Vergelijkbare uitgangspunten voor moderniseringstrajecten bekostiging po en vo

Net als in het voortgezet onderwijs, moet een nieuw bekostigingsmodel in het primair onderwijs eenvoudig zijn, zou het objectiveerbare kostenverschillen moeten honoreren en moet het zo min mogelijk ongewenste prikkels bevatten. Ook zouden er zo min mogelijk ongewenste prikkels in het model moeten zitten en dienen de herverdeeleffecten zo klein mogelijk te zijn. Dat laat staatssecretaris Dekker (Onderwijs) weten in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van de vereenvoudiging van de bekostiging in het voortgezet onderwijs.

Vorige week stuurde Dekker een brief naar de Tweede Kamer over de voortgang van de vereenvoudiging van de bekostiging in het voortgezet onderwijs. Daarin geeft hij ook antwoord op Kamervragen over de mate waarin de uitgangspunten en kaders van de bekostiging van het voortgezet onderwijs en primair onderwijs op elkaar aan zouden moeten sluiten. In de brief laat Dekker weten dat de vereenvoudigingstrajecten in beide sectoren niet helemaal vergelijkbaar zijn, omdat de personele bekostiging in het primair onderwijs bijvoorbeeld nog op schooljaarbasis wordt vastgesteld in plaats van op kalenderjaar. Wel vindt hij dat er algemene uitgangspunten voor beide trajecten van belang zijn. Zo staat centraal dat het model eenvoudig moet zijn, objectiveerbare kostenverschillen moet honoreren en zo min mogelijk ongewenste prikkels mag bevatten. Ook dienen de herverdeeleffecten zo klein mogelijk te zijn en moet de implementatie budgetneutraal zijn.

Lees hier de gehele Kamerbrief over de voortgang van de vereenvoudiging van het nieuwe bekostigingsmodel in het voortgezet onderwijs.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 12 juli 2016