Trouw: 'Armste leerling loopt ook in Nederland nog achter'

Leerlingen uit de armste gezinnen presteren minder goed op school dan leerlingen uit rijkere gezinnen in Nederland, schrijft dagblad Trouw. De krant baseert dit op cijfers van de Oeso, die keek naar de antwoorden van vijftienjarigen op de Pisa-test. Minister Slob van Onderwijs gaat op 14 februari in gesprek met de Tweede Kamer over het onderwijsachterstandenbeleid.

De PO-Raad maakt zich zorgen over het onderwijsachterstandenbeleid. Basisscholen krijgen vanaf 2006 alleen extra geld voor leerlingen met laagopgeleide ouders, terwijl de bevolking als geheel steeds hoger opgeleid is. Het totale budget om de achterstanden weg te werken is daardoor de afgelopen jaren met zo’n 150 miljoen euro geslonken. Ondertussen zijn de werkelijke achterstanden van leerlingen niet afgenomen.

Slob wil daarom een nieuwe definitie van onderwijsachterstanden gebruiken. Maar omdat hij het totale budget niet wil vergroten, betekent dit dat in de praktijk meer leerlingen met minder geld geholpen zullen moeten worden. Mogelijk wordt het geld ook anders over de scholen verdeeld waardoor er herverdeeleffecten zullen optreden. Scholen kunnen daarom minder vaak extra ondersteuning aanbieden aan achterstandsleerlingen.

Om te bepalen of een kind het risico loopt op een achterstand, wordt vanaf 2019 ook gekeken naar land van herkomst, zoals ook vóór 2006 werd gedaan. Daarnaast wordt gekeken hoe lang de moeder in Nederland woont, wat het gemiddelde opleidingsniveau is van moeders van andere kinderen in de klas en of ouders in de schuldsanering zitten.

De PO-Raad pleit er al lange tijd voor om eerst het huidige budget (267 miljoen) te herstellen naar het oorspronkelijke niveau uit 2011 (431 miljoen), en dan pas een nieuwe verdeelsystematiek in te voeren.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 1 februari 2018

Nieuwscategorieën