Tweede Kamer wil meer grip op lumpsum

De Tweede Kamer wil meer inzicht in de financiën: vooraf moet duidelijk zijn waar schoolbesturen hun geld aan willen besteden en achteraf moeten zij beter laten zien waar de middelen aan zijn uitgegeven. Die wens liep als een rode draad door het debat over de lumpsum in de Tweede Kamer. De politiek roept de sector op om samen op te trekken met ouders, leraren en schoolleiders bij het maken van plannen en om beter te laten zien waar het geld naartoe gaat. Belangrijke thema’s tijdens het debat waren schotten in de lumpsum, reserves, medezeggenschap en versterking van de verantwoording.

Partijen GroenLinks, D66, SP en VVD geven aan dat er meer inzicht moet komen in de bestedingen van het onderwijs. De afgelopen jaren is er verschillende keren extra geld beschikbaar gesteld, maar de Tweede Kamer heeft het gevoel dat het niet duidelijk is of deze middelen terecht zijn gekomen bij de beoogde doelen. Ook Kamerlid Michel Rog (CDA) beaamt dat doelen die in akkoorden werden vastgelegd soms niet werden gehaald. Hij vroeg de minister daarom doelfinanciering waarbij geld beschikbaar wordt gesteld voor specifieke doelen,  voortaan beperkt in te zetten en dit alleen te doen als vooraf duidelijk is hoe hierover de verantwoording plaats moet vinden. ,,Als overheid moeten we ook kritisch naar onszelf kijken’’, zei Rog hierover. De PO-Raad haalde dit punt ook aan in de brief die zij deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

Schotten in de lumpsum

Kamerlid Peter Kwint (SP) gaf aan vooral behoefte te hebben aan meer manieren om te sturen met de bekostiging. Achteraf verantwoording afleggen, vindt hij niet genoeg. Zo pleitte hij voor het oormerken van geld waarmee een verplicht percentage van de lumpsum wordt ingezet voor personeel. ,,Personeel moet niet de dupe worden van onderhoud aan schoolgebouwen’’ , zei Kwint tijdens het debat. Nu is het regelmatig zo dat schoolbesturen personele bekostiging regelmatig inzetten voor het betalen van de gasrekening doordat de materiële bekostiging verre van toereikend is. Ook Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks), Harm Beertema (PVV) en Paul van Meenen (D66) vinden het plaatsen van schotten in de lumpsum een goed idee.

Minister Arie Slob (Onderwijs) noemde het plaatsen van schotten een ‘paardenmiddel’. Hij gaf aan dat er meerdere onderzoeken zijn gedaan naar het plaatsen van deze schotten. Vorig jaar adviseerde de Onderwijsraad nog dat het oormerken van geld niet verstandig is. Door het plaatsen van schotten wordt voor de rest van het land besloten dat het geld op die manier moet worden besteed, terwijl scholen, hun besturen en medezeggenschapraden de behoefte hebben afwegingen kunnen maken die passen bij de lokale situatie.

Medezeggenschap

Medezeggenschapsraden krijgen instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting, zoals in het Regeerakkoord is afgesproken. GroenLinks en D66 zien graag dat de medezeggenschap in het onderwijs nog verder versterkt wordt. Tijdens het debat zei Slob dat hij nog niet precies wist hoe er invulling wordt gegeven aan het wetsvoorstel, maar dat hij dit samen met partners in het onderwijsveld uit gaat werken. Kamerlid Roelof Bisschop (SGP) heeft ernstige bezwaren bij het wetsvoorstel omdat het de verschillende verantwoordelijkheden en governance op scherp zet. ,,Als medezeggenschapsraden instemmingsrecht krijgen, moeten zij ook verantwoording af kunnen leggen. Dit terwijl de bestuurder als bevoegd gezag eindverantwoordelijk is’’, aldus Bisschop. Tweede Kamerlid Beertema heeft zorgen over de informatieachterstand van medezeggenschapsraden tegenover de ‘slimme bestuurders’. Eppo Bruins (ChristenUnie) wilde een andere toon aanslaan en gaf nadrukkelijk aan dat ‘schoolleiders en schoolbestuurders geen monsters zijn’. ,,Ik wil mijn vertrouwen in hen uitspreken. Het gros van deze mensen werkt zich elke dag het schompes ondanks alle regels, schotten en oormerken die we hier in Den Haag verzinnen. Houd de verantwoording simpel, slank en slim’’, besloot hij zijn betoog.

Te hoge reserves

Alle Tweede Kamerleden spraken hun ongenoegen uit over de hoge vermogenspositie van sommige schoolbesturen. ,,Het is zonde dat het geld op de bankrekening van schoolbesturen staat, terwijl dat geld in de klas terecht moet komen’’, stelde Westerveld. De analyse van de PO-Raad, waarin de sectororganisatie aangeeft dat 17% van de besturen mogelijk te rijk is en 13% te arm, werd aangehaald in het debat. Minister Slob zei het ‘dapper te vinden dat de PO-Raad met deze cijfers naar buiten komt.’ De minister gaf aan samen met de sectororganisaties in gesprek te zijn over de ontwikkeling van benchmarks reserves en overhead, de vereenvoudiging van de bekostiging, de vermogenspositie van schoolbesturen en versterking van de verantwoording in het primair onderwijs.

Onderzoek toereikendheid bekostiging

Reikhalzend kijkt de Tweede Kamer uit naar de uitkomsten van het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging en de doelmatigheid van de bestedingen in het onderwijs.  De PO-Raad heeft jaren gepleit voor een onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging omdat de sectororganisatie vindt dat met de huidige bekostiging niet kan worden voldaan aan de ambities en verwachtingen die politiek en maatschappij van het onderwijs hebben. Minister Slob beloofde ook de motie van Van Meenen over schoolbekostiging in dit onderzoek mee te nemen. Van Meenen diende eerder een motie in waarin hij voorstelt voortaan scholen te bekostigen in plaats van schoolbesturen. Hij meent dat het geld van onderwijs hiermee beter zal worden besteed. Minister Slob verwacht het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging in het voorjaar van 2020 te presenteren aan de Tweede Kamer.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 6 maart 2019