Tweede Kamer debatteert verder over toekomst Onderwijsinspectie

Het debat over het wetsvoorstel van SGP, CDA en D66 voor een kleinere rol van de Onderwijsinspectie krijgt morgen een vervolg in de Tweede Kamer. Inmiddels hebben de indieners op aandringen van de PO-Raad een passage uit hun wetsvoorstel gehaald, waardoor straks niet elke aanpassing van het toezichtkader aan de Tweede Kamer voorgelegd te worden.

De PO-Raad ondersteunt de kernboodschap van de wet voor een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht, die het Inspectieoordeel afbakent tot een kleine handhavende functie en daarmee schoolbesturen meer vrijheid geeft hun onderwijs goed te organiseren. Als schoolbesturen laten zien dat de kwaliteit goed is, kan de Inspectie ook meer afstand houden, vindt de PO-Raad. De Inspectie krijgt daarmee meer de stimulerende en adviserende rol van een kritische vriend.

Zorgen om bezwaar en beroep

Op het verzoek van de PO-Raad om de mogelijkheid tot bezwaar en beroep te heroverwegen, is de SGP helaas niet ingegaan. Het zou volgens de indieners van de wet niet noodzakelijk vertragend werken als scholen in bezwaar en beroep kunnen gaan tegen een inspectieoordeel. De zorg van de PO-Raad is echter dat zolang scholen energie steken in een juridische procedure er geen constructief gesprek van de grond komt en acceptatie en de noodzakelijke verbeteraanpak wel degelijk uitgesteld worden. De ervaring van de PO-Raad is dat er bij een zwak of zeer zwak inspectieoordeel immers altijd wat aan de hand is. Iedere dag zonder verbetering is er voor de leerlingen dan één teveel.

Onderscheid handhavende en stimulerende taak

Een tweede zorg van de PO-Raad is of de nieuwe wet het voor het onderwijsveld helderder maakt wanneer de Inspectie in haar oordelende of in haar stimulerende rol een aanbeveling doet. Op dit moment is dat onvoldoende het geval. Ouders en leraren interpreteren stimulerend bedoelde verbeterpunten vaak als ‘dan zal er wel iets mis zijn’, omdat alles samen in één rapport staat. De PO-Raad is voor een scherper onderscheid tussen het oordeel over de deugdelijkheidseisen en het stimulerende gedeelte, maar vraagt zich af of dit voldoende is om deze beeldvorming te voorkomen.

In het wetsvoorstel staat verder dat de Tweede Kamer via het verslag van het reguliere overleg dat de Onderwijsinspectie vier keer per jaar met de onderwijssectororganisaties voert, monitort of er voldoende draagvlak in de sector is voor het toezichtkader. 

Meer over de wetswijziging Inspectietoezicht

Bekijk ook de artikelen die de PO-Raad hier eerder over schreef:

Download hier de laatste versie van het wetsvoorstel. De brief van de minister en staatssecretaris van 11 september 2015 aan de Kamer kunt u hier downloaden. 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 augustus 2018

Nieuwscategorieën