Tweede Kamer en minister bespreken actieplan primair onderwijs

In het algemeen overleg over het actieplan Basis voor presteren heeft de Tweede Kamer haar waardering uitgesproken over de plannen van de minister. Daarnaast hadden de partijen wensen en vragen over de plannen. Daarbij kwamen de punten terug, die de PO-Raad eerder in een brief aan de Tweede Kamer had gestuurd. Het overleg ging onder andere over de verantwoordelijkheden van overheid en onderwijsveld (het ‘wat’ en het ‘hoe’), de brede opdracht van het onderwijs en de toegevoegde waarde van scholen.

Op 23 juni sprak de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer met minister Van Bijsterveldt over haar actieplan om de kwaliteit van het primair onderwijs verder te verbeteren. De PO-Raad ondersteunt de uitgangspunten van het plan, maar heeft wel een aantal kritische kanttekeningen. De leden van de Tweede Kamer noemden in hun bijdragen aan het overleg de meeste van deze punten. Zo vroegen verschillende partijen aan de minister of ze met deze plannen niet teveel in het ‘hoe’ treedt. De PO-Raad had een beroep gedaan op de Kamerleden om te sturen vanuit vertrouwen in het onderwijsveld en alleen aan te geven 'wat' er bereikt moet worden. De minister zei dat ze vindt dat er in de plannen een goed evenwicht zit tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’, maar de PO-Raad blijft toezien op duidelijke en consequente rollen en verantwoordelijkheden van zowel overheid als schoolbesturen.

Net als in de brief van de PO-Raad werd in het overleg ook gesproken over de nadruk op taal en rekenen. Hoewel de minister zegt dat de opdracht van de scholen breder is, blijkt dit niet altijd uit haar plannen. De minister benadrukte dat de opdracht inderdaad breder is, maar dat taal en rekenen daarvoor een basis vormen, een noodzakelijke voorwaarde.

De minister was voorzichtig waar het ging over de toegevoegde waarde van scholen. De PO-Raad heeft eerder aan de minister aangegeven dat je scholen geen recht doet door hun toegevoegde waarde op te hangen aan de uitslagen van toetsen op het gebied van taal en rekenen. De minister benadrukte in het overleg dat ze in pilots gaat bekijken wat mogelijk is om de leerwinst in beeld te brengen. Ze stelde voorop dat het een eerlijke aanpak moet zijn, die recht doet aan de scholen. De PO-Raad heeft aangegeven dat ze graag meedenkt over de invulling van de toegevoegde waarde van scholen.

Een ander punt dat uitgebreid in de Tweede Kamer werd besproken was het meer structureel geven van het vak Engels op de basisschool. De Tweede Kamerleden zien het nut hiervan, maar beseffen ook dat er veel op de basisscholen afkomt. Ze hebben met de minister afgesproken dat de minister najaar 2012 met een plan van aanpak komt op basis van wetenschappelijk onderzoek. De PO-Raad heeft aangegeven dat ze het belangrijk vindt dat we eerst ervaring opdoen met de referentieniveaus voor taal en rekenen, voordat er referentieniveaus voor Engels worden ingevoerd.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën