze punten zijn voor de PO-Raad reden om ook te twijfelen aan het nut van een maat van toegevoegde waarde voor schoolverbetering: is het überhaupt mogelijk een maat te ontwikkelen die wetenschappelijk voldragen is, gedragen wordt door wetenschap en onderwijspraktijk en transparant en bruikbaar is voor scholen? In het gebruik van leerwinst ten behoeve van schoolverbetering ziet de PO-Raad wel zinvolle mogelijkheden.

Aanbevelingen

In het rapport doet de Onderwijsraad twee aanbevelingen. De Onderwijsraad adviseert ten eerste om scholen meer eigenaarschap te geven over de instrumenten leerwinst en toegevoegde waarde. De PO-Raad onderschrijft het belang van de factoren die hier volgens de Onderwijsraad aan moeten bijdragen: het vergroten van de onderzoekende houding op scholen en het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek voor de verbetering van het onderwijs. De PO-Raad heeft deze punten opgenomen in de strategische beleidsagenda binnen het thema 'kennis en onderzoek' en maakt zich hard voor praktijkgericht onderzoek.

De tweede aanbeveling van de Onderwijsraad betreft een betere balans tussen opbrengst- en procesindicatoren bij de beoordeling van scholen. De PO-Raad onderschrijft dat het toezicht meer gericht moet zijn op de brede kwaliteit van het onderwijs. Scholen moeten de ruimte krijgen om een inhoudelijke dialoog met de inspectie te voeren over de omstandigheden die hebben geleid tot de resultaten.

Bij de tweede aanbeveling bepleit de Onderwijsraad ook dat het opleidings-niveau van ouders beter tot uitdrukking kan komen in bestaande opbrengst-indicatoren. De PO-Raad vindt de bevragingslast daarvan voor scholen echter te groot en de meerwaarde beperkt. Schoolbesturen kunnen hun tijd en aandacht volgens de PO-Raad beter besteden aan de professionele dialoog met de inspectie.

Tot slot meldt de Onderwijsraad dat scholen zelf het succes van hun leerlingen in het vervolgonderwijs (en in de maatschappij) beter zouden moeten volgen. De PO-Raad maakt zich al langer hard voor het terugkoppelen van gegevens over de schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs aan scholen voor primair onderwijs. Door wettelijke beperkingen is het automatisch terugkoppelen van deze gegevens op dit moment nog niet mogelijk. De PO-Raad hoopt dat mede door dit advies van de Onderwijsraad die mogelijkheid er wel komt.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 9 april 2014

Nieuwscategorieën