Tweede Kamer hoort onderwijsveld over artikel 23 en leerlingenvervoer

15-11-2013

Artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs borgt, is een groot goed waar we trots op moeten zijn. Wel moet het wetsartikel op een manier kunnen worden geïnterpreteerd die past bij deze tijd. Dat heeft Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad gezegd tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de vrijheid van onderwijs.

Zo moeten openbaar en bijzonder onderwijs makkelijker kunnen samenwerken, om de daling van het aantal leerlingen goed te kunnen opvangen, zei Den Besten. Ook moet de fusietoets in het primair onderwijs worden afgeschaft omdat die belemmerend werkt voor het vinden van oplossingen voor krimp. 

Advies Onderwijsraad

Tijdens het gesprek werd uitvoerig ingegaan op het Onderwijsraadadvies "Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief", van april 2012. De raad pleitte daarin voor meer ruimte voor het stichten van scholen. ‘Een school die voldoende leerlingen weet te trekken en vooraf deugdelijk onderwijs garandeert, voorziet in een maatschappelijke behoefte en heeft recht op overheidsbekostiging’, stelde de raad. De PO-Raad heeft destijds instemmend op het advies gereageerd.

Het merendeel van de aanwezigen bij het gesprek was net als de PO-Raad van mening dat artikel 23 belangrijk is voor de vrijheid van onderwijs en dat een moderne interpretatie ervan mogelijk moet zijn. Over de moderniseringsvoorstellen van de Onderwijsraad wordt echter nog verschillend gedacht.

Leerlingenvervoer

Over het leerlingenvervoer was het onderwijsveld verdeeld. Het bijzonder onderwijs vindt dat als de bekostiging van het leerlingenvervoer voor een bepaalde richting of levensbeschouwing afgeschaft wordt, dit de vrijheid van onderwijs aantast. De gemeenten willen juist af van de verantwoordelijkheid van dit leerlingenvervoer. ,,Leerlingenvervoer voor een bepaalde richting of levensbeschouwing is de verantwoordelijkheid van de overheid omdat het zorgt voor toegankelijk onderwijs en het bijdraagt aan de gelijke behandeling van scholen”, betoogde Rinda den Besten.

De staatssecretaris is niet van plan de regeling voor het leerlingenvervoer aan te passen, liet hij eerder weten in een beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad. Hij wil eerst de ontwikkelingen rond leerlingendaling afwachten. Pas dan kan goed in kaart gebracht worden welke vervoersarrangementen passen bij het aanbod van scholen.

Keuzevrijheid

Den Besten benadrukte verder dat ouders ondanks de krimp iets te kiezen moeten houden als het gaat om het onderwijs voor hun kind. Daarvoor is een regionaal een integrale benadering nodig. De PO-Raad denkt graag mee over de vormgeving van richtingvrije planning van nieuwe scholen, de vereenvoudiging voor een school om van richting te veranderen en eventueel onder een nieuw bestuur door te gaan. De Besturenraad gaf eerder al aan principieel geen bezwaar te hebben tegen richtingvrij plannen maar op voorhand al veel praktische bezwaren te zien. De staatssecretaris onderkent die bezwaren. Volgens de PO-Raad zijn zijn deze uitvoeringsvraagstukken oplosbaar.

Den Besten zei ook dat het eenvoudiger moet worden om openbaar en bijzonder onderwijs binnen een school mogelijk te maken. Een pleidooi dat Johan Heddema, directeur-bestuurder van Penta Primair - een bestuur met 22 scholen met ruim 3.350 leerlingen in Drenthe en Groningen – op basis van zijn dagelijkse praktijk onderstreepte. 

In december vergadert de Tweede Kamer uitgebreid over dit onderwermet de staatssecretaris.

 

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 22 november 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën