Verslag Conferentie Toezichthouders: 'Toezicht houden is ook zélf invulling geven aan je rol'

26-09-2013

Bijna tweehonderd toezichthouders reisden op woensdag 25 september toezichthouders en bestuurders uit het primair onderwijs af naar Lunteren voor de herhaling van de conferentie Toezichthouders die de PO-Raad eerder dit jaar organiseerde. Het animo voor dit evenement was toen zo groot, dat een tweede noodzakelijk bleek.

De toezichthouder als tegenwicht

De verhouding bestuurder - toezichthouder is er een van macht en tegenmacht, is de kernboodschap van de lezing van bestuurskundige Ko de Ridder tijdens de conferentie. Hij geeft het publiek mee dat de toezichthouder echt tegenwicht moet bieden.

,,Niet alle bestuurders zijn gezegend met tegenwicht in de organisatie", vervolgt Hans van Dael, projectleider van de PO-Raad in het project 'Sturen op onder wijskwaliteit'. Hij spreekt over de paradox van de toezichthouder, die aan de ene kant betrokken moet zijn bij zijn maatschappelijke taak en de onderwijsorganisatie waarop hij toezicht houdt, en aan de andere kant kritische distantie moet behouden.

Onafhankelijk

Arnold Jonk, hoofdinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs, stelt dat er grote slagen gemaakt zijn in de kwaliteit van het bestuurlijk handelen van het primair onderwijs, maar er is nog steeds veel te winnen. De intern toezichthouder dient een heldere opvatting over de invulling van zijn rol te hebben, onafhankelijk te zijn, een toezichtskader en beoordelingskader te hanteren, kortom een adequate tegenmacht te zijn, vindt hij.

In het tweede gedeelte van de avond haalt Wim Touw, voorzitter van de Werkgroep Nieuwe Richtlijnen Jaarverslaggeving Onderwijs, de perikelen aan waar je als toezichthouder en bestuur tegenaan loopt als deze dezelfde of hogere kwaliteit wil neerzetten maar met minder geld.

Afvinkcultuur

Een toezichthouder kan voor een groot deel zelf invulling geven aan zijn rol, benadrukt Rienk Goodijk hoogleraar Governance aan de TiasNimbas Business School. Hij zegt dat de afvinkcultuur van tegenwoordig een overreactie is op de misstanden die er geweest zijn, maar voorspelt dat de gemoederen binnenkort tot bedaren zullen komen. Tegelijkertijd prikkelt hij de aanwezigen met voorbeelden van hoe zij als toezichthouder de verantwoording zou kunnen organiseren. Toezichthouders zouden verder best af en toe de organisatie kunnen temperaturen, adviseert Goodijk. De aanwezigen voelen zich geïnspireerd om direct met de nieuwe ideeën die zij opdoen aan de slag te gaan.

Zijn college Edith Hooge, hoogleraar Onderwijsbestuur, poneert een breed palet aan vraagstukken over de relatie tussen de bestuurder en het intern toezicht. Dit leidt tot geanimeerde discussies. Hieruit blijkt dat de invulling van de rol van toezichthouder van situatie tot situatie verschilt. De toezichthouder moet telkens weer nagaan of de invulling voor zijn bestuur en organisatie de juist invulling is.

Het lastige gesprek

Het lastige gesprek dat de commissie-Halsema als oplossing ziet voor het voorkomen van bestuurlijke misstanden, dient telkens opnieuw gevoerd te worden, is een andere conclusie van de conferentie. Die biedt hier wederom veel aanzetten toe.

Inspiratie opdoen of nalezen wat er werd gezegd? Download hieronder de presentaties 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 26 september 2013

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën